De Nationale Opera presenteert

Don Carlo Giuseppe Verdi (1813-1901)

Deze productie was te zien in mei 2012

Don Carlo

Giuseppe Verdi
Opera in quattro atti
Libretto van Camille du Locle en Joseph Méry, gebaseerd op het toneelstuk Don Carlos, Infant von Spanien van Friedrich Schiller
Wereldpremière herziene versie 10 januari 1884, Teatro alla Scala, Milaan

 

Deze productie

Nieuwe productie
Première 7 mei 2012

Over de opera

Het ideeëndrama van de Duitse dichter Friedrich Schiller werd door componist Giuseppe Verdi omgesmeed tot een opera waarin grote massascènes op fascinerende wijze zijn gecombineerd met scherp getekende portretten van individuele personages, en algemeen politieke thema’s vervlochten zijn met de emotionele conflicten van de hoofdfiguren. De om politieke redenen onvervulbare liefde

van de Spaanse kroonprins voor Elisabeth van Valois speelt zich af tegen de achtergrond van de militaire confrontaties tussen Spanje en de Nederlanden en de terreur van de Inquisitie. In dit werk zien we al duidelijk hoe Verdi zich ontwikkelt in de richting van het doorgecomponeerde drama, maar de soloscènes en duetten, zoals dat tussen de beide vrienden Carlos en Posa, zijn van grote emotionele kracht.

‘Verdi wilde zichzelf zijn. En dat lukte hem ook. Hij was niet de mening toegedaan dat het theater een museum moest zijn. Alleen al het idee van een museaal theater stond hem tegen.’ - Luigi Dallapiccola

Het verhaal

I.
Don Carlo, de Spaanse kroonprins, is verliefd op zijn jonge stiefmoeder, Elisabetta di Valois. Zijn vriend Rodrigo, markies van Posa, probeert hem af te leiden en smeekt hem zich in te zetten voor de onderdrukte Nederlanden. Carlo vraagt Elisabetta te bemiddelen bij de koning, Filips II (Filippo). Als hij zijn gevoelens de vrije loop laat, wijst zij hem terecht, hoewel ze ook van hem houdt. Carlo snelt weg. De koning is woedend omdat hij de koningin alleen aantreft. In een gesprek met Rodrigo, die bij hem voor de Nederlanden pleit, vertelt hij deze over zijn zorgen omtrent Elisabetta en Carlo.

II.
Na een anoniem briefje te hebben ontvangen verwacht Carlo ’s nachts de koningin in de tuin. De schrijfster is echter prinses Eboli, die verliefd op hem is. Als Carlo zich laat ontvallen dat hij van Elisabetta houdt en Eboli afwijst, zweert zij wraak. Rodrigo verzoekt Carlo belastende documenten inzake de Nederlanden aan hem toe te vertrouwen.
Vlak vóór een openbare ketterverbranding benaderen afgezanten uit de Nederlanden de koning en smeken hem om hulp. Hij laat hen afvoeren, waarop Carlo met getrokken degen eist naar de Nederlanden te worden gestuurd. Rodrigo ontwapent hem, waarop Filippo de markies tot hertog bevordert en Carlo laat arresteren.

III.
Filippo krijgt van de Grootinquisiteur hulp om zijn zoon een proces aan te doen. Prinses Eboli heeft de koning het juwelenkistje van Elisabetta toegespeeld, met daarin een portret van Carlo. Hij confronteert haar daarmee, tot haar grote ontzetting. Eboli bekent alles, ook het feit dat ze de minnares van de koning is geweest. Elisabetta verbant haar van het hof.
Bij Rodrigo zijn de documenten aangetroffen. Hij zoekt Carlo op in de gevangenis, wetend dat zijn laatste uur geslagen heeft. Getroffen door een dodelijk schot, sterft Rodrigo in Carlo’s armen. Filippo wil Carlo zijn degen teruggeven, maar deze wijst hem af en bekent dat Rodrigo voor hem is gestorven. Als het volk de gevangenis bestormt, weet Carlo te vluchten.

IV.
Elisabetta en Carlo nemen afscheid bij het klooster van San Yuste. Zij worden verrast door de koning en de Grootinquisiteur, maar voordat de wachten Carlo gevangen kunnen nemen, zoekt deze verlossing in het hiernamaals.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Yannick Nézet-Séguin
Regie 
Willy Decker
Instudering regie 
Meisje Barbara Hummel
Decor 
Wolfgang Gussmann
Kostuums 
Wolfgang Gussmann
Susana Mendoza
Licht 
Hans Toelstede
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Orkest 
Rotterdams Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Martin Wright
Filippo II 
Mikhail Petrenko
Don Carlo 
Massimo Giordano
Rodrigo 
Christopher Maltman
Il grande inquisitore 
Sir John Tomlinson
Un frate 
Andrea Mastroni
Elisabetta di Valois 
Camilla Nylund /
Maria Pia Piscitelli
La principessa d'Eboli 
Ekaterina Gubanova
Tebaldo, paggio d’Elisabetta 
Eugénie Warnier
La contessa d'Aremberg 
Mariëtte Oelderik
Il conte di Lerma/Un araldo reale 
Rudi de Vries
Una voce dal cielo 
Lisette Bolle
Deputati fiamminghi 
Peter Arink
Leo Geers
Sander Heutinck
Bas Kuijlenburg
Richard Meijer
Harry Teeuwen

Rotterdams Philharmonisch Orkest

Het orkest, dat tot de wereldtop behoort, onderscheidt zich door de intensiteit van zijn concerten, de kleurrijke klank en de gedurfde manier waarop het zijn publiek benadert. Het Rotterdams Philharmonisch werd opgericht in 1918.

MET STEUN VAN:

    di 21 jan Mischa Spel, NRC Handelsblad

    ‘Deze tijdloze, tragische en vol fraaie tableaus geënsceneerde Don Carlo is met zijn duistere orkestrale woelingen, monumentale koorscènes (Yannick is ook koordirigent en dat hoor je in de subtiliteit van de interactie tussen bak en bühne) een voorstelling om niet te missen. […] Nézet-Séguin gaat het Rotterdams Philharmonisch voor in zeer kleurrijk spel en scherpe contrasten, waarbij zijn grootste fort ligt in detaillering, subtiliteit en raffinement. […] Giordano is met zijn viriele fysiek en tenorale snikjes een bevredigende Carlos, een ontdekking zelfs […] Fraai en imposant is het roldebuut van Christopher Maltman (Posa) en lekker dramatisch de Eboli van Ekaterina Gubanova.’

    di 21 jan Roeland Hazendonk, Het Parool

    Gebleven zijn het geweldige regieconcept van regisseur Willy Decker en het prachtdecor van Wolfgang Gussmann. […] Decker en zijn team zetten het enigszins rommelige verhaal in dit overweldigende decor dramatisch en perfect in de pas met de grootse muziek van Verdi neer. Het licht verschiet prachtig bij al die donkere wolken die in de orkestbak voorbijtrekken. Nézet-Séguin verricht daar fantastisch werk. Zijn opvatting is minder medogenloos dan de zwart vlammende Italiaanse vuurzee van Chailly, acht jaar geleden, en pakt dus anders, maar heel goed uit.’

    di 21 jan Guido van Oorschot, De Volkskrant

    ‘In een opera die draait om bikkels als koning Filips II en de brandstapels van de Spaanse inquisitie, verkoos Yannick de invoelende benadering. […] Basis van de dynamiek is bij hem immers het milde midden, mezzopiano en mezzoforte, vanwaaruit de orkestrale bliksemflits des te feller oplicht. […] Hoe hoger de noten klommen, hoe overtuigender Jekaterina Goebanova de intrigante Eboli neerzette. Sir John Tomlinson was een dijk van een grootinquisiteur. […] Zanger van de avond was Christopher Maltman.’