De Nationale Opera presenteert

Legende - de ontsporing van Meneer Prikkebeen Peter-Jan Wagemans (1952-)

Deze productie was te zien in februari 2011

LEGENDE - de ontsporing van meneer Prikkebeen

Peter-Jan Wagemans
Opera in drie aktes
Libretto van Peter-Jan Wagemans
Concertante werledpremière 17 februari 2007, Het Concertgebouw, Amsterdam

 

DEZE PRODUCTIE

Nieuwe productie
Scenische wereldpremière

Over de opera

Wagemans baseerde zijn opera in eerste instantie op het beroemde negentiende-eeuwse stripboek ‘Reizen en avonturen van Mijnheer Prikkebeen’ van de Zwitser Rodolphe Töpffer. Hij verweefde de komische verhalen over de vlindervanger met andere ‘legenden’, die allesbehalve grappig zijn, maar juist tragisch en zelfs mystiek.

Op soortgelijke wijze karakteriseerde de componist zijn drie aktes, zonder ze streng van elkaar af te bakenen. Het realistische niveau van Prikkebeen en zijn zuster Ursula raakt verbonden met de fantasiefiguren Pontus en Nel, alsook met de totalitaire heerser Zamar, die als ‘dubbelfiguur’ een katalyserende werking heeft en de overige personages ertoe aanzet op weg te gaan naar een nieuwe wereld. Met grote klankrijkdom schept Wagemans nieuwe legenden, die een eigen bestaan willen leiden en die ronduit wreed en gevaarlijk kunnen zijn, tot aan het bittere, maar misschien ook gelukkige einde.

Het verhaal

I
Drie engelen worden door een schepnet uit het paradijs geslagen. Op aarde bezien zij de mens: een ongelukkige Ursula die haar broer Festus verstikt. De engelen zingen een spotlied op het menselijk streven en gaan terug. Festus ontvlucht Ursula in een fantasie over Polyandus; een blauwe koninginnenvlinder op wie hij verliefd is en die hij redt uit de klauwen van de nachtvlinder Krakola. Dan wordt hij opgeslokt door een walvis. Daar zit de priester Pontus, die van zijn geloof is gevallen. Zijn enige houvast is zijn pruik, die hij echter in de walvis heeft verloren. Nu slikt de walvis Nel door, in wie Festus Polyandus herkent. Maar hun liefde krijgt niet veel tijd, want de walvis wordt geharpoeneerd door drie walvisvaarders uit Neoncratio. Ook Ursula bevindt zich aan boord en krijgt het onmiddellijk aan de stok met Nel. Tijdens een ordinaire scheldpartij tussen de twee vrouwen vindt Pontus in het karkas van de walvis zijn pruik terug. De walvisvaarders willen niet dat Pontus er met hun buit vandoor gaat, wat leidt tot een wilde achtervolging, waardoor het schip langzaam gaat draaien. Als het in Neoncratio aankomt, denken de geleerden daar dat ze met een komeet te maken hebben. Het volk roept Zamar, hun leider, aan.

II
Het volk van Neoncratio hoopt op betere tijden. Zamar, een misvormd wezen, baseert zijn macht op de leer van het Nieuwe Bloed en op een legende die verwant is aan de Polyandusfantasie van Festus. Omdat het schip helemaal geen komeet blijkt te zijn, veroordeelt Zamar de geleerden ter dood. Pontus pleit voor hen en biedt als ruil voor hun vrijlating de zegen van zijn kerk aan. Zamar neemt zegen en pruik, maar executeert de geleerden toch en laat de bezoekers achter bij de walvisvaarders. Nel ondervraagt hen over de leer van het Nieuwe Bloed.
Ursula maakt haar zwart bij de dronken walvisvaarders die Nel vervolgens verkrachten. Niemand grijpt in. Ursula zoekt op een incestueuze manier troost bij Festus, maar die wijst haar af. Pontus begrijpt dat hij een nieuw geloof moet vinden. Hij besluit naar Zamar te gaan om zijn zegen weer terug te veroveren.

III
Ursula ziet haar hele misbruikte verleden met haar vader onder ogen. Ze kan het niet meer aan en pleegt zelfmoord. 
Pontus vindt Zamars stem die de onduidelijke legende weer oplepelt. Als betoverd zet hij de drie stappen die Zamar voor hem uitstippelt, waardoor hij uiteindelijk zijn oude huid wil afstropen, in de hoop zichzelf te vernieuwen. Maar hij sterft.
Jaren later ontmoeten Festus en Nel elkaar weer. Nel heeft aan haar gevangenschap bij de drie walvisvaarders drie kinderen overgehouden. Festus merkt dat zijn liefde voor Nel niet weg is, en accepteert haar drie kinderen. En hoewel het geen engelen zijn, het zijn de vlinders van de toekomst.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Reinbert de Leeuw
Regie 
Marcel Sijm
Decor 
Marc Warning
Kostuums 
Arno Bremers
Licht 
Uri Rapaport
Gevechtschoreografie 
Ran-Arthur Braun
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Martin Wright
Orkest 
Radio Filharmonisch Orkest
Eerste engel 
Marieke Steenhoek
Tweede engel 
Caroline Cartens
Derde engel 
Corinne Romijn
Ursula 
Helena Rasker
Festus/Frits 
Yves Saelens
Pontus 
Thomas Oliemans
Nel/Polyandus 
Elzbieta Szmytka
Eerste walvisvaarder 
André Morsch
Tweede walvisvaarder 
Martijn Cornet
Derde walvisvaarder 
Huub Claessens
Zamar 
Marcel Beekman
Dennis Wilgenhof

MET STEUN VAN:

    di 21 jan Jochem Valkenburg, NRC Handelsblad

    ‘Van de hemelse confetti aan het begin tot de ronddraaiende blingbling-objecten aan het slot: je blijft je vergapen. […] De uitstekend gespeelde en gezongen voorstelling lijkt daarmee vooral een ode aan de ongebreidelde fantasie, waarbij je je als toeschouwer wel héél vaak afvraagt waar het nou naartoe moet. Net op tijd sluit de cirkel zich echter. Dan blijkt het allemaal misschien ook maar een droom, die ons dan tenminste nog leert hoe het voelt om te worden opgejaagd als een vlinder.’

    di 21 jan Erik Voermans, Het Parool

    ‘Decorman Marc Warning, kostuumontwerper Arno Bremers en regisseur Marcel Sijm hebben van Legende een spectaculair ogende productie gemaakt, geheel overeenkomstig de niet zelden spectaculaire muziek van Wagemans, die ook zelf het knappe libretto schreef. […] de mooiste rol is die van de twijfelende priester Pontus, ijzersterk gezongen en geacteerd door Thomas Oliemans.’

    di 21 jan Eddie Vetter, De Telegraaf

    ‘Het tot de tanden gewapende Radio Filharmonisch Orkest geeft de partituur het volle pond onder leiding van Reinbert de Leeuw, die de uiteenlopende sferen gedreven in elkaar laat overvloeien. […] Over de zingbaarheid van de hoekige melodieën valt te twisten, maar de vocale bezetting is tot in de puntjes verzorgd met onder meer Yves Saelens (Festus) en Thomas Oliemans (Pontus).’