De Nationale Opera presenteert

Das Rheingold Richard Wagner (1813-1883)

Deze productie was te zien in april 2005

Der Ring des Nibelungen
Ein Bühnenfestspiel für drei Tagen und einen Vorabend
Tekst en muziek van Richard Wagner

DAS RHEINGOLD

Vorabend
Wereldpremière 22 september 1869, Königliches Hof- und Nationaltheater, München

 

DEZE PRODUCTIE

Reprise uit 1997/98 en 1999/98
Première 28 april 2005

Over de opera

In de structuur en de toonsoortenkeuze van Das Rheingoldweerspiegelt zich reeds de algehele opzet van de Ring-tetralogie. In deze ‘vooravond’ ontvouwen zich vier taferelen, waarin de personages nog tot strikt van elkaar gescheiden groepen behoren: goden, reuzen, dwergen en natuurwezens; echte mensen ontmoeten we pas later. Al meteen in het eerste tafereel wordt duidelijk waarom het hier gaat: liefde en macht. Op de bodem van de Rijn bewaken drie Rijndochters het goud, dat als er een ring uit wordt gesmeed, de drager hiervan almacht zal verlenen. De god Wotan weet de ring te bemachtigen, maar ook hij moet hem al snel weer afstaan. De vloek die op de ring rust, maakt zich kenbaar door de dood van de reus Fasolt, en ook de vreedzame wijze waarop de goden in de nieuwe burcht Walhalla hun intrek nemen, blijkt slechts schijn.

‘Over de golvende beweging in Rheingold zegt R. dat ze als het ware het wiegenlied van de wereld is.’ - Cosima Wagner

Het verhaal

Diep in de Rijn ligt een grote goudschat, die wordt bewaakt door de drie Rijndochters. De dwerg Alberich kijkt vol begeerte naar de meisjes, die hem uitdagen en afwijzen. Als het zonlicht de schat doet flonkeren, zingende Rijndochters over de almacht die degene die een ring van het goud maakt zal verkrijgen. Maar dat kan alleen iemand zijn die de liefde afzweert. Woedend over de afwijzing vervloekt Alberich de liefde en rooft het Rijngoud.
De god Wotan heeft door de reuzen Fasolt en Fafner een burcht, Walhall, laten bouwen. De bedongen prijs was zijn schoonzuster Freia, godin van de eeuwige jeugd, maar Wotan wil onder die afspraak uit. Als de reuzen Freia komen opeisen en van geen andere beloning willen weten, moet de slimme vuurgod Loge met een oplossing komen. Hij stelt als prijs het Rijngoud voor, waar de twee bouwlieden mee instemmen. Als gijzelaar moet Freia echter met hen mee.

Wotan en Loge dalen af naar Nibelheim, waar Alberich een ring heeft gesmeed. Zijn broer Mime dwong hij een helm (de 'Tarnhelm') te maken waarmee de drager elke gewenste gedaante kan aannemen. Door een list weten de goden Alberich de schat met de ring en de Tarnhelm afhandig te maken.
De dwerg vervloekt de ring. Als losprijs voor Freia verlangen Fasolt en Fafner zoveel goud dat zij geheel aan het oog wordt onttrokken. Om het laatste gaatje in de stapel te dichten dwingen ze Wotan de ring af te staan. De vloek doet zich meteen gelden: Fasolt en Fafner strijden om het bezit van de ring, waarbij Fasolt door zijn broer wordt gedood. Wotan en de andere goden nemen hun intrek in Walhall, behalve Loge, die eigenlijk maar half goddelijk is. De Rijndochters beklagen hun verlies.

TEAM EN CAST

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie 
Pierre Audi
Decor 
George Tsypin
Kostuums 
Eiko Ishioka
Licht 
Wolfgang Göbbel
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Wotan 
Albert Dohmen
Donner 
Geert Smits
Froh 
Martin Homrich
Loge 
Chris Merritt
Alberich 
Werner van Mechelen
Mime 
Graham Clark
Fasolt 
Frode Olsen
Fafner 
Mario Luperi
Fricka 
Doris Soffel
Freia 
Michaela Kaune
Erda 
Anne Gjevang
Woglinde 
Alexandra Coku
Wellgunde 
Natascha Petrinsky
Flosshilde 
Elena Zhidkova

Nederlands Philharmonisch Orkest

Het Nederlands Philharmonisch Orkest | Nederlands Kamerorkest behoort als vaste orkestpartner van De Nationale Opera tot de beste Europese operaorkesten. Marc Albrecht is sinds 2011 chef-dirigent van het NedPhO|NKO en van De Nationale Opera. Hij leidde onder meer spraakmakende producties van Die Frau ohne Schatten, Schatzgräber, Elektra en Die Meistersinger. Het orkest boekte ook een groot succes met de integrale uitvoering van Der Ring des Nibelungen onder leiding van Hartmut Haenchen.

Het NedPhO|NKO presenteert zich nationaal en internationaal ook in een gevarieerde concertprogrammering. Thuiszaal is Het Koninklijk Concertgebouw. Het orkest verbindt artistieke excellentie met gastvrijheid voor een breed publiek en neemt verantwoordelijkheid voor de toekomst met omvangrijke programma’s voor educatie en talentontwikkeling. Klassieke muziek wordt zo bereikbaar voor iedereen.

    do 30 jan Financieele Dagblad

    Adembenemend is hoe de technische en ruimtelijke mogelijkheden van Het Muziektheater worden benut; adembenemender nog de focus op het individu in dat geweld.

    do 30 jan Het Parool

    (...) magnifiek van toneelbeeld, aankleding en belichting, door dirigent Hartmut Haenchen en het Residentie Orkest voorzien van scherp vormgegeven, zachte, kwieke en vloeiende, maar niet rafelloze klanken.

    do 30 jan NRC Handelsblad

    Pierre Audi (...) is niet van plan expliciete duiding te verschaffen, hij is wars van naturalisme, anekdotiek en politieke traktaten (...) Er wordt over het algemeen goed gezongen, maar het opzienbarendst is de muzikale uitvoering onder leiding van Hartmut Haenchen door het Residentie Orkest (...).