Ted Brandsen

Ted Brandsen: ‘We kunnen niet wáchten’

Het Nationale Ballet bestaat op 31 augustus exact 60 jaar. Wat begon als een pioniersgezelschap met een eigen, rebelse identiteit is inmiddels uitgegroeid tot een van de topballetgezelschappen in de wereld.

“Dat is iets waar we als Nederland enorm trots op mogen zijn”, aldus artistiek directeur Ted Brandsen. Met zijn programmakeuzes voor het komende jubileumseizoen onderstreept Brandsen daarom nog eens hoe omvangrijk en gevarieerd het artistieke erfgoed van het gezelschap is, maar minstens even belangrijk vindt hij het om, met nieuwe creaties, vooruit te kijken. “Door alle coronarestricties komen we uit een periode van ‘watertrappelen’. We staan met z’n allen dus echt te popelen om weer in het licht te stappen. Op naar nieuwe uitdagingen.”
 

Sonia Gaskell

Hij heeft Sonia Gaskell, de eerste artistiek directeur van Het Nationale Ballet, nooit gekend, maar met de artistieke lijnen die zij in de beginjaren uitstippelde, is Ted Brandsen het nog altijd roerend eens. “Ons repertoire concentreert zich nog altijd rond dezelfde drie vragen: wat van het klassieke danserfgoed moeten we absoluut koesteren? Wat zijn de meest relevante choreografen en creaties van dit moment? En hoe en met wie geven we ruimte aan risico en experiment?”

De antwoorden op die vragen veranderen echter continu. “Veel experimentele producties uit het verleden worden nu gezien als klassiekers. Het is daarom van cruciaal belang dat we blijven vernieuwen. Qua repertoire, maar bijvoorbeeld ook in onze relatie met het publiek. We willen steeds meer mensen laten ervaren dat Nederland met Het Nationale Ballet een groep van wereldklasse in huis heeft. Dezelfde drive waarmee Gaskell en anderen Het Nationale Ballet in de jaren zestig uit de grond hebben gestampt, voelen wij nu ook. We kunnen niet wáchten tot we weer voor publiek mogen optreden.”
 

Raymonda

Het 60-jarig jubileum is, zegt Brandsen, “een moment om stil te staan bij alles wat in de afgelopen decennia is opgebouwd, maar ook een moment om ons te bezinnen op de richting die we de komende jaren uit willen.” Beide aspecten komen dan ook aan bod in het feestelijke jubileumseizoen. Een opvallende, bewuste keuze die Brandsen daarbij heeft gemaakt, is dat alle producties van eigen bodem zijn, ofwel speciaal voor het gezelschap zijn of worden gemaakt.
 

Toer van Schayk en Hans van Manen

Het seizoen opent en eindigt met een programma dat gewijd is aan twee van de belangrijkste choreografen in de geschiedenis van Het Nationale Ballet: Toer van Schayk en Hans van Manen. Brandsen: “Beiden hebben in grote mate bijgedragen aan het eigen gezicht van ons gezelschap. Toer al vanaf de oprichting in 1961 en Hans vanaf de jaren zeventig, en zijn internationale impact is de afgelopen jaren alleen nog maar groeiende. Naast Toers meesterwerk 7e Symfonie presenteren we een wereldpremière van hem, Lucifer Studies, geïnspireerd door Vondels Lucifer. Van Hans brengen we een groot aantal werken in een speciaal Van Manen Festival, waarin ook andere Nederlandse én buitenlandse gezelschappen optreden.”

Na het TOER-programma volgen twee avondvullende hitproducties uit de afgelopen jaren: Brandsens eigen Mata Hari, over een van de meest iconische vrouwen in de Nederlandse geschiedenis, en het ‘decemberballet’ bij uitstek: Notenkraker & Muizenkoning. Brandsen: “Notenkraker is de meest feestelijke productie uit ons repertoire, dus die mag in dit jubileumseizoen niet ontbreken.”

Waar Brandsen zelf erg naar uitkijkt, is dat hij komend seizoen ook weer een voor Nederland nieuwe klassieker kan uitbrengen: Raymonda. “Gebaseerd op Marius Petipa’s beroemde choreografie uit 1898, maar in een totaal nieuwe productie van Rachel Beaujean. Daarin blijft de prachtige ‘uitstalkast van de klassieke ballettechniek’ die Raymonda is behouden, terwijl we afscheid nemen van elementen die in deze huidige tijd niet meer passen.”
 

Nieuwe familievoorstelling

Ook verheugt Brandsen zich enorm op Anansi, een nieuwe, multidisciplinaire familievoorstelling, waarvoor Het Nationale Ballet samenwerkt met De Nationale Opera. “Uitgangspunt voor deze wereldpremière zijn de belevenissen van de mythische spin Anansi – bekend uit volksverhalen uit West-Afrika en Suriname – die zijn tegenstanders steeds te snel af is.”

Nieuwe namen maken met Anansi hun debuut bij Nationale Opera & Ballet, onder wie de Zuid-Afrikaanse componist Neo Muyanga en choreograaf Shailesh Bahoran, wiens werk zich onderscheid door een opvallende combinatie van hiphop en invloeden uit zijn Hindoestaanse achtergrond.

In het voorjaar van 2022 brengt Het Nationale Ballet voorts een programma uit met enkel wereldpremières. “Van David Dawson, die zijn carrière als choreograaf bij ons begonnen is en inmiddels een wereldster is, en van twee makers die zich de afgelopen jaren ruimschoots bewezen hebben: Juanjo Arqués en onze nieuwe ‘Young Creative Associate’ Wubkje Kuindersma.” Ook de twee andere ‘Young Creative Associates’ van het gezelschap, Milena Sidorova en Sedrig Verwoert, creëren in het jubileumseizoen nieuw werk.
 

Honger naar kunst en cultuur

Dat een land dat voor de oorlog nauwelijks een danstraditie kende, laat staan een ballettraditie, nu beschikt over een groep die door The New York Times werd uitgeroepen tot een van de vijf meest vooraanstaande én creatieve balletgezelschappen in de wereld, is iets om bij stil te staan en te vieren.

“Na de Tweede Wereldoorlog heeft een aantal pioniers, onder wie Gaskell, ballet in ons land op de kaart gezet. Wat hielp was dat er – net als nu – een enorme honger naar kunst en cultuur was, naar ‘verbreding’ in een land dat gaandeweg ‘ontzuilde’. Maar zonder de juiste mensen waren we nooit gekomen waar we nu staan. Gaskell mag niet voor iedereen de meest prettige persoon zijn geweest, met haar enorme wilskracht heeft ze wel heel veel voor elkaar gebokst. Net als haar opvolger Rudi van Dantzig, die met zijn eigenzinnige visie liet zien hoe ballet zich kan verhouden tot en een antwoord kan geven op ontwikkelingen in de maatschappij.”

Brandsen is er trots op dat hij in hun voetsporen mocht treden, iets wat hij 40 jaar geleden, toen Van Dantzig hem als danser aannam, nooit had kunnen denken. “Ik was al verbijsterd dat hij mij überhaupt een kans gaf, als danser en later ook als choreograaf. Nu ben ik – naast Rachel Beaujean die mij nog overtreft – de langst dienende bij Het Nationale Ballet.” Lachend: “Als ik met dansers van nu wel eens praat over mijn beginjaren, zie je hen denken: ‘Goh, dat was echt in de oudheid’.”

Tekst interview: Astrid van Leeuwen