De Nationale Opera presenteert

Iphigénie en Aulide | Iphigénie en Tauride Christoph Willibald Gluck (1714-1787)

Deze productie was te zien in september 2011

Iphigénie en Aulide

Christoph Willibald Gluck
Opera in drie akten
Libretto van François-Louis Gand Le Bland Du Roullet, naar Jean Racine
Wereldpewmière 19 april 1774, Opéra, Parijs
 

Iphigénie en Tauride

Christoph Willibald Gluck
Opera in vier bedrijven
Libretto van Nicolas-François Guillard, naar Jean Racine
Wereldpewmière 18 april 1774, Opéra, Parijs

 

Deze productie

Nieuwe productie
Coproductie met De Munt, Brussel
Première 7 september 2011

Over de opera

Gluck wijdde twee opera’s aan de Atriden-dochter Iphigenia. In de eerste concentreerde hij zich op haar lotgevallen vóór de Trojaanse oorlog, terwijl de tweede zich afspeelt na de val van Troje. Toen de Grieken wilden uitvaren om Troje te belegeren, strafte de godin Diana hen met windstilte. Als zoenoffer eiste zij Agamemnons dochter. Op het laatste moment veranderde de godin echter haar plan: Iphigenia mocht blijven leven en werd naar Tauris gebracht, waar zij als priesteres in Diana’s tempel moest dienen. Na de Trojaanse oorlog wordt de Griekse, inmiddels een volwassen vrouw, voor een soortgelijk dilemma gesteld als haar vader jaren eerder: zij moet een mens offeren. Oog in oog met het slachtoffer herkent zij in hem echter haar broer Orestes. Ook in deze opera grijpt Diana ten slotte in: zij verklaart dat de goden verzoend zijn en dat Iphigenia en Orestes veilig naar huis kunnen terugkeren. De twee opera’s vormen het begin respectievelijk het einde van Glucks operahervorming, waarmee hij de inmiddels verstarde vormen openbrak en de basis legde voor de ontwikkeling van het genre als een kunstvorm waarin alle elementen tot een dramatische eenheid zijn samengesmeed.

‘Gluck heeft de dramatisch bewogen vrouwenstem weer in contact gebracht met de grootste, waarachtig menselijke natuur, en haar de gestalte gegeven van heroïsche, door menselijke
gevoelens gedreven en toch mythische protagonisten.’ - Paul Bekker

 

Het verhaal

Iphigénie en Aulide
I
De Griekse vloot, in Aulis verzameld om naar Troje te vertrekken, blijft door windstilte in de haven liggen. De hogepriester Calchas verklaart dat Agamemnon zijn dochter Iphigénie moet offeren als boetedoening omdat hij het favoriete hert van de godin Diana heeft gedood. Iphigénie wordt uit Mycene verwacht om met Achille te trouwen, maar Agamemnon stuurt Arcas, de aanvoerder van zijn lijfwacht, naar haar toe onder het voorwendsel dat Achille ontrouw is en dat ze niet naar Aulis moet komen. Het is al te laat: weldra arriveert Iphigénie met haar moeder Clytemnestre. Deze is woedend als ze de beschuldiging tegen Achille hoort, maar de held bezweert Iphigénie dat hij haar liefheeft.

II
Clytemnestre vertelt Iphigénie dat de voorbereidingen voor de huwelijksinzegening in gang zijn gezet, nadat Agamemnon zijn toestemming had gegeven. Maar Arcas komt de droevige waarheid melden: Agamemnon wacht op haar bij het altaar van Diana, om haar te offeren. Clytemnestre smeekt Achille haar dochter te redden en Achille verklaart dat Agamemnon hemzelf eerst zal moeten doden, want hij zal dit offer niet toelaten. De vader draagt Arcas op Iphigénie en Clytemnestre naar Mycene terug te brengen.

III
De Grieken dringen aan op het offer. Iphigénie is in Aulis gebleven en beveelt Clytemnestre aan in de zorgen van Arcas. Achille wil dat Iphigénie met hem vertrekt, maar zij berust in haar lot, ondanks Achille' vastberadenheid en Clytemnestres aanbod om in haar plaats te sterven. Als Iphigénie al op de treden van het altaar knielt, willen Achille en zijn Thessaliërs haar bevrijden. Tijdens de daarop volgende twist tussen Grieken en Thessaliërs komt Calchas plotseling tussenbeide: Diana ziet af van het offer! De godin zegent de vaart naar Troje en het huwelijk van Achille en Iphigénie.

 

Iphigénie en Tauride
I
Op Tauris in Scythië woedt een hevige storm. Iphigénie, priesteres van Diana, ziet in een visioen hoe haar moeder Clytemnestre haar vader Agamemnon vermoordt en hoe zijzelf gedwongen wordt haar broer Oreste te doden. Ze smeekt Diana haar te laten sterven zodat ze zich bij Oreste kan voegen. De koning van Tauris, Thoas, eist dat Iphigénie een mensenoffer brengt om de goden gunstig te stemmen. Twee Grieken worden door de storm aan land geworpen en Thoas draagt de priesteres op hen te offeren. Het zijn Oreste en zijn vriend Pylade.

II
Als Oreste zichzelf de naderende dood van zijn vriend verwijt, verklaart deze zijn onverminderde toewijding. Daarop wordt Pylade weggevoerd. Oreste valt in slaap en droomt van de wraakgodinnen, die hem achtervolgen wegens de moord op zijn moeder. Bij het ontwaken denkt hij Clytemnestre te zien, maar het is Iphigénie. Zij herkennen elkaar niet, want er is veel tijd verstreken. Desgevraagd vertelt de Griek haar over de gebeurtenissen in Mycene: de moord op Agamemnon en Orestes wraak op Clytemnestre. Hij voegt eraan toe dat Oreste de dood heeft gevonden. Iphigénie rouwt om haar broer.

III
Iphigénie wil een van de twee gevangenen naar Griekenland sturen om haar zuster Electra in te lichten over de gebeurtenissen in Tauris. Het is Iphigénie opgevallen hoezeer een van hen op Oreste lijkt. Beide vrienden zijn bereid voor de ander te sterven; uiteindelijk gaat Pylade op weg naar Electra en Oreste zal worden geofferd.

IV
Oreste wordt naar het altaar geleid. Net op tijd beseft Iphigénie wie hij is en weigert hem te offeren. Thoas wil nu Oreste zelf doden, maar dan komt Pylade terug met een Grieks leger. Nadat hij Thoas heeft gedood, volgt een korte schermutseling tussen Grieken en Scythen, waaraan de godin Diana plotseling een einde maakt: Orestes berouw heeft zijn schuld vereffend.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Marc Minkowski
Regie 
Pierre Audi
Decor 
Michael Simon
Kostuums 
Anna Eiermann
Licht 
Jean Kalman
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Orkest 
Les Musiciens du Louvre, Grenoble
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Martin Wright
 
IPHIGÉNIE EN AULIDE
Diane 
Salome Haller
Agamemnon 
Nicolas Testé
Clytemnestre 
Anne Sofie von Otter
Iphigénie 
Véronique Gens
Achille 
Frédéric Antoun
Patrocle 
Martijn Cornet
Calchas 
Christian Helmer
Arcas 
Laurent Alvaro
 
IPHIGÉNIE EN TAURIDE
Iphigénie 
Mireille Delunsch
Thoas 
Laurent Alvaro
Oreste 
Jean-François Lapointe
Pylade 
Yann Beuron
Première prêtresse 
Simone Riksman
Deuxième prêtresse 
Rosanne van Sandwijk
Diane 
Salomé Haller
Un Scythe 
Peter Arink
Le ministre 
Harry Teeuwen
Prêtresses 
Gonnie van Heugten
Madieke Marjon
Maartje Rammeloo
Floor van der Sluis

MET STEUN VAN:

    di 21 jan Het Parool

    ‘In de sterk verbeterde Amsterdamse versie is er maar één conclusie mogelijk: ga deze voorstelling horen en zien! […] wat is die muziek van Gluck onbeschrijflijk mooi en dramatisch, wat wordt er schitterend gezongen en wat zitten die Musiciens du Louvre-Grenoble onder leiding van Marc Minkowski superieur en meeslepend te spelen.’

    di 21 jan De Volkskrant

    ‘Met zijn Iphigénie-project levert Pierre Audi, artistiek leider van De Nederlandse Opera, weer een visitekaartje van formaat af. Kenmerkend zijn niet alleen de vormgeving, maar ook de uitgebalanceerde personenregie. […] In deel een vormen Anne Sofie von Otter, Nicolas Testé en Frédéric Antoun samen met Gens een illuster familiekwartet, dat tekent voor fraaie ensembles. In deel twee leveren Yann Beuron en de iets vleziger Jean-François Lapointe oorstrelende tweezang.’

    di 21 jan De Telegraaf

    ‘Twee seizoenen geleden ging het duo al in première in de Brusselse Munt, maar de enscenering komt beter tot haar recht op het grote toneel van het Muziektheater. […] Audi heeft zijn personenregie fijner afgestemd dan destijds, maar het effect blijft afhankelijk van de vertolkers. Een enorme verbetering is de muzikale leiding, nu in handen van Marc Minkowski. Samen met zijn Musiciens du Louvre en het formidabele Operakoor openbaart hij op weergaloze wijze de schoonheid van Glucks partituren.’