Speeldata

5 – 23 oktober 2025

Locatie

Nationale Opera & Ballet, Grote Zaal

Duur

1:45, geen pauze

Tickets

n.v.t.

Man poseert in een kartonnen schildering van een historisch kostuum, met een hoed in zijn hand en een verbaasde blik.
Foto: Hugo Thomassen

Een feestelijke wereld van verbeelding

In Operetta Land is alles mogelijk, zolang je je fantasie gebruikt. Theatermaker Steef de Jong en schrijver Paulien Cornelisse nemen je mee naar een betoverend koninkrijk waar romantiek, persoonsverwisselingen en muziek de hoofdrol spelen. Op een leeg toneel zet ‘Verzinner’ Steef de Jong zijn fantasie aan het werk, en prompt verschijnt Operetta Land, een wonderlijk koninkrijk waar iedere dag in het teken staat van feest en muziek. Maar wanneer de kwaadaardige koning Pygmalion, vorst van het grimmige buurland Operanië, op het toneel verschijnt, dreigt een einde te komen aan alle vrolijkheid. 

De voorstelling, waarin muziek uit verschillende operettes samenkomt, werd na de première in 2022 lovend ontvangen en keert nu terug. Het Nederlands Kamerorkest, onder leiding van Aldert Vermeulen, brengt de muziek tot leven, met solisten als Elenora Hu, Laetitia Gerards en Raoul Steffani.

Een fantasierijk avontuur 

Een lege speelvloer verandert in een levendig rijk waar de inwoners zingend hun problemen oplossen. Maar wanneer de strenge koning Pygmalion zijn wil probeert op te leggen, lijkt niet alles meer vanzelf goed te komen. Lukt het de Verzinner om een oplossing te vinden? 

Sterren op het podium 

Voor deze herneming keert het merendeel van de originele cast terug. Naast Steef de Jong schitteren Elenora Hu, Laetitia Gerards, Raoul Steffani, Marc Pantus, Steven van der Linden, Frederik Bergman, en Aaike Nortier op het podium. Het Nederlands Kamerorkest staat onder leiding van Aldert Vermeulen

Voorstellings­informatie

De adviesleeftijd voor deze voorstelling vanuit Nationale Opera & Ballet is 8+.

Reprise

Overwegend in het Nederlands gezongen

Muziek  Johann Strauss jr., Jacques Offenbach, Arthur Sullivan e.a.

Libretto  Paulien Cornelisse en Steef de Jong

Muzikale leiding  Aldert Vermeulen
Regie, decor en kostuums  Steef de Jong
Co-regie  Maria Lamont
Licht  Cor van den Brink
Dramaturgie  Laura Roling

Verzinner / Lady Kant / Venus  Steef de Jong
Koningin  Raoul Steffani
Minister van Financiën  Marc Pantus
Graaf Lothar  Laetitia Gerards
Prinses Galathea  Elenora Hu
Koning Pygmalion / Heggenschaarhuzaar  Frederik Bergman
Prins Nicola / Heggenschaarhuzaar  Steven van der Linden (De Nationale Opera Studio)
Sir Taki  Aaike Nortier (De Nationale Opera Studio)

Nederlands Kamerorkest

Schoolvoorstellingen
Speciaal voor het basisonderwijs worden besloten schoolvoorstellingen aangeboden. Bekijk het aanbod.

Online programmaboek

Naast het gedrukte programmaboek bieden wij ook online programma-informatie aan bij deze voorstelling. In het online programmaboek krijg je een kijkje achter de schermen door middel van verdiepende verhalen, artikelen en interviews met de makers en cast.

Podcast

Transcriptie podcast Operetta Land

Je luistert naar de audio-inleiding bij de voorstelling Operetta Land van Steef de Jong. Mijn naam is Laura Roling, ik ben dramaturg bij De Nationale Opera en ik ga je in vogelvlucht voorbereiden op je voorstellingsbezoek. In deze podcast vertel ik eerst iets over operette, het ontstaan van het genre en de positie ervan in Nederland. En vervolgens duik ik met Steef de Jong iets dieper in de voorstelling Operetta Land

Ten eerste naar de operette. Niets komt zomaar uit het niets en dat geldt ook voor de operette. Na het ontstaan van de opera in de tweede helft van de 16e eeuw ontstonden er ook al snel luchtigere vormen van muziektheater, zoals de opera buffa in Italië, het zingspiel in Duitsland en de opéra comique in Frankrijk. En deze lichtere varianten van de opera zou je kunnen zien als de voorlopers van de operette. 

Maar wat maakt operette tot operette? Wat zijn de belangrijkste kenmerken van deze kunstvorm? Nou, in de eerste plaats is er de combinatie van muziek en gesproken teksten en daarnaast is er in operette ook volop ruimte voor dansmuziek die op het moment van schrijven populair was.En de verhalen die in de operette verteld worden, die zoeken vaak een balans tussen oprecht sentiment en satire, maatschappijkritiek, een knipoog. 

De geboorte van de operette is te timen op 1855, toen de Franse componist Jacques Offenbach zijn eigen Théâtre des Bouffes-Parisiens opende waar hij zijn eigen operettes presenteerde. Dit waren komische werken met een scherp randje en barstensvol wervelende muziek. Om dat te illustreren geef ik een voorbeeld van zijn eerste grote bekende operette Orphée aux Enfers. Daarin parodieert Offenbach een van de grootste oermythes uit de oudheid, die van de dichter Orpheus. Hij reist af naar de onderwereld om zijn overleden geliefde Eurydice terug te halen.

Maar in de Offenbach-parodie doet hij dat onder dwang, tegen heug en meug. Orpheus en Eurydice hebben namelijk helemaal geen gelukkige liefdesgeschiedenis. Ze hebben een ramphuwelijk. Orpheus speelt vaak en heel slecht viool en Eurydice heeft eigenlijk al lang al een verhouding met een ander. Zo zijn de relaties in de operette opgeblazen en in het belachelijke getrokken. Offenbach schreef in zijn leven meer dan honderd operettes, waaronder blijvende successen als La Belle Hélène, Orphée aux Enfers en La Périchole.

Zijn werken waren een groot succes in het Parijs van het Tweede Franse Keizerrijk. Het was een tijd waarin de stedelijke elite en de bourgeoisie geld te besteden hadden en zich graag verzetten tegen de macht en de heersende moraal. Offenbach voorzag in die behoefte, met werken die doorspekt waren van parodie en satire. De bourgeoisie zag zichzelf op vloeiende, opgewekte melodieën op de hak genomen worden. 

Vanuit Parijs sloeg de operette over naar Wenen, een stad die al snel uitgroeide tot een belangrijk tweede epicentrum voor operette. In 1860 ging daar voor het eerst een product van eigen Weense bodem in première, Das Pensionaat van Franz von Suppé, waarin de invloed van Offenbach nog duidelijk te horen was.

De Weense operette kreeg pas echt een eigen gezicht toen Johann Strauss II, de koning van de wals die op dat moment al een bloeiende carrière in het societyleven had, zich met het genre van de operette ging bezighouden. Zijn Die Fledermaus werd één van de populairste operettes aller tijden. Een gouden tijdperk brak aan voor de Weense operette waarin steeds meer walsromantiek naar de voorgrond trad en de maatschappijkritiek iets indirecter, maar zeker niet afwezig, werd.

Toen na de Weense operettegrootmeesters Franz von Suppé, Carl Zeller en Johann Strauss, ook Carl Millöcker overleed op 31 december 1899, aan het eind van de eeuw, werd de Weense operette als het ware doodverklaard. Maar lang bleef de kunstvorm niet in zijn graf. Al in 1905 werd met de première van Franz Lehárs Die lustige Witwe een tweede bloeiperiode ingeluid. 

Na het gouden tijdperk van de Weense operette brak nu het zogeheten zilveren tijdperk aan. En in deze werken werd de moderniteit omarmd. Treinen, restaurants, bioscopen komen voor in deze operettes, maar ook voor reflecties op het kapitalistische systeem was ruimte. Zoals in Leo Falls operette Die Dollarprinzessin, waarin de romance van een verarmde Europese aristocraat en een Amerikaanse miljonairsdochter centraal staat.

Toen het gouden tijdperk van de Weense operette voorbij leek, ontstond parallel aan het zilveren tijdperk in Wenen ook de Berlijnse operette in Berlijn, met de première van Paul Linckes Frau Luna in 1899. In deze Berlijnse operettes verdween de wals naar de achtergrond en trad de mars naar de voorgrond. En in Groot-Brittannië was er ook een hele eigen operettetraditie, waar twee namen absoluut onlosmakelijk aan verbonden zijn. Die van librettist William S. Gilbert en componist Arthur Sullivan. 

Dit duo, Gilbert en Sullivan, leunde aanvankelijk sterk op de operette die uit het Parijs van Offenbach over was komen waaien, maar ze ontwikkelden al heel snel hun eigen stijl. Vooral een typisch Brits gevoel voor humor speelde in hun werken een belangrijke rol en ook zaten ze vol op de Britse actualiteiten en situaties.

Kortom, operette was een ultieme vorm van entertainment met sentiment, vrolijkheid, maar ook een zelfbewuste knipoog naar de wereld om ons heen en de aard van de mensen daarin. Ook in Nederland was operette al snel booming, al hebben we zelf als Nederland nooit echt een lokale compositietraditie ontwikkeld. Vooral de titels uit Wenen vonden in Nederland heel veel weerklank. Ze werden uitgevoerd door reizende gezelschappen uit het buitenland, maar ook door operettegezelschappen in Nederland, die vaak heel ad hoc een kort bestaan waren toegedaan, maar toch. En na de beurskrach van 1929 en de uitbraak van een wereldwijde economische crisis valt op dat er ook ontzettend veel amateur-operetteverenigingen in Nederland uit de grond schoten. Op het hoogtepunt waren dat er meer dan 100 in Nederland alleen al.

Operette was een sociaal bindmiddel dat blijkbaar in tijden van ellende en verdriet, verstrooiing maar ook iets positiefs bracht. Het voornaamste professionele operettegezelschap in Nederland was de Fritz Hirsch Operette, in 1926 opgericht door de uit Duitsland afkomstige zanger en acteur Fritz Hirsch. 

In 1940 kwam kort na de Duitse invasie een einde aan dit gezelschap. Voor de niet-Joodse medewerkers [Joodse, red.], waaronder Fritz Hirsch zelf, was geen plaats meer. Hirsch stierf in 1942 in concentratiekamp Mauthausen. Maar het is opvallend dat ook juist weer in tijden van ellende mensen lijken te verlangen naar operette en dus in het jaar 1945, kort na de bevrijding, een nieuw gezelschap opgericht werd en haar eerste voorstelling uitvoerde, De Hoofdstad Operette.

Aanvankelijk waren dat Nederlandse bewerkingen, maar al in 1950 stapten ze weer over naar de Duitstalige operette. En De Hoofdstad Operette werd het enige gesubsidieerde professionele operettegezelschap van Nederland ooit. 

De bloeiperiode leek voort te zetten na de Tweede Wereldoorlog maar niets lijkt minder waar. Als we kijken naar het jaar 2000, daarin werd de subsidie van De Hoofdstad Operette stopgezet en ook lijkt van het levendige amateurcircuit in Nederland weinig meer over. Het aantal operetteverenigingen valt in ieder geval op een hand te tellen. Operette lijkt in Nederland in de tweede helft van de twintigste eeuw langzaamaan in een neerwaartse spiraal geraakt, van onbekend naar onbemind en andersom, totdat er alleen nog maar een stoffig cliché overbleef.

Kortom, het is hoog tijd voor een operetterevival, een nieuwe benadering van het genre. En in Nederland maakt theatermaker, beeldend kunstenaar, performer en operette aficionado Steef de Jong zich bij uitstek hard voor het genre. Hij oogst al jaren succes met voorstellingen waarin hij met ingenieus geconstrueerde kartonnendecors de verbeelding van de toeschouwers prikkelt.

In 2022 bracht hij zijn operette-universum naar De Nationale Opera, een huis waar in de recente geschiedenis relatief weinig plek is geweest voor operette. Operetta Land was een voorstelling die zoveel mogelijk muzikale tradities van het genre liet samenkomen om een nieuw verhaal te vertellen. Steef de Jong verzon de verhaallijn en riep de hulp in van schrijver en cabaretier Paulien Cornelissen voor de verdere uitwerking van de teksten.

Samen creëerden zij een verhaal over een verzonnen land, Operetta Land op zijn Engels, waar het personage van de Verzinner met hulp van zijn eigen fantasie terechtkomt en zijn wereld bouwt en beleeft. In Operetta Land zijn problemen, met name financiële problemen, maar de filosofie is dat alles er altijd wel weer goedkomt. Maar wanneer koning Pygmalion de koning van buurland Operanië, een grote verwijzing naar opera, in vermomming Operetta Land betreedt, dreigt het toch fout af te lopen.

Ik stelde Steef de Jong kort na een repetitie een aantal korte vragen. De muzikale selectie die hij maakte voor de voorstelling bevat namelijk maar weinig echt bekende operette-hits. Hoe heeft hij deze selectie gemaakt? 

Steef de Jong: “Nou, ik wilde operettemuziek uit alle windstreken, dus uit Frankrijk waar het ooit ontstaan is, uit Wenen natuurlijk. Het verhaal was er eerst, maar dat verhaal heb ik wel gemaakt met operette in mijn achterhoofd. Er zitten heel veel stukken in waar ik toen naar luisterde, bij het bedenken ervan. Liebe Augustin van Leo Fall geloof ik, en dat begint al over een land dat failliet is. Dus toen dacht ik, nou, dat is ook een lekker begin voor het verhaal, dan kon ik dat gebruiken. En dan zeggen ze later, we hebben weer geld, dus dat kon ik ook toepassen. Eigenlijk is het zo in elkaar gebouwd. En expres niet alleen maar classics, want op een gegeven moment word je daar een beetje melig van. Dus echt een paar enorme operettestukken, die romantiek erin, maar heel summier. Een keer aan het begin door de prinses en de prins aan het eind. En dan, ja, gewoon kijken van, nou, hier moet het weer een beetje een spektakel worden. Gewoon dingen die ik zelf heel leuk vind.”

Ik vroeg Steef ook naar de muziek waarvan hij vanaf het eerste moment, als operette aficionado, zeker wist dat hij deze in deze voorstelling kwijt wilde.

Steef de Jong: “Grappig genoeg is dat het stuk wat halverwege zit, maar daar wordt niet op gezongen. Dat is het intermezzo, geloof ik, van Das Spitzentuch der Königin van Strauss. En Johann Strauss, dat is natuurlijk mijn grote idool. Dat vind ik zulke mooie muziek. En dit is zo'n geweldig muziekstuk, dat wilde ik er heel graag in. We hadden natuurlijk geen ouverture, want ik vond dat het stuk moest beginnen met die Verzinner, die zegt dan, ‘Er is nog niks en iemand gaat het verzinnen.’ Dus niet al met muziek. En toen konden we dat heel mooi in het midden plaatsen als een soort tussenspel. En, gelukkig, helemaal aan het eind komt die muziek weer terug en dan zingen we er ook op. Dat eindlied is zo’n geweldig mooie wals. Dus dat wilde ik er wel graag in.”

En tot slot vroeg ik hem hoe hij de operette benadert. Het genre heeft een stoffige, slechte reputatie. Maar zijn we niet gewoon met z'n allen vergeten dat operette ook een spannende, ondeugende, stoute kant heeft? En hoe ziet hij dat? 

Steef de Jong: “Ja, nou, ik denk altijd operette communiceert heel direct. Met het publiek. Operette weet van zichzelf dat het een operette aan het opvoeren is, denk ik altijd. En misschien bedoel jij dat met het hebben van een stoute kant. Dat zit dan toch wel in hoe wij het stuk in elkaar hebben gedaan, door er een beetje een vete met opera van te maken. Een beetje prikken, alsof operette gewoon veel leuker is en meer bestaansrecht zou moeten hebben. En het zit er ook in dat we het genre zo serieus nemen dat we alle belangrijke elementen daarvan eigenlijk nog eens extra doen. Kijk, in de meeste operettes stop je bij twee prinsen Nicola, maar wij doen er nog één bij.”

Operetta Land, met Steef de Jong zelf in de rol van Verzinner, Lady Kant en Godin Venus—hij heeft drie petten op—is van 5 tot en met 23 oktober 2025 te beleven bij De Nationale Opera. 

Bedankt voor het luisteren naar deze audio-inleiding. Wil je meer weten, dan kan ik je van harte aanraden om het programmaboek te kopen bij je bezoek aan de voorstelling. En ook is er drie kwartier voorafgaand aan iedere voorstelling een inleiding in het theater.

Lovende reacties

in de media

Operetta Land’ van Steef de Jong is een feest waarin alles grandioos openklapt en samenvalt 

21 november

Beschilderde tuinen, feestzalen, baljurken, dinertafels, een vrachtwagen met champagne en truffels: alles wordt uit de kast gehaald in de nieuwe operette van Steef de Jong. 

21 november

Na Operetta Land wil je nog veel meer operettes gaan zien. Het liefst met teksten en decors die net zo inventief en fantasievol zijn als die van Paulien Cornelisse en Steef de Jong. 

21 november

Steef de Jongs ‘Operetta Land’ is een adembenemend pop-upboek 

21 november

De familievoorstelling is een verrukking. 

22 november

Partners De Nationale Opera Studio