YOLO

Yolo-opera's: Hoe YOLO zijn Don Giovanni en Violetta Valéry?

You Only Live Once, afgekort als YOLO. Het is een catchphrase die je sinds het aanbreken van het socialemediatijdperk overal terugziet: in Instagramposts, op houten quotebordjes en zelfs in de vorm van tattoos. We gebruiken dit multifunctionele zinnetje wanneer we ons saaie werkleven even willen inruilen voor knotsgekke activiteiten die bij het leven anno 21ste eeuw horen: een trektocht door de Sahara, skydiven met de vriendengroep of een toertje op de jetski. Op het internet pronken we graag met de manier waarop we ons leven leven: steeds sneller, intenser en risicovoller – want zo denken we gelukkig te zijn. Dat zien we ook op het operapodium gereflecteerd, met name in Don Giovanni en La traviata. De titelrollen van deze opera’s zijn immers levensgenieters bij uitstek die als consumptiebeesten door het leven razen, maar daardoor niet noodzakelijk gelukkiger worden. Hoe YOLO zijn titelrollen Don Giovanni en Violetta, en hoe lang houden ze dit vol?

Tekst: Eline Hadermann 

Don Giovanni

In Mozarts Don Giovanni leidt de gelijknamige, bekende verleider een losbandig leven. Terwijl Don Giovanni vrouw na vrouw verleidt, vreet, drinkt en feest hij erop los. Zonder nadenken stuift hij van de ene verleidingspoging naar de andere, maar geen van deze pogingen weet hem ooit helemaal te bevredigen. Zijn dienaar Leporello laat ons in het begin al meekijken in het register dat hij opstelde om Don Giovanni’s veroveringen bij te houden: “In Italië zeshonderdveertig, in Duitsland tweehonderd eenendertig, honderd in Frankrijk, in Turkije eenennegentig, maar in Spanje zijn ’t er al duizend en drie”. Heel Europa reist hij af om zich in elk land steeds gulziger te laven aan seksuele avonturen en ander genot.

Don Giovanni’s oppervlakkige losbandigheid wordt in de vakliteratuur vaak geïnterpreteerd als zinnelijk tegengif tegen de rationele Verlichting die in de 18de eeuw de boventoon voerde. Maar Don Giovanni’s verlangen naar kicks is, naast een brutale tegenreactie op de heersende 18de-eeuwse moraal, verrassend genoeg ook ultramodern. Zo merkt psychiater Dirk de Wachter in Borderline Times – Het einde van de normaliteit op dat onze hedendaagse samenleving wordt gekenmerkt door eenzelfde overdreven hang naar “het vluchtige, het nieuwe, het vergankelijke”, dat in onze hedonistische reclamecultuur ook steeds binnen handbereik ligt. Het verlangen naar steeds meer, intensere en snellere impulsen van buitenaf is bovendien een must geworden voor een hip, modern leven: allemaal moeten we de banaliteit van het leven doorbreken door minstens twee keer per jaar op reis te gaan en in het weekend doldwaze avonturen te beleven – anders heb je niet geleefd. “Eerst was genot zondig, toen werd het toegelaten, en nu is het verplicht”, stelt De Wachter, die zo’n constante zoektocht naar avontuur ook meteen als risicogedrag bestempelt.

Zulk gedrag is eigen aan Don Giovanni. Zijn verleidingswoorden voor Donna Elvira zijn nog niet koud, of hij zoekt al een nieuw liefdesavontuur bij Zerlina op, want zijn verlangens moeten liever vandaag dan morgen worden bevredigd. En zijn ‘risicogedrag’ manifesteert zich niet enkel in de liefde: zijn steekpartij met de Commendatore in het begin van de opera geeft hem zo’n kick, dat hij, naarmate de opera vordert, deze ervaring op de spits drijft. Wanneer hij samen met Leporello een nachtelijk uitje naar het kerkhof maakt, spreekt de Commendatore hen toe. Terwijl Leporello bevend van angst twijfelt om zijn wandeling voort te zetten (“Wat een toestand, wat een gril!”), geniet Don Giovanni letterlijk van de opwinding die zijn ontmoeting met de onderwereld teweegbrengt (“Wat een genot, wat een plezier!”).

La Traviata, dolend in een genotseconomie 

Een al even grote levensgenieter is Violetta uit La traviata. Als Parijse courtisane die lijdt aan tuberculose, opent ze de opera met een groots feest, waarop ze uitroept: “Ik geef me over aan ’t genoegen, en gewoonlijk is dat voor mijn kwalen de beste remedie”. Haar ziekte, die in de 19de eeuw overigens wel vaker werd geassocieerd met vrouwen die een zondig, vluchtig leven leidden, gebruikt ze om haar losbandigheid te rechtvaardigen: “Genieten! Altijd vrij, wil ik me storten in een roes van vrolijkheid, heel mijn leven moet zo voortgaan […] naar steeds nieuwe amusementen moeten mijn gedachten uitgaan”. Net als Don Giovanni is ze dus steeds op zoek naar meer impulsen en genotservaringen in de vorm van gokspelen, dansfeesten en drank. Dat ‘consumptie’ een oude benaming voor tuberculose is, lijkt opeens niet meer zo toevallig te zijn.

La Traviata

In Tatjana Gürbaca’s regie, die in december bij De Nationale Opera gepresenteerd wordt, staat de kapitalistische consumptiemaatschappij, die onze hedendaagse, vluchtige levensstijl mogelijk maakt, dan ook centraal. Het geld dat gedurende de eerste akte in het midden van het toneel voor het oprapen ligt, symboliseert niet alleen de manier waarop onze maatschappij om geld draait, maar ook hoe snel vluchtige geneugten beschikbaar zijn voor de mensen die aan het kapitalistische systeem kunnen deelnemen.

De openingsscène, waarin Violetta’s gasten te laat komen omdat ze zich nog aan het amuseren waren op Flora’s feest, vat Gürbaca op als het toppunt van de oppervlakkige, competitieve maatschappij waarin we ons bevinden: meteen wil Violetta aantonen dat er bij haar “andere genoegens [kunnen] tintelen”. Een vergelijking met de manier waarop we tegen elkaar opboksen met Facebook- en Instagramposts over onze nieuwste dure spullen en extravagante reizen, is niet ver weg. 

Sterven van genot 

Waar in dit ‘risicogedrag’ schuilt nu precies het gevaar? Psychoanalyticus Paul Verhaeghe vat het als volgt samen: “We genieten ons te pletter, maar niemand is tevreden”. Ook Dirk De Wachter ontwaart deze paradox die onze postmoderne, hedendaagse westerse samenleving kenmerkt. Volgens hem kennen hedendaagse mensen geen fond; geen diepte die ons met onze voeten op de grond houdt. Door steeds intensere prikkels op te zoeken, proberen we die leegte op te vullen, maar tevergeefs: na de weinig beklijvende, vluchtige high komt de down, waardoor we meteen een nieuwe, indrukwekkende ervaring willen. De leegte wordt zo enkel groter, tot we onszelf helemaal hebben opgebrand. Dat merken ook Violetta en Don Giovanni. De eerste is al burned-out aan het begin van de opera, waarna ze bijna letterlijk stilletjes uitdooft. Dat regisseur Claus Guth er in zijn regie voor koos om Don Giovanni de opera dodelijk gewond te laten meemaken, sluit hier ook bij aan: hoe vluchtiger, intenser en gevaarlijker hij wil leven, des te sneller raakt hij uitgeput. Ook Don Giovanni stoot namelijk op downs na zijn verwoede verleidingspogingen: niet alleen omdat ze geen fundamenteel geluk opleveren, maar ook omdat ze gewoonweg mislukken. Zijn risicovol leven wordt dan ook letterlijk zijn ondergang: na zijn laatste kick op het uitdagen van de dode Commendatore (“komt u souperen?”), krijgt hij een koekje van eigen deeg: hij wordt de onderwereld ingesleurd. Zowel Violetta als Don Giovanni worden dus opgevoerd als meesters van de YOLO-maatschappij, maar ze tonen nog veel meer dat deze maatschappij wel eens dodelijk zou kunnen zijn. En daar kunnen we maar beter mee oppassen: je leeft tenslotte maar één keer.