Rachel Beaujean
Erwin Olaf

‘Onvoorstelbare schoonheid’

Interview met Rachel Beaujean en Grigori Tchitcherine

In de zestig jaar van zijn bestaan heeft Het Nationale Ballet eigen, onderscheidende interpretaties uitgebracht van vrijwel alle grote balletklassiekers. Maar één productie ontbrak daarbij nog: Raymonda, het laatste meesterwerk van Marius Petipa. Rachel Beaujean en Grigori Tchitcherine doken in de geschiedenis van dit legendarische ballet, dat – in een gloednieuwe versie van Beaujean – hét kroonjuweel van dit jubileumseizoen wordt.

Hun kennismaking met Raymonda verliep totaal verschillend. Rachel Beaujean was al een gevierd danseres toen ze het ballet – dat lange tijd nauwelijks in het Westen te zien was – voor het eerst op video zag. Terwijl Grigori Tchitcherine, als student van de beroemde Vaganova Academie in Sint-Petersburg, Raymonda als het ware met de paplepel kreeg ingegoten. Als elfjarige danste hij al mee in de Arabische jongensdans in de productie van het Marijinski Ballet.

Maar over het belang van Petipa’s laatste grote meesterwerk zijn ze het roerend eens. Beaujean: “De solovariaties, de Pas d’Action, de gestileerde folkloristische dansen: het is allemaal van een onvoorstelbare schoonheid.” Tchitcherine: “En alles is zó prachtig verweven met elkaar. Raymonda is daarin uniek: de caractèredansen in de tweede akte zijn niet samengebracht in één divertissement, zoals in Notenkraker & Muizenkoning, maar vormen echt een geheel met de puur klassieke delen.”

 

Oorspronkelijke notatie

Twee jaar duurt hun onderzoek naar de geschiedenis van Raymonda inmiddels al. Beaujean, lachend: “Pianiste en muzikaal adviseur Olga Khoziainova verwoordde het mooi: ‘Ik ben al twee jaar zwanger van dit kind’.”

Aanvankelijk leek de oorspronkelijke notatie van Petipa’s ballet uit 1898 – gemaakt door Vladimir Stepanov en opgeslagen in de archieven van Harvard University – daarbij onmisbaar te zijn. Beaujean: “Er wordt altijd hoog opgegeven over die Stepanov-notaties, veel choreografen zeggen er gebruik van te hebben gemaakt, maar ik denk dat dat vooral een publiciteitsstunt is.” Tchitcherine: “Stepanovs aantekeningen zijn heel summier, meestentijds zijn het enkel wat lijnen en pijlen. Je ziet hooguit waar de dansers zich destijds op het toneel bevonden, maar niet hoe de choreografie eruitzag of hoe de stijl ervan was.”

‘Ballet is een levende kunstvorm, daarbij moet je aanpassingen doen in dynamiek, tempo, virtuositeit’


RACHEL BEAUJEAN

Levende kunstvorm

Uiteindelijk, zo concludeerden ze, komt de choreografie zoals die nog altijd door het Marijinski Ballet – waaraan Tchitcherine vijf jaar verbonden was – wordt gedanst, waarschijnlijk het dichtst bij Petipa’s origineel. Beaujean: “Die vormt dan ook ons vertrekpunt.” Tchitcherine: “Al kan niemand met zekerheid zeggen welke delen nog van Petipa afkomstig zijn en welke van Konstantin Sergeyev, die de productie in 1948 voor het Marijinski bewerkte.”

Sowieso is het niet hun intentie om een getrouwe reconstructie te maken. Beaujean: “Ballet is een levende kunstvorm, daarbij moet je aanpassingen doen in dynamiek, tempo, virtuositeit, anders zou het huidige publiek zich doodvervelen.” Tchitcherine: “Ballet laten zien zoals in Petipa’s tijd is als teruggaan naar de stomme film.”

Ook in de verhaallijn zal Beaujean nadrukkelijk ingrijpen. Ze voelt zich daarbij gesterkt door het feit dat Petipa en componist Aleksandr Glazoenov zelf ook niet tevreden waren met het oorspronkelijke libretto en daarin veranderingen aanbrachten. “Petipa’s choreografieën voor Raymonda zijn regelrechte juwelen. Maar je moet, zo vonden directeur Ted Brandsen en ik, voor die juwelen wel een kroon en setting bedenken die passen bij deze tijd.”

Tekst: Astrid van Leeuwen