Geschiedenis

Nationale Opera & Ballet is een relatief jong theater met een lange voorgeschiedenis. Al in 1915 stond de bouw van een nieuw stadhuis en operagebouw op de agenda van de Amsterdamse gemeenteraad. Nadrukkelijk sprak men toen over een operagebouw; ballet was destijds een nog vrij onbekende en daarmee ondergewaardeerde kunstvorm.

Waar dit stadhuis en operagebouw precies moesten komen, was onderwerp van discussie. Pas veel later zou het idee ontstaan om van beide gebouwen één complex te laten vormen. Het architectenteam Berghoef en Vegter kreeg in 1955 van de Amsterdamse gemeenteraad opdracht tot een conceptontwerp voor een stadhuis aan het Waterlooplein. De samenwerking werd in 1964 door diezelfde raad beëindigd, omdat het ontwerp afweek van hun eerdere plannen. In 1967 moest een prijsvraag een nieuw ontwerp opleveren. De plannen van de winnende Weense architect Wilhelm Holzbauer verdwenen echter jarenlang in de ijskast.

De conceptie van het voorgenomen operagebouw verliep minstens zo problematisch. Eventjes werd er zelfs gedacht aan een verplaatsbaar operatheater. Ingenieur Bijvoet kreeg in 1956 de opdracht een operagebouw te ontwerpen voor het Frederiksplein. In 1961 moest hij zijn ontwerp ‘verhuizen’ naar de Ferdinand Bolstraat. De gemeente keurde de bouwplannen in 1967 goed. Niettemin zat er weinig schot in de zaak: voor- en tegenstanders kregen riant de tijd voor discussie.

Architect Wilhelm Holzbauer doorbrak in 1979 de impasse rond beide gebouwen. Hij opperde om stadhuis en operagebouw te combineren in één complex. De gemeenteraad stemde daarmee in. Toen ook het Rijk zich positief opstelde, ging het bouwproject eindelijk de realisatiefase in. Een grote verandering was dat inmiddels was vast komen te staan dat het gebouw ook onderdak zou moeten bieden aan Het Nationale Ballet als huisgezelschap.  

Toen ingenieur Bijvoet in 1979 overleed nam architect Cees Dam diens plaats in. In 1980 ging de Amsterdamse gemeenteraad, ondanks protesten, akkoord met het ontwerp. Bij het slaan van de eerste paal braken rellen uit. Op 23 september 1986 werd het gebouw officieel geopend, als Het Muziektheater Amsterdam. In september 1988 betrok de gemeente Amsterdam haar nieuwe stadhuis. In datzelfde jaar keerde ook de beroemde Waterloopleinmarkt, die tijdelijk was uitgeweken naar de Rapenburgerstraat, op het plein terug.

Het gebouw
Wilhelm Holzbauer en Cees Dam, de architecten van de afzonderlijke bouwprojecten Stadhuis en Het Muziektheater Amsterdam stonden voor de niet geringe opgave om van twee gecompliceerde bouwprogramma's één ontwerp te maken. De ruimtelijke en functionele versmelting van stadhuis en theater is met name zichtbaar op de begane grond, waar binnenstraten aansluiten op de levendige binnenstad.

Architectuur
De gebogen, naar de Amstel gekeerde voorzijde van het theater vormt het architectonische hoogtepunt. Door de ruimtevormende indeling en de niveauverschillen ontstaat een speelse vermenging van binnen- en buitenruimten.

Foyer
Achter de glazen gevel bevinden zich de zaal en rondlopende foyers van 14 meter hoog. Vanwege het gebruik van glas is vanuit de foyers een prachtig panoramisch uitzicht over de Amstel gecreëerd, van Magere Brug tot Munttoren. In de foyer is voor zachte kleuren gekozen.

Het combinatieontwerp handhaaft de theaterzaal uit Bijvoets oorspronkelijke ontwerp. Met 1600 stoelen is het een grote zaal, maar deze heeft desondanks toch een intiem karakter. Door de halfronde vorm zijn de afstanden tot het podium kort, waardoor het publiek vanuit vrijwel alle stoelen goed zicht op het toneel heeft.