Giacomo Puccini

Giacomo Puccini

Componist

De opvolger van Verdi

Puccini is een van de laatsten in het rijtje grote Italiaanse operacomponisten. Net als Verdi schreef hij hoogromantische muziek, die vaak erg emotioneel is. Na het succes van La bohème werd Puccini door velen als de opvolger van Verdi gezien. In seizoen 2018-2019 wordt bij De Nationale Opera Madama Butterfly uitgevoerd.

  • Giacomo Puccini: 22 december 1858 (Lucca) – 29 november 1924 (Brussel)
  • Belangrijkste werken: La bohèmeToscaMadama ButterflyTurandotMessa di Gloria
  • Stroming: romantiek, verismo
  • Gezin: getrouwd met Elvira Bonturi, 2 kinderen waarvan 1 buitenechtelijk

Puccini en de opera
Puccini schreef in zijn leven 12 opera’s, waarvan er vele tot het ijzeren repertoire behoren. La bohème heeft al decennialang een plek in de top 5 van meest uitgevoerde opera’s. Madama Butterfly en Tosca keren ook regelmatig in de top 5 terug. Anders dan de meeste operacomponisten schreef Puccini doorgaans geen hoogdravende drama’s, in plaats daarvan gebruikte hij vaak eenvoudige, intieme verhalen, waar de dood van een of meerdere personages hooguit in dienst staat van de climaxwerking. In Tosca drijft hij dat wel ver door, met maar liefst vier doden…

Puccini’s stijl wordt vaak tot de stroming ‘verismo’ gerekend. Verismo betekent realisme en gaat over ‘de gewone burger’ en zijn problemen, vaak in romantische context. Dit als tegengesteld aan verhalen over goden, mythische figuren en koningen. La bohème is hier waarschijnlijk het meest treffende voorbeeld: een verhaal over vier jonge Parijse kunstenaars die in armoede leven, waarbij het liefdesleven van twee van hen centraal staat. Puccini’s muziek is romantisch, en vaak melancholisch van aard. In Madama Butterfly verlegde hij letterlijk zijn grenzen, en gebruikte hij vele oriëntalistische elementen, zoals pentatoniek en oosterse instrumenten, waaronder diverse Japanse gongs.

De Puccini-dynastie
Giacomo Antonio Domenico Michele Secondo Maria Puccini werd in 1858 geboren in het Italiaanse Lucca, als telg uit een lang muzikaal geslacht. Zijn vader, grootvader en overgrootvader waren allemaal kapelmeester bij de San Martino kathedraal van Lucca geweest. Puccini’s vader stierf echter toen Giacomo pas 5 was, en zo kwam er een einde aan de 124-jarige Puccini-dynastie van de kathedraal.

Puccini ging studeren: eerst aan het Instituto Musicale Pacini, in Lucca. Als afstudeerproject schreef hij daar zijn beroemde Messa di Gloria (1880). Daarna aan het conservatorium van Milaan. Tijdens zijn opleiding schreef hij een aantal orkestwerken, waaronder het tweeluik Preludio Sinfonico (1882) en Capriccio Sinfonico (1883), waarmee hij afstudeerde.

Eerste opera’s
Na zijn conservatoriumtijd legde Puccini zich alleen nog maar op opera’s toe. Hij nam deel aan een wedstrijd voor eenakters maar won met zijn eerste opera, Le Villi (1883), geen prijs. De componist werd wel opgemerkt door publiek, critici en de uitgever Ricordi. De laatste was ervan overtuigd dat Puccini de nieuwe nationale operacomponist na Rossini en Verdi zou worden. Verdi was ook enthousiast over het talent van Puccini, maar waarschuwde wel dat hij in opera’s niet te veel symfonische muziek moest gebruiken.

Het volgende project, Edgar (1889), zou pas vijf jaar later voltooid worden. Het was geen groot succes, ondanks diverse revisies. Uiteindelijk begon hij, mede onder financiële druk van Ricordi, aan een nieuwe opera, Manon Lescaut. Puccini voltooide deze in 1893, en dit was wél direct een doorslaand succes. Niet alleen was zijn naam nu definitief gevestigd, Puccini was ook direct uit de financiële problemen. Hij kon zelfs een villa in Torre del Lago laten bouwen, waar hij tot zijn dood gewoond heeft.

Huwelijk en affaires
Puccini’s geliefde Elvira Gemignani was getrouwd met een koopman. Dat was echter  geen gelukkig huwelijk. In 1886 kregen Elvira en Puccini samen een zoon, Antonio. Ze moesten wachten tot de dood van de koopman in 1904 tot ze konden trouwen. Puccini was  niet erg trouw tijdens zijn huwelijk. Hoewel hij tot zijn dood getrouwd bleef en zijn vrouw ook in bescherming nam, had hij diverse affaires met zangeressen.

In 1909 veroorzaakte Elvira een enorm schandaal door het dienstmeisje van de familie Puccini, Doria Manfredi, er publiekelijk van te beschuldigen een affaire met Puccini te hebben. De commotie die ontstond, was zo groot dat het meisje zelfmoord pleegde. Uit de autopsie bleek dat ze onschuldig was geweest: ze was als maagd gestorven. Elvira werd aangeklaagd en veroordeeld tot een celstraf, maar door interventie van Puccini, die de familie van het meisje afkocht, hoefde ze de straf niet uit te zitten. Dit voorval inspireerde Puccini tot het personage Líu in Turandot.

Madama Butterfly 

In 1900 begon Puccini aan Madama Butterfly, na een toneelstuk van het verhaal in London gezien te hebben. Een auto-ongeluk in 1903 vertraagde echter het compositieproces. Daardoor was er weinig tijd voor de repetities. De première in Milaan in 1904 liep dan ook uit op een fiasco. Na enkele revisies werd het een paar maanden later opnieuw uitgevoerd in Brescia, en het succes was zo groot dat de opera direct de hele wereld over ging.

Laatste jaren en politiek
Tijdens de oorlog begon Puccini aan een bijzonder drieluik van drie korte opera’s. Het zogenaamde Il Trittico bestaat uit drie eenakters: Il TabarroSuor Angelica en Gianni Schicchi. De laatste van die drie is de meest uitgevoerde. Het drieluik ging in 1918 in première bij The Metropolitan in New York. Het enorme succes ervan herbevestigde Puccini’s positie als leidende Italiaanse componist.

In 1923 had Puccini een ontmoeting met Benito Mussolini. Hij hoopte op steun voor een theater in Viareggio, waar hij tijdelijk woonde. De fascistische partij benoemde hem tot erelid, maar er is geen bewijs dat Puccini daadwerkelijk bij de partij betrokken was. Wel deed hij een hoop moeite om senator te worden, eveneens om politieke steun te krijgen voor het theater. Het theater is er nooit gekomen, maar Puccini werd een aantal maanden voor zijn dood wel tot senatore a vita benoemd.

Dood en nalatenschap
Vanaf eind 1923 kreeg Puccini steeds vaker last van zijn keel. De componist was een kettingroker die dol was op dure sigaren en sigaretten. Een specialist in Florence constateerde keelkanker. Puccini ging naar Brussel om een stralingstherapie te ondergaan. Een dag later stierf Puccini aan een hartaanval die werd veroorzaakt door heftige bloedingen. Zijn lichaam werd naar Milaan gebracht, waar het werd bijgezet in de familietombe van zijn vriend Arturo Toscanini. Twee jaar later werd het lichaam overgebracht naar Torre del Lago, waar het in de kapel van de villa begraven werd.

De opera Turandot, waar Puccini aan bezig was, bleef zo onvoltooid. De laatste twee scènes werden later door de componist Alfano geschreven, in samenwerking met Toscanini. De villa van Puccini is in de familie gebleven. Vandaag de dag is het een museum waar bezoekers het familiegraf kunnen bezoeken en waar manuscripten, brieven en andere artefacten uit Puccini’s leven worden bewaard.