Ted Brandsen
Erwin Olaf

‘Een voorstelling live ervaren, blijft toch het mooiste wat er is’

Directeur Ted Brandsen over het seizoen waarin Het Nationale Ballet zijn zestigste verjaardag viert.

Van een ‘coronaseizoen’ overschakelen naar een feestseizoen. Bij Het Nationale Ballet zijn ze er méér dan klaar voor om het zestigjarig bestaan van Nederlands grootste dansgezelschap groots te vieren. In lijn met het beleid van zijn voorgangers kijkt directeur Ted Brandsen daarbij zowel achterom als vooruit. “We besteden aandacht aan de choreografen en producties die ons groot gemaakt hebben, maar kijken zeker ook naar de toekomst. Juist nu, na een tijd met vele beperkingen, bruisen we van de ideeën.”

“We komen uit een stand van watertrappelen.” Zo omschrijft Ted Brandsen (62) de afgelopen coronatijd, waarin de dansers van Het Nationale Ballet hun lichaam voortdurend in topconditie moesten zien te houden, maar de mogelijkheden om op te treden helaas zeer beperkt waren. Hij en het hele gezelschap staan dan ook te popelen om weer voluit te gaan. “We willen verder bouwen, nieuwe uitdagingen aangaan en nieuwe kansen creëren om nog veel meer mensen te betrekken bij wat we doen.”

Dat geldt zeker ook voor het komende, bijzondere seizoen, waarin Het Nationale Ballet viert dat het zestig jaar geleden werd opgericht. “Het is voor ons een moment om nadrukkelijk te markeren, zeker na de afgelopen coronaperiode. We mogen in Nederland ongelooflijk trots zijn op en dankbaar voor wat het gezelschap in die zestig jaar heeft bereikt en het omvangrijke choreografische erfgoed dat daarbij is opgebouwd. Dat een land dat voor de oorlog nauwelijks een danstraditie kende, laat staan een ballettraditie, nu beschikt over een groep die tot de tien meest vooraanstaande én creatieve balletgezelschappen in de wereld wordt gerekend, is wel iets om bij stil te staan en uitgebreid te vieren.”

‘Alle producties die we dit seizoen tonen, zijn van eigen bodem’

Avontuur en experiment

Dat vieren gebeurt – waar het de voorstellingen betreft – in grote lijnen nog altijd volgens de artistieke principes die door de eerste artistiek directeur van Het Nationale Ballet, de markante Sonia Gaskell, werden vastgesteld. Brandsen: “Ik heb haar helaas nooit ontmoet, maar zij was een visionair en begreep heel goed dat ook een groot internationaal balletgezelschap niet alleen achterom moet kijken, maar juist ook vooruit. Naast het standaardrepertoire van de negentiende-eeuwse klassiekers en de hoogtepunten uit het recente danserfgoed gaf ze daarom altijd veel ruimte aan avontuur en experiment. Ze gaf jonge Nederlandse choreografen opdrachten en had een neus voor belangrijk buitenlands talent.”

Voor Brandsen vormt dit ‘driepijlersbeleid’ dan ook nog steeds de basis voor alle artistieke beslissingen. Iconische klassiek-romantische balletten worden afgewisseld met eigen avondvullende producties waarin nieuwe verhalen worden verteld of klassieke thema’s een nieuwe invulling krijgen. En naast topwerken uit het bestaande hedendaagse balletrepertoire presenteert Het Nationale Ballet ook veel gloednieuwe creaties, vanuit de overtuiging dat die, zoals Brandsen zegt, “het levensbloed zijn van elk balletgezelschap.”

Speciaal voor dit jubileumseizoen heeft hij daarbij nog een opvallende keuze gemaakt. “Alle producties die we dit seizoen tonen, zijn van eigen bodem. Dat wil zeggen dat ze speciaal voor het gezelschap zijn of worden gemaakt door Nederlandse of in Nederland werkzame choreografen. In lijn met de recente gebeurtenissen in de wereld denk ik dat het belangrijk is dat we het ‘lokale’ herwaarderen. Dat we trots zijn op wie en wat we allemaal in huis hebben en dat we bij het aangaan van nieuwe samenwerkingen ook dichtbij huis blijven en dus voor ons gezelschap nieuwe Nederlandse makers uitnodigen.”

Ted brandsen
Foto: Altin Kaftira

Gezichtsbepalende choreografen

Trots is Brandsen zeker op de nu al decennialange samenwerking met Hans van Manen en Toer van Schayk, die Het Nationale Ballet in de jaren zeventig en tachtig samen met Rudi van Dantzig (1933-2012) internationaal op de kaart hebben gezet. Beiden worden komend seizoen dan ook geëerd met aan hen gewijde programma’s, waarbij stilgestaan wordt bij Van Manens negentigste en Van Schayks vijfentachtigste verjaardag. Brandsen: “Hans en Toer hebben in grote mate bijgedragen aan het eigen gezicht van ons gezelschap. Toer al vanaf de oprichting in 1961 en Hans vanaf de jaren zeventig, en zijn internationale impact is de afgelopen jaren alleen nog maar groeiende. In ons openingsprogramma TOER presenteren we Toers meesterwerk 7e Symfonie in combinatie met een wereldpremière van zijn hand, geïnspireerd door Vondels Lucifer. In mei 2022 gaan we op tournee met een Hans van Manen-programma en een maand later organiseren we een uitgebreid Van Manen Festival, waaraan naast diverse Nederlandse groepen ook een aantal prestigieuze buitenlandse gezelschappen meewerken, zoals het Russische Marijinski Ballet en het Wiener Staatsballett.”

 

Grootse nieuwe balletklassieker

Na het TOER-programma volgen twee avondvullende hitproducties uit de afgelopen jaren: Brandsens eigen Mata Hari, over een van de meest iconische vrouwen in de Nederlandse geschiedenis, en het ‘decemberballet’ bij uitstek: Notenkraker & Muizenkoning. Brandsen: “Notenkraker is de meest feestelijke productie uit ons repertoire, dus die mag in dit jubileumseizoen natuurlijk niet ontbreken.”

Waar Brandsen zelf ook erg naar uitkijkt, is dat hij in het komende seizoen ook weer een nieuwe, in Nederland nog niet eerder uitgebrachte balletklassieker kan presenteren: Raymonda. “Het is het laatste avondvullende meesterwerk van Marius Petipa, dé grote choreograaf van het negentiende-eeuwse Russische ballet, maar wij brengen het ballet in een volledig nieuwe versie van adjunct-artistiek directeur Rachel Beaujean. Daarin blijft de betoverende ‘uitstalkast van de klassieke ballettechniek’ die Raymonda is behouden, terwijl we afscheid nemen van elementen die in deze huidige tijd niet meer passen. We hebben daarin een naam hoog te houden: al sinds Rudi van Dantzigs Romeo en Julia uit 1967 presenteren we eigen, nieuwe versies van de grote klassiekers, die in hun aanpak en hun vormgeving internationaal uitblinken en waarin we recht doen aan zowel heden als verleden.”

Ted Brandsen
Foto: Angela Sterling

Mythische spin

Ook verheugt Brandsen zich enorm op Hoe Anansi the Stories of the World bevrijdde, een nieuwe, multidisciplinaire familievoorstelling, waarvoor Het Nationale Ballet samenwerkt met De Nationale Opera. “We willen de komende jaren een aantal gezamenlijke producties presenteren en voor deze eerste voorstelling hebben we bewust gekozen voor een verhaal dat ook kinderen en volwassenen met een andere culturele achtergrond kan aanspreken. Dat verhaal, bekend van volkslegendes uit West-Afrika, Suriname en de Caraïben, vertelt over de belevenissen van de mythische fabelspin Anansi die met zijn magische krachten zijn tegenstanders steeds te snel af is.”

Nieuwe namen maken met Anansi hun debuut bij Nationale Opera & Ballet, onder wie choreograaf Shailesh Bahoran. Brandsen: “Ik heb grote bewondering voor Shailesh. Sinds hij deelnam aan ons project Zwanenmeer Bijlmermeer ben ik hem blijven volgen. Eerst bij ISH, waar hij zijn eerste hiphopchoreografieën maakte, tot zijn recente producties waarin hij een heel eigen taal spreekt.”

 

Wereldpremières

In het voorjaar van 2022 brengt Het Nationale Ballet vervolgens een hele reeks van wereldpremières op de planken. “We beginnen met Made in Amsterdam, met daarin allereerst een nieuwe creatie van David Dawson, die zijn carrière als choreograaf bij ons begonnen is en die inmiddels een wereldster is. En voorts nieuwe werken van drie veelbelovende jonge makers met ieder een geheel eigen signatuur: Juanjo Arqués en onze nieuwe ‘Young Creative Associates’ Wubkje Kuindersma en Sedrig Verwoert.”

De derde nieuwe ‘Young Creative’, Milena Sidorova, maakt in dit jubileumseizoen een choreografie voor Shooting Stars, het nieuwe tourneeprogramma van de Junior Company van Het Nationale Ballet. Brandsen: “Ook dit programma telt diverse wereldpremières, zoals onder meer een nieuw werk van Peter Leung, die de laatste jaren opvallende multidisciplinaire producties creëerde, en van Marta Reig Torres. Na haar danscarrière bij Het Nationale Ballet maakte Marta vooral naam binnen het hedendaagse danscircuit en nu keert ze als choreografe dus terug bij ons gezelschap.”

‘Mensen kunnen niet wáchten om onze dansers weer live te kunnen bewonderen’

‘Upswing’

Dat Het Nationale Ballet inmiddels gerekend wordt tot de top tien van internationaal toonaangevende balletgezelschappen betekent, zegt Brandsen, beslist niet dat hij en zijn team nu tevreden achterover kunnen leunen. “Het houdt nooit op! Alleen al omdat ballet toch nog altijd het imago heeft elitair en tuttig te zijn. We zullen dus steeds weer moeten bewijzen dat dat beeld volstrekt achterhaald is, steeds weer opnieuw mensen voor onze kunstvorm moeten enthousiasmeren. Gelukkig zit dans momenteel wel duidelijk weer in de ‘upswing’. Dat merken we ook aan alle positieve reacties van het Nederlandse én internationale publiek dat we in het afgelopen jaar met onze streams livestreams hebben bereikt.”

Het enorme succes daarvan maakt dat Het Nationale Ballet ook komend seizoen doorgaat met dit onlineaanbod, maar dan wel náást de live-voorstellingen. “We hebben afgelopen juni al mogen ervaren hoe geweldig het is om weer voor publiek te kunnen optreden. Een voorstelling live ervaren, blijft toch het mooiste wat er is. Voor de dansers, die echt energie krijgen van een volle zaal, maar ook voor het publiek. We horen het dan ook van alle kanten: mensen kunnen niet wáchten om onze dansers weer live te kunnen bewonderen.”

Tekst: Astrid van Leeuwen