Met seizoen 2026 – 2027 breekt voor Het Nationale Ballet een nieuw tijdperk aan. Na 23 jaar directeurschap van Ted Brandsen is het nu aan Ernst Meisner om de artistieke koers te bepalen. “Ik wil een brede waaier aan smaken presenteren.”
Hoe voelt dat, Ernst: een nieuw tijdperk mogen inluiden?
“Dat voelt, terwijl ik officieel nog moet aantreden, nu al heel bijzonder. Ik heb het nieuwe seizoen samen met Ted mogen voorbereiden en daar ben ik enorm dankbaar voor. Een jaar kunnen doorbrengen aan de zijde van iemand die Het Nationale Ballet al die tijd met zóveel kennis en liefde voor het vak geleid heeft, is buitengewoon waardevol en leerzaam. En door deze transitie samen vorm te geven, hoop ik dat die straks voor iedereen – dansers, medewerkers en ons publiek – ook natuurlijk en logisch zal aanvoelen. Dus ja, het gevoel is goed, nu aan het werk. Ik houd van aanpakken, van voortvarend aan de slag gaan!” Lachend: “En gelukkig mag ik Ted straks nog af en toe bellen.”
Zeker de grotere producties worden bij Nationale Opera & Ballet vaak jaren van tevoren gepland. Welke eigen accenten heb je voor het nieuwe seizoen al kunnen aanbrengen?
“Er was gelukkig nog ruimte om een aantal bijzondere makers te introduceren die nieuw voor ons gezelschap of nieuw op het grote toneel zijn. Zoals Kirsten Wicklund, die binnen onze jongtalentenprogramma’s en bij de Junior Company al opviel door haar vindingrijkheid en eigenzinnig vocabulaire. Ze maakt nu haar eerste werk voor het hoofdgezelschap, geïnspireerd door 25 jaar homohuwelijk. En Mthuthuzeli November, die door zijn heel eigen bewegingstaal – een mix van ballet en Afrikaanse dans – momenteel wereldwijd de hottest boy in town is. Ook hij maakt, na eerdere creaties voor de Nationale Balletacademie en de Junior Company, nu zijn eerste grootschalige productie voor Het Nationale Ballet. Een werk waarin hij onze kijk op wat ballet is, bevraagt en uitdaagt, en zijn visie geeft op welke volgende stappen en kleuren daarbinnen mogelijk zijn.”
“Niet nieuw voor Nederland, maar wel voor ons gezelschap is verder ook Alexander Ekman, die in zijn werk op theatrale wijze grote thema’s aansnijdt. Bij het zien van zijn PLAY, in de Parijse Opéra, werd ik volledig weggeblazen. Het was fantastisch om het publiek hierbij echt tot leven te zien komen. Die impact blijft je bij, dát is waar theater om draait. Ik ben dan ook heel blij dat wij PLAY als eerste andere gezelschap mogen uitvoeren.”
“Voor de jongste toeschouwers presenteren we een nieuwe jeugdproductie van de Britse choreograaf William Tuckett, zowel gevierd binnen de balletwereld als op het Londense West End. Als geen ander weet hij de magie van het theater te vangen.”
Een andere, al langer geplande nieuwe productie is Prooi van het Britse choreografenduo Jessica Wright en Morgann Runacre-Temple.
“Ja, dat is een project waar al een tijd aan gewerkt wordt en waar ik ongelooflijk naar uitkijk. Jess and Morgs – zoals ze zich noemen – zijn twee van de belangrijkste vrouwelijke makers van dit moment. Ze combineren livedans met video en weten daarmee echt een diepere laag en betekenis aan de dans te geven. Voor Prooi laten ze zich inspireren door onze omgang met de natuur. Een urgent, actueel thema waarvan ik het belangrijk vind dat wij artistieke teams de mogelijkheid bieden daar vragen over op te werpen en standpunten over in te nemen.”
Ook bij de Junior Company introduceer je nieuwe namen (waarover hierna meer), maar je bent niet alleen maar toekomstgericht. Je streeft naar een goede balans tussen heden, verleden en toekomst.
“Klopt, de legacy die in de afgelopen decennia is opgebouwd blijft belangrijk, want daardoor staan we als gezelschap waar we nu staan. Daar horen Rudi van Dantzig, Hans van Manen, Toer van Schayk en vele anderen bij. De drie ‘pijlers’ die Sonia Gaskell bij de oprichting van Het Nationale Ballet uitzette – de grote klassieke balletten, de hoogtepunten van het internationale repertoire en nieuwe creaties – zijn in feite ook nog steeds hetzelfde. Maar de invulling en uitwerking ervan vragen om een nieuwe, frisse blik, passend bij de tijd en wereld waarin we leven. En juist die opdracht maakt deze baan voor mij ook zo leuk en uitdagend.”
Behalve bestaand repertoire omvat dat erfgoed ook regelmatig balletten die nieuw zijn voor Het Nationale Ballet, zoals komend seizoen het geval is met werken van Hans van Manen.
“Ja, we zijn én blijven wereldwijd de grootste schatbewaarder van zijn werk en juist nu, na zijn overlijden, is het belangrijk om zijn erfenis te koesteren en uit te breiden met werken die hij oorspronkelijk voor andere gezelschappen maakte. Daarom voegen wij komend seizoen – op Hans’ eigen verzoek – Simple Things en Trilogie toe aan ons repertoire. En we hernemen zijn magnifieke The Old Man and Me, dat we slechts één keer eerder dansten. In alles wat we de komende jaren doen, in alle beslissingen die we nemen, zal de erfenis van Hans een bron van inspiratie zijn.”
Een ander belangrijk ‘erfstuk’ dat terugkeert – precies 150 jaar nadat de ‘oerversie’ in première ging –, is Rudi van Dantzigs Zwanenmeer. En er worden meer jubilea gevierd: Toer van Schayk wordt 90 en Jiří Kylián – wiens werk Nederlands Dans Theater wereldwijde roem bezorgde – wordt 80.
“Rudi’s Zwanenmeer was het allereerste ballet dat ik, op negenjarige leeftijd, zag. Ik was op slag verliefd en het is echt door Rudi’s productie dat ik naar de Nationale Balletacademie ben gegaan. En je merkt dat dit ballet, 150 jaar na de allereerste versie, steeds weer nieuwe generaties blijft raken.”