De Nationale Opera presenteert

Madama Butterfly Giacomo Puccini (1858-1928)

Deze productie was te zien in maart 2007

Giacomo Puccini
Madama Butterfly
Tragedia giapponese in tre atti
Libretto van Luigi Illica en Giuseppe Giacosa, naar John L. Long en David Belasco

Over de opera

Wereldpremière
17 februari 1904
Teatro alla Scala
Milaan

Als een Amerikaanse officier en een geisha in een opera verliefd op elkaar worden, is een tragische afloop onafwendbaar. Puccini zelf beschouwde de geschiedenis van Cio-Cio-San als zijn beste opera, ook al was de première een debacle. Zijn bijdrage aan de rond 1900 opkomende hang naar het exotische kenmerkt zich door zeer fijnzinnige klankschilderingen in een rijkgeschakeerd palet, op Wagner geënte leidmotieven en door Japanse volksliedjes geïnspireerde melodieën. Als de titelheldin alleen met haar kind achterblijft, pleegt zij zelfmoord en volgt daarmee het harakiri-principe dat wie niet langer eerzaam kan leven, eerzaam sterven moet.

Over deze productie

Reprise uit 2002/03, naar een origineel concept voor de Opéra National de Paris
Première 9 maart 2007

In het kort

I
Terwijl de Amerikaanse marineofficier Pinkerton het zojuist gearrangeerde huwelijk met de geisha Cio-Cio-San, alias Madama Butterfly, ziet als een exotisch avontuur, neemt Butterfly de verbintenis zo serieus dat ze de godsdienst van haar voorouders afzweert en zich bekeert tot het christendom. De Amerikaanse consul Sharpless waarschuwt Pinkerton dat de gevolgen ernstig kunnen zijn, maar deze lacht alle bezwaren weg. Na de huwelijksplechtigheid blijft Butterfly’s familie lang plakken, tot de komst van haar oom Bonzo, een Japanse priester. Hij vervloekt Butterfly, die prompt door haar hele familie wordt verstoten. 

II 
Drie jaren later. Vlak na het huwelijk was Pinkerton teruggekeerd naar Amerika zonder ooit nog iets te hebben laten horen. Butterfly, die een zoontje van hem heeft, blijft geduldig op hem wachten, ook al proberen haar kamenierster Suzuki en de koppelaar Goro haar op andere gedachten te brengen. Sharpless leest een brief voor waarin Pinkerton laat weten dat hij op weg is naar Japan, met zijn nieuwe Amerikaanse vrouw. Hij raadt Butterfly aan het huwelijksaanzoek van prins Yamadori aan te nemen, wat zij verontwaardigd van de hand wijst. Het schip van Pinkerton komt aan. Butterfly en Suzuki bereiden een feestelijke ontvangst voor. 

III 
Als Pinkerton wordt geconfronteerd met zijn kind, krijgt hij berouw en ontwijkt de confrontatie. Kate Pinkerton, Sharpless en Suzuki overtuigen Butterfly ervan dat het kind beter met zijn vader mee kan gaan naar Amerika. In wanhoop stemt Butterfly toe, op voorwaarde dat Pinkerton zijn zoontje zelf komt halen. Net op het moment dat Pinkerton arriveert, pleegt Butterfly zelfmoord.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Jaap van Zweden
Regie, decor en licht 
Robert Wilson
Medewerking regie 
Giuseppe Frigeni
Medewerking decor 
Stephanie Engeln
Medewerking licht  
A.J. Weissbard
Kostuums 
Frida Parmeggiani
Orkest 
Residentie Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Martin Wright
Madama Butterfly (Cio-Cio-San) 
Adina Nitescu /
Roxana Briban
Suzuki 
Ning Liang
Kate Pinkerton 
Anneleen Bijnen
F. B. Pinkerton 
Richard Leech /
Marc Heller
Sharpless 
Anthony Michaels-Moore
Goro 
Carlo Bosi
Il principe Yamadori 
Roger Smeets
Lo zio Bonzo 
Andrzej Saciuk
Yakusidé 
Harry Teeuwen
Il commissario imperiale 
Henk Neven
L’ufficiale del registro 
John van Halteren
La madre di Cio-Cio-San 
Hiroko Mogaki
La zia 
Janine Scheepers
La cugina 
Vesna Miletic
Dolore 
Camiel van Assema /
Timothy van Pouck

Het Residentie Orkest
Met zijn nieuwe artistieke profiel bewijst het Residentie Orkest meer dan ooit dat symfonische muziek ook in de 21e eeuw voor een groot en breed publiek van betekenis kan zijn. Het orkest geeft concerten in zijn thuishaven de Dr Anton Philipszaal, Den Haag. Het orkest treedt in toenemende mate op in omliggende gemeenten als Leiden, Gouda en Wassenaar, en is ook veelvuldig te horen op diverse grote podia in binnen- en buitenland. Belangrijk zijn ook de samenwerkingen met Haagse- en nationale partners als het Nationaal Toneel, Festival Classique, Paard van Troje, Gemeentemuseum en De Nederlandse Opera, Nederlandse Opera Academie en de Zaterdagmatinee.

    di 28 jan Erik Voermans, Het Parool

    'Het enthousiasme voor Van Zweden is begrijpelijk. Zelden hoorden we in Puccini's orkestspel een dergelijke souplesse en een zodanige aandacht voor details. Met zijn karakteristieke manier van dirigeren - vloeiende bewegingen waarin zich altijd de duidelijkheid van het ritme aftekent - brengt Van Zweden met het Residentie Orkest, waarvan hij anderhalf jaar geleden als chef afscheid nam, een wonder van verfijning en expressiviteit tot stand.'

    di 28 jan Roland de Beer, De Volkskrant

    '[Jaap van Zweden] gaf [...] opnieuw een fraai visitekaartje af, als theaterman met gevoel voor karakters en situaties. [...] Het orkestrale triptriptrip waarmee Puccini op Japanse sferen mikt, paart bij Van Zweden lichtvoetigheid aan zonnigheid. Gonzende strijkers verlenen bonhomie aan het chauvinistische voor-geld-is-alles-te-koop van luitenant Pinkerton (de tenor Richard Leech). Fijnzinnig blazerswerk onderstreept de kwetsbaarheid die de Roemeense Adina Nitescu in haar vertolking legt van het kindvrouwtje Cio-Cio San. En als haar familie haar verlaat, klinken trammelant en tierelier in gedoseerd crescendo.'

    di 28 jan Mischa Spel, NRC Handelsblad

    'Jaap van Zweden kiest voor een benadering die ook muzikaal de pathetiek zoveel mogelijk buitensluit. Zijn Butterfly vlindert fris, in vlotte tempi. Het mooi afgewerkt spelende Residentie Orkest bewaart de klappen voor waar het noodlot toeslaat [...] Hart van de voorstelling én cast is Anthony Michaels-Moore als de consul Sharpless. Hij voorspelt én maakt hoorbaar dat vlindervleugeltjes er niet zijn om gebroken te worden.'