De Nationale Opera presenteert

Der fliegende Holländer Richard Wagner (1813-1883)

Deze productie was te zien in februari 2010

Der fliegende Holländer

Richard Wagner
Romantische Oper in drei Aufzügen 
Libretto van Richard Wagner
Wereldpremière 2 januari 1843, Königliches Sächsisches, Hoftheater, Dresden

 

Deze productie

Nieuwe productie
Première 1 februari 2010

Over de opera

Een episode uit Heinrich Heines Aus den Memoiren des Herrn Schnabelewopski is de basis voor de opera waarmee Richard Wagner wereldwijd zijn roem als componist zou vestigen. In het centrum staat de ballade van Senta over een tot ronddolen gedoemde zeeman. Haar liefde en trouw zouden deze Hollander van zijn vloek kunnen bevrijden. Voor het eerst legt Wagner een filosofisch idee aan zijn werk ten grondslag: de verlossingsgedachte die hem zijn leven lang zou blijven bezighouden. Dat Senta naar aards geluk verlangt terwijl haar zeeman verlost wil worden om te kunnen sterven, maakt hun conflict onoplosbaar en toont de onverzoenlijkheid van twee werelden, die van het genie en die van de burgerman, in dit geval verbonden met de typisch romantische tegenstelling van mensen- versus geestenwereld.

Het verhaal

I
Vlak voor de Noorse kust is het schip van Daland door een storm uit de koers geslagen. De zeelieden hebben het anker uitgeworpen en Daland is ter verkenning aan land gegaan. Een tweede schip, met bloedrode zeilen en zwarte masten legt aan. De kapitein van dit spookschip is de Vliegende Hollander, gedoemd om eeuwig over de zeeën te zwerven. Eens in de zeven jaar mag hij aan land proberen van deze vloek te worden verlost. Als hij Daland grote rijkdom biedt voor een overnachting, ziet de Noor in hem een goede schoonzoon voor zijn dochter Senta; de Hollander hoopt dat zij hem door eeuwige trouw kan bevrijden.

II
In Dalands huis zijn Senta en haar vriendinnen aan het spinnen, onder toezicht van Senta's voedster Mary. Senta is geobsedeerd door het portret van een sombere man, in het zwart. Zij zingt een ballade over de Vliegende Hollander en zijn vloek. Ach, kon zij hem maar verlossen! Haar verloofde, de jager Erik, hoort dit laatste en is diep geschokt. Hij vertelt haar over een droom, waarin haar vader samen met de man van het schilderij naar het huis kwam, en Senta de vreemdeling vol hartstocht verwelkomde. Erik beseft door Senta's enthousiaste reactie dat alles uit is tussen hen. Tot Senta's verbazing komt Daland even later de Hollander aan haar voorstellen als haar mogelijke echtgenoot. Senta en de Hollander herkennen elk in de ander de persoon op wie ze al zo lang hebben gewacht. Zij zweert hem trouw. Daland wil het feest voor het scheepsvolk – na de behouden terugkeer – combineren met de verloving tussen Senta en de rijke Hollander. Senta herhaalt haar eed.

III
Tijdens het feest nodigen de Noren de Hollanders uit, eerst plagerig dan steeds nadrukkelijker. Er komt geen reactie van het spookschip, totdat een storm opsteekt en de bemanning een luguber gezang laat horen. Senta komt naar buiten, gevolgd door Erik, die haar ter verantwoording roept. De Hollander hoort dit en wil Senta van haar eed ontslaan; zij bevestigt echter nogmaals haar trouw. Daarop vertelt de Hollander over zijn lot, dat hij het meisje wil besparen. Hij gaat aan boord, waarop Senta zich van een klip in zee stort. Het spookschip zinkt en de schimmen van Senta en de Hollander stijgen daarboven ten hemel.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie 
Martin Kušej
Decor 
Martin Zehetgruber
Kostuums 
Heide Kastler
Licht 
Reinhard Traub
Dramaturgie 
Sebastian Huber
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Martin Wright
Daland 
Robert Lloyd
Senta 
Catherine Naglestad
Erik 
Marco Jentzsch
Mary 
Marina Prudenskaja
Der Steuermann Dalands 
Oliver Ringelhahn
Der Holländer 
Juha Uusitalo

Nederlands Philharmonisch Orkest

Het Nederlands Philharmonisch Orkest | Nederlands Kamerorkest behoort als vaste orkestpartner van De Nationale Opera tot de beste Europese operaorkesten. Marc Albrecht is sinds 2011 chef-dirigent van het NedPhO|NKO en van De Nationale Opera. Hij leidde onder meer spraakmakende producties van Die Frau ohne Schatten, Schatzgräber, Elektra en Die Meistersinger. Het orkest boekte ook een groot succes met de integrale uitvoering van Der Ring des Nibelungen onder leiding van Hartmut Haenchen.

Het NedPhO|NKO presenteert zich nationaal en internationaal ook in een gevarieerde concertprogrammering. Thuiszaal is Het Koninklijk Concertgebouw. Het orkest verbindt artistieke excellentie met gastvrijheid voor een breed publiek en neemt verantwoordelijkheid voor de toekomst met omvangrijke programma’s voor educatie en talentontwikkeling. Klassieke muziek wordt zo bereikbaar voor iedereen.

    do 23 jan Mischa Spel, NRC Handelsblad

    ‘In de complexe nieuwe regie van Martin Kusej voor De Nederlandse Opera is de mythe in Wagners Fliegende Holländer van doel middel geworden. Typische Wagner-thema’s als eeuwig zwerven, verlossende trouw, liefdesdood en edele eenvoud zijn omgevormd tot zinnebeelden van maatschappelijke misstanden, waarbij de toeschouwer verdwaalt in Kusejs bedoelingen. Dan kun je beter de aandacht verleggen naar de uitstekende solisten en het groots spelende Nederlands Philharmonisch Orkest, onder de al vooraf joelend toegejuichte Hartmut Haenchen. Wagner, het Muziektheater, De Nederlandse Opera (DNO) en Haenchen zijn vier poten die al een kwart eeuw elkaars historie schragen. […] Kusej ensceneert Der fliegende Holländer als een eigentijdse mix van de tv-series Loveboat en The Wire, mondaine luxe gemengd met de daaruit voortvloeiende angst voor indringers. Dat het contrast tussen binnen- en buitenwereld (illusie en werkelijkheid, maatschappij versus vrijheid) daarbij hoofdthema is geworden, wordt meteen onderstreept door de regen die tegen de glazen deuren van een besloten vakantieparadijs spoelt. Het schip van Kapitein Daland is een luxe cruiseschip, de uitstekend zingende ‘matrozen’ (Wagner) toeristen. […] En dan is er de wal, waar Senta als stugge Kniertje kniest tussen de mondaine andere vrouwen, hier niet spinnend bij het haardvuur (Wagner), maar zich halfnaakt optuttend aan het zwembad. […] Wat moeten we met Senta’s aanbidder, jager Erik, helder gezongen door tenor Marco Jentzsch? Bij Wagner is hij een kiem-Parsifal: ruwe bolster, blanke pit. Bij Kusej is hij een bruut; hij knalt het paar Senta/Hollander zelfs neer. Zo vinden zij hun liefdesdood, maar mist hun einde eigen wil, waardoor hun transfiguratie letterlijk aan de grond blijft. Het gebrek aan empathie dat dreigt door de regie, wordt gecompenseerd door de zangers. Juha Uusitalo (Holländer) is met zijn stentorstem niet altijd verfijnd, maar juist dat geeft zijn personage kleur. Naast Robert Lloyd als charismatische, oude Daland draagt Catherine Naglestad (Senta) de voorstelling. Onschuld, opstandigheid, wellust; zij brengt nuances tot leven in een rolopbouw die kracht afwisselt met verstilling.’

    do 23 jan Erik Voermans, Het Parool

    ‘Haenchen is in Amsterdam nog onverminderd geliefd. Tweeën half uur muziek later, die zonder pauze wordt gespeeld (het is voorbij voordat je er erg in hebt), voegt zich gejuich bij de klappende handen als Haenchen op de bühne verschijnt. Alweer een triomf voor de dirigent die zich hier in Amsterdam tot één van de interessantste Wagnervertolkers van deze tijd heeft ontwikkeld. Meteen al in de ouverture kolkt en schuimt het in de orkestbak dat het een aard heeft. Haenchen kan lezen en schrijven met het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat, gepokt en gemazeld in dit repertoire, opnieuw grootse prestaties levert. Meesterlijk is met name de voortdurende ondertoon van dreiging die Haenchen zelfs op de lieflijker, gevaarlozer momenten in de muziek weet te evoceren. […] Maar niemand is voorbereid op het dramatisch knallende slot dat regisseur Martin Kusej in deze Fliegende Holländer uit de hoge hoed heeft getoverd. […] Een mix van boegeroep en gejuich was Kusejs onvermijdelijke lot. […] Kusej plaatst deze Fliegende Holländer op een luxueus cruiseschip, vol toeristen (het altijd weer geweldige koor van DNO). […] De rol van Senta wordt wonderbaarlijk fraai gezongen door sopraan Catherine Naglestad (haar ballade is een hoogtepunt). Zeer overtuigend is ook de Finse bas-bariton Juha Uusitalo als de – eveneens in het zwart gehulde – Hollander. Groot van gestalte, goeie omineuze kop, grote, ietwat ruige stem: hij is geknipt voor zijn rol. De eerbiedwaardige bas Robert Lloyd heeft voor een ideale Daland, een kruiperige opportunist, misschien iets te veel adel in zijn stem. Tenor Marco Jentzsch (Erik), mezzo Marina Prudenskaja (Mary) en tenor Oliver Ringelhahn (Dalands stuurman) vertolken de kleinere rollen min of meer adequaat.’

    do 23 jan Roland de Beer, De Volkskrant

    ‘Senta […] was volgens Richard Wagner de ideale vrouw, ‘oneindig vrouwelijk’, een vrouw zoals ze alleen in verlangens en vermoedens voorkomt. Volgens de dichter-componist was Senta das Weib der Zukunft. Die toekomst heeft maandag, vergezeld door enig boegeroep, een nieuwe aanvang genomen in het Amsterdamse Muziektheater, waar de Nederlandse Opera Der fliegende Holländer opvoert in een enscenering van Martin Kusej, onder schuimende muzikale begeleiding van good old Hartmut Haenchen. In Kusejs visie speelt het drama van nood en verlossing zich af in een wellness-resort zoals te vinden in het betere damesblad. […] De regisseur Peter Konwitschny had bij dit onderdeel ooit de briljante ingeving de dames neer te zetten op hometrainers; de Hollander als fantasie van desperate housewives. De draai die Kusej eraan geeft, is minder ironisch. Tegen de glazen wand die het resort van de branding scheidt, lopen metgezellen van de Hollander zich te pletter. Het zijn zombie-achtige gestalten, geboren in de eerste akte uit storm en nevel, ongeveer als de monsters in de oude griezelfilm The Fog. Maar ditmaal met tragisch-menselijke trekjes. Ze hebben iets van bootimmigranten die kleumend een zee hebben overgestoken. […] Kusej is geen maker van betoogtheater. Deze Oostenrijker […] houdt van doordenken. Neem het ‘portret van de Hollander’ […] Je ziet een kust, een zee, een horizon, dat is alles. Het suggereert, bij Senta, liefdevolle fascinatie voor een complete niemand, die uiteindelijk alles en iedereen kan wezen. En het suggereert fatale xenofobie bij Senta’s entourage […]. Om te zien hoe erg dat is, moet je het hyperesthetisch uitgewerkte concept van Kusej en zijn decorontwerper Martin Zehetgruber niet alleen kunnen volgen, maar daar ook nog eens enorm veel zin in hebben. Lonend is dat aanvankelijk niet, omdat Kusej zijn Hollanderfiguur – de Finse bas-bariton Juha Uusitalo – onvoldoende scherp heeft uitgetekend. […] Pas in de tweede akte raakte hij in zijn element, en ontstond er dankzij prachtig weerwerk van de sopraan Catherine Naglestad (Senta) zicht op een typische Wagner-relatie, treurig door mixages van hoop en onvermogen. Naglestad is glorieus in haar lastige ‘Senta-ballade’, met raak getroffen, zonder extra pompwerk geproduceerde intervalsprongen. Het Operakoor heeft zeemansbenen, muzikaal gesproken (er is in deze Holländer geen schip te zien), en Marco Jentzsch (Erik) mag van Kusej zijn geslaagde DNO-debuut vieren met het doodknallen van Hollander en Senta.’