Ana Luisa Negrão - repetitie Ephemeral (2023)
Foto: Altin Kaftira

Ephemeral: ‘Als patronen die zich onverbiddelijk een weg door het marmer banen’

24 januari 2024

Tekst: Astrid van Leeuwen

Ephemeral – vluchtig, ongrijpbaar – is niet alleen de titel van Wubkje Kuindersma’s nieuwe creatie voor de Junior Company, maar typeert in feite ook het werkproces. “Normaal zoek ik muziek die aansluit bij mijn ideeën en choreografeer ik met de muziek in gedachten. Maar dit keer was de muziek pas op het laatste moment beschikbaar. Daardoor kreeg het creatieproces aanvankelijk iets ongrijpbaars en werkte ik als het ware achterstevoren: ik heb geprobeerd een choreografie te maken die bij de muziek en bij dit gevoel past.”

Speciaal vanwege het tienjarig bestaan van de Junior Company werd voor Kuindersma’s nieuwe werk een ‘open call’ voor jonge componisten uitgeschreven, waarbij de Noord-Ierse Amelia Clarkson als winnaar uit de bus kwam. Haar compositie voor harp, klarinet, cello en altviool wordt bij de eerste twee voorstellingen van Tien live op het toneel uitgevoerd door musici van Het Balletorkest (bij de overige voorstelling is de muziek op band te horen). Kuindersma: “Het is prachtige, rijke muziek, waarin ik steeds nieuwe lagen ontdek en waarvan ik steeds meer ga houden. Amelia heeft duidelijk echt haar eigen geluid.”

Patrik Benák en Poppi Eccleston - repetitie Ephemeral (2023)
Patrik Benák en Poppi Eccleston - repetitie Ephemeral (2023) | Foto: Altin Kaftira

Was ‘innerlijke drive’ hun aanvankelijke vertrekpunt, uiteindelijk kwam Kuindersma – door het werkproces én geïnspireerd door Clarksons compositie – uit bij het vluchtige, het ongrijpbare van dans, of algemener, bij de vergankelijkheid van het leven en het voorbijgaan van de tijd. “Tijdens de repetities moest ik bijvoorbeeld denken aan de ongrijpbaarheid van nevel en mist, maar ook aan de patronen in marmer die zich onverbiddelijk – net als het verstrijken van de tijd – een weg banen door het steen. Tegelijkertijd is dit nieuwe werk ook simpelweg een eerste ontmoeting tussen Amelia en mij, een verkenning, een schets, waarin we de dans en de muziek vieren en samen een ‘ephemeral’ moment delen.”

Ephemeral

dance exists in the moment
and it’s gone once the movement finishes
the memory and resonance linger though
both with performer and observer

it seems almost a contradiction:
something so physical
not being permanent
but just passing by
almost like life itself
we come and go

there is something tragically beautiful
in this ephemeral state of being
dance teaches us
to let go and not to hold on
to be in the moment
experience and simply be present

Wubkje Kuindersma