De Nationale Opera presenteert

Jevgeni Onjegin Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)

Deze productie was te zien in juni 2011

Jevgeni Onjegin

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
Lyrische scènes in drie bedrijven
Libretto van Konstantin Sjilovski en Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, naar de gelijknamige roman in verzen van Alexander Poesjkin
Wereldpremière 29 maart 1879, Maly Theater, Moskou

 

Deze productie

Nieuwe productie
Première 14 juni 2011

Over de opera

Heel bewust bestempelde Tsjaikovski zijn werk als ‘lyrische scènes’. Met minder formele strengheid dan in het origineel smeedde hij een aantal episodes uit Poesjkins gelijknamige versroman aaneen, waardoor hij emotionele conflicten en maatschappelijke gevoeligheden in het toenmalige Rusland aan een kritische beschouwing kon onderwerpen. Behalve aan de titelfiguur is een centrale rol toebedeeld aan het meisje Tatjana, dat de bonvivant Onjegin onvoorwaardelijk haar liefde bekent, maar door hem wordt afgewezen. Jaren later zijn de verhoudingen omgekeerd: nu moet Onjegin zijn gevoelens voor Tatjana bekennen. Voor de intussen getrouwde vrouw is er echter geen weg terug en zij wijst hem af. Tsjaikovski’s homoseksualiteit spiegelt zich in de verhouding tussen Onjegin en de dichter Ljenski. Hun vriendschap gaat ten onder aan een jaloezie die Ljenski met de dood moet bekopen. Dit bijzondere werk onderscheidt zich door fijnzinnige poëzie en is van een grote menselijkheid, terwijl ook de voor de Russische opera zo kenmerkende koorscènes niet ontbreken.

Het verhaal

I
Op haar landgoed haalt Madame Larina met de oude kinderjuffrouw Filipjevna herinneringen op, terwijl haar dochters Tatjana en Olga een duet zingen. Lijfeigenen vieren het binnenhalen van de oogst. Larina maakt zich zorgen over de dromerige, overgevoelige Tatjana, die te veel romantische boeken leest. De dichter Ljenski, die verliefd is op Olga, komt op bezoek, samen met een vriend en buurman, Jevgeni Onjegin. Tatjana valt als een blok voor de nieuwkomer.
's Avonds kan Tatjana niet slapen. Ze hoort Filipjevna uit over haar ervaringen in de liefde. Alleen achtergebleven schrijft ze een brief aan Onjegin, waarin ze haar gevoelens uit.
Terwijl bessenpluksters een vrolijk lied zingen, komt Onjegin Tatjana opzoeken; hij leest haar de les over haar onbezonnen daad en omschrijft zichzelf als ongeschikt voor een serieuze verbintenis.

II
Tijdens een bal in het huis van de familie Larin flirt Onjegin zo ongegeneerd met Olga, dat Ljenski de vriendschap opzegt en hem uitdaagt voor een duel, tot ontzetting van alle aanwezigen.
Bij het aanbreken van de dag waarop het duel zal plaatsvinden laat Onjegin op zich wachten. De dichter voorvoelt dat hij het niet zal overleven, en neemt met een droevig lied afscheid van de wereld en van Olga. Na de aankomst van Onjegin betreuren de twee vijanden het verlies van hun vriendschap. Het duel begint en het eerste schot treft Ljenski dodelijk.

III
Op een bal in Sint-Petersburg ontmoet Onjegin een beeldschone vrouw, in wie hij even later Tatjana herkent. Zij is inmiddels de echtgenote van vorst Gremin, die verklaart dolgelukkig te zijn met zijn veel jongere vrouw. Nu is het Onjegin die beseft dat hij verliefd is. Hij bezoekt Tatjana in Gremins huis om haar dit te vertellen. Hoewel Tatjana nog steeds voor hem voelt, is ze echter niet bereid haar man voor Onjegin te verlaten.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Mariss Jansons
Regie 
Stefan Herheim
Decor 
Philipp Fürhofer
Kostuums 
Gesine Völlm
Licht 
Olaf Freese
Choreografie 
André de Jong
Dramaturgie 
Alexander Meier-Dörzenbach
Orkest 
Koninklijk Concertgebouworkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Martin Wright
Madame Larina 
Olga Savova
Tatjana 
Krassimira Stoyanova
Olga 
Elena Maximova
Filipjevna 
Nina Romanova
Vladimir Ljenski 
Andrej Dunaev
Jevgeni Onjegin 
Bo Skovhus
Vorst Gremin 
Mikhail Petrenko
Monsieur Triquet 
Guy de Mey
Zaretski 
Roger Smeets
Petrovitsj 
Peter Arink
Zapevalo 
Richard Prada

Koninklijk Concertgebouworkest

Het Koninklijk Concertgebouworkest behoort tot de meest vooraanstaande symfonieorkesten ter wereld. Het in 1888 opgerichte orkest werd door Gramophone uitgeroepen tot ‘The World’s Greatest Orchestra’, vanwege zijn unieke, herkenbare klank en stilistische flexibiliteit. Meest recent bij De Nationale Opera: Parsifal (2012) en Falstaff (2014); in 2015 werkt het Koninklijk Concertgebouworkest mee aan Lulu.

MET STEUN VAN:

    di 21 jan Frieder Reininghaus, Deutschlandradio

    ‘Die Musik, diese gewaltig kalorienreiche Nachspeise des 19. Jahrhunderts, wird vom Koninklijk Concertgebouworkest unter der Leitung von dessen Chefdirigenten Mariss Jansons mit aller Liebe zum Detail ausmusiziert - makellos und effektvoll. Wie die ganze Produktion: eine betörend schöne Betäubung der Hohlheit des Werks.’

    di 21 jan Erik Voermans, Het Parool

    ‘Herheim verandert Jevgeni Onjegin in een langgerekte flashback en conceptueel sluit het als een bus. Zeer knap. […] Herheim blijft heen en weer schakelen tussen heden en verleden, of presenteert beide zelfs naast elkaar, tegelijkertijd, wat vaak mooie betekenisverdiepende effecten heeft. […] Het Concertgebouworkest, het Koor van DNO en Mariss Jansons stellen niet teleur.’

    di 21 jan Bela Luttmer, De Volkskrant

    ‘De dirigent Mariss Jansons probeerde met verzengende klanken de ware Tsjaikovski tot leven te wekken. Hij toverde met een hoornbegeleiding en liet de soloklarinet zachtjes snikken bij de dood van Ljenski (overtuigend gezongen door Andrej Dunaev) maar kon de voorstelling als geheel niet redden, ondanks de verbluffende interactie tussen het orkest en het Koor van de Nederlandse Opera.’