De Nationale Opera presenteert

Samson Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Deze productie was te zien in december 2003

SAMSON

Georg Friedrich Händel
Oratorium in drie delen, HWC 57
Libretto van Newburgh Hamilton
Wereldpremière 18 februari 1743, Covent Garden Theatre, Londen

 

DEZE PRODUCTIE

Nieuwe productie
Première 3 december 2003
Coproductie met Opera O.T. (Onafhankelijk Toneel)

Over de opera

Het succes van Samson

Bij zijn terugkeer uit Ierland, augustus 1742, was Händel 57 jaar oud. Voor veel mensen een leeftijd om te overwegen het wat kalmer aan te doen of zich terug te trekken. Voor Händel niet. Zijn werklust en creativiteit waren ongebroken, sterker nog: ze hadden een krachtige impuls gekregen dankzij de weerklank die zijn muziek in Dublin had ontmoet. In de komende jaren zou Händel nog veertien grote oratoria componeren, alsmede een aanzienlijk aantal kleinere werken. Verder zou hij nog jarenlang als dirigent en organisator van concerten en uitvoeringen én als organist een centrale rol blijven spelen in het Engelse muziekleven. 

De triomfen die Händel in Dublin had gevierd, waren in Londen uiteraard niet onopgemerkt gebleven. Het kostte hem dan ook weinig moeite met John Rich tot overeenstemming te komen bij het plannen van een reeks oratoriumuitvoeringen in het Covent Garden Theater, voorjaar 1743; dit ondanks het feit dat er in Londen nog steeds oppositie bestond tegen de persoon Händel en zijn functioneren in het muziekleven.

Kort na zijn aankomst in Londen begon Händel aan het herzien van Samson, het oratorium dat waarschijnlijk aanvankelijk bedoeld was geweest voor uitvoering in Dublin. Hij voltooide het op 12 oktober 1742. Het werk werd op 18 februari 1743 voor het eerst uitgevoerd. Händel had nu een ploeg zangers tot zijn beschikking die voor het merendeel bestond uit Engelsen: John Beard, Susanna Cibber-Arne, Catherine Clive-Raftor, Thomas Lowe, William Savage en Henry Reinhold; en bovendien, als enige Italiaanse, Christina Avoglio. Het koor bestond uit de jongens van Chapel Royal, aangevuld met krachten uit diverse kerkkoren.

Het succes van Samson was zo groot dat Händel waarschijnlijk al op dit moment besloot niet meer naar Dublin terug te keren doch zich helemaal te richten op de verovering van het Londense publiek; er was echter een groot verschil met de triomfen die Händel destijds met zijn opera's had gevierd. Zijn publiek was nu anders samengesteld, er had zich daarin een verschuiving voorgedaan. De adel, die Händels carrière als opera-componist destijds had gefinancierd, was de opera trouw gebleven. Er hadden zich op dat terrein nieuwe componisten aangediend, onder wie Giovanni Lampugnani en Baldassare Galuppi; zij konden met hun wat meer aan de moderne smaak aangepaste opera's rekenen op de steun van de adel. Die 'moderne' smaak manifesteerde zich niet in de eerste plaats in de stofkeuze - want opera's over helden en potentaten uit de klassieke oudheid bleven in trek -, maar in de muzikale stijl, die luchtiger was geworden. Händel richtte zich met zijn oratoria vanaf nu in steeds sterkere mate op de gegoede burgerij, de 'middle class'. In deze laag van de samenleving voltrok zich toentertijd een soort religieus reveil, een sterk op het evangelie georiënteerde wederopleving van een puriteinse levenswijze, met een afkeer van luxe en genotzocht.

Over deze productie

De sfeer waarin Samson zich afspeelt is een fictieve burgeroorlog, als metafoor voor een strijd tussen diegenen die denken dat de wereld maakbaar is en de streng gelovigen die zich overgeven aan de wetten van God. Samson, ooit een serieus opgevoede ultraorthodoxe jongen, heeft aan de ene kant gewelddaden gepleegd tegen het wettige gezag, en aan de andere kant kan hij de sfeer van vrijheid, moderniteit, Tel Aviv niet versmaden. Dalila is geen del maar een moderne vrouw die verliefd is geworden en dat nog steeds is. Ook Samson voelt ondanks zijn haat nog steeds liefde voor haar. Een liefde die hij bij het weerzien met Dalila uit zijn hart bant. Modern en seculier staat tegenover zijn ultraorthodox, maar beide zijn één volk en één natie. Wij houden ervan om de universaliteit van het drama te bewaren en we situeren de handeling daarom in een verbeelde nabije toekomst waarin een nieuwe, blinde Yigal Amir gevangen zit. - Mirjam Koen en Gerrit Timmers

Het verhaal

Eerste deel

Het offerfeest dat de Filistijnen voor hun god Dagon vieren, verlost de blinde Samson een dag lang van de slavenarbeid waartoe hij als gevangene veroordeeld is. Terwijl de anderen zich uitbundig amuseren, tracht hij te bezinnen in gebed, maar hij wordt door wroeging gekweld. Zijn Israëlitische vrienden komen hem bezoeken. Eén van hen is Micha, die uiting geeft aan zijn treurnis over de gevangenschap van Samson, wiens macht en kracht volkomen gebroken lijkt. Samson legt alle schuld bij zichzelf: hij heeft het geheim van zijn tomeloze kracht prijsgegeven aan Dalila, de Filistijnse vrouw met wie hij getrouwd is. Zijn kracht lag in zijn haar, maar, toen zij dit wisten, hebben de Filistijnen niet slechts zijn haar afgeschoren, maar ook nog zijn ogen uitgestoken. Dit ervaart Samson als de grootste straf: dat alles om hem heen in zwartste duister gehuld is. 

De oude Manoah komt zijn zoon bezoeken. Hij kan haast niet bevatten dat Samson, die ooit de schrik van Israëls vijanden was en hele legers op de vlucht joeg, nu zelf in kluisters geslagen is en zich tegen niemand verweren kan. Vroeger had iedereen Manaoh benijd om zijn zoon, maar nu is ook hij doelwit van spot en vernedering. Aan het verdriet van zijn vader voelt Samson zich al evenzeer schuldig: hij heeft zich immers door een vrouw ertoe laten verleiden Gods geheim te verraden. Voor zijn vader weegt nog zwaarder dat de Filistijnen vandaag in Dagon een afgod vereren en daarmee de in zijn ogen enige ware God lasteren en onteren. Zoals Samson maar al te zeer beseft, heeft zijn gevangenschap de Filistijnen gesterkt in hun geloof in Dagons almacht. Maar misschien komt het nu eindelijk tot een echte confrontatie: God zal de heidenen bestraffen en bewijzen wie de ware God is. Tot het zover is, wil Samson verder boete doen. Verscheurd door hoop en wroeging, verlangt hij naar de dood: die alleen kan hem verlossing bieden.

Nadat Manoah, Micha en de andere Israëlieten nogmaals hun hoop op Gods redding beleden hebben, maakt Dalila haar opwachting. Samson kan haar nabijheid niet verdragen, hoe berouwvol zij zich ook voordoet. Ze zegt te willen boeten voor haar verraad en Samson opnieuw haar liefde te zullen bewijzen. Hij is echter overtuigd van haar boze opzet en laat zich niet door haar verzoekingspogingen paaien. Woedend over zijn verbeten afwijzing verklaart ze dat zij door hem te verraden, haar volk van een wrede verwoester heeft bevrijd. Mét Samson voelen de Israëlieten zich in hun standpunt gesterkt dat de man de vrouw aan zich moet onderwerpen.

Tweede deel

Nieuwe onrust ontstaat als de Filistijnse gigant Harapha ten tonele verschijnt. Het spijt hem dat hij zijn krachten niet met die van Samson kan meten: met een blinde te vechten is zijn eer te na. Getergd door Harapha's provocerende taal tracht Samson hem tot een tweegevecht uit te dagen, dat tevens een krachtmeting zou zijn tussen Jehovah en Dagon. Hoewel zijn handen jeuken blijft Harapha bij zijn besluit niet met een geboeide slaaf in het krijt te treden, en de Filistijnen zowel als de Israëlieten belijden hun geloof in de almacht van hun God.

Na een korte onderbreking komt Harapha terug. Namens de Filistijnense leiders roept hij Samson om op de feestelijkheden ter ere van Dagon op te luisteren door een proeve te geven van zijn kracht. Aanvankelijk weigert Samson: zijn geloof verbiedt hem deel te nemen aan deze 'ijdele rituelen'. Maar als Harapha hem nogmaals oproept, herziet hij zijn besluit. Met zijn haar voelt hij zijn kracht terugkeren, en bezield van een hernieuwd vertrouwen gaat hij met Harapha mee. Micha en het volk der Israëlieten zijn verheugd dat hun leider weer voor Israël in het krijt zal treden en bidden Jehovah om steun.

De oude Manoah keert terug. Hij heeft goede hoop dat hij zijn zoon van de Filistijnen kan vrijkopen. Plotseling klinken in de verte de jubelkreten van de Filistijnen, niet veel later gevolgd door een ijzingwekkend kabaal. Een bode komt berichten dat Samson de tempel van Dagon heeft doen instorten en dat hij samen met de Filistijnen bedolven is onder het puin. Allen rouwen om Samson en begeleiden hem met lofzang naar zijn laatste rustplaats.
 

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Christopher Moulds
Regie 
Mirjam Koen
Gerrit Timmers
Decor 
Gerrit Timmers
Kostuums 
Carly Everaert
Licht 
Paul van Laak
Choreografie 
Ton Lutgerink
Orkest 
Concerto Köln
Continuo 
Menno van Delft (klavecimbel, kamerorgel)
Matthew Halls / Tineke Steenbrinck (klavecimbel)
Werner Matzke (cello)
Shizuko Noiri (luit)
Koor 
Vocaal ensemble
Instudering vocaal ensemble 
Matthew Halls
Samson 
John-Mark Ainsley
Manoah 
Nathan Berg
Micah 
Charlotte Hellekant
An Israelite man / messenger 
Michael Hart-Davies
An Israelite woman 
Inga Kalna
An Israelite woman 
Sari Gruber
Dalila 
Judith Howarth
Harapha 
Stephen Richardson
A Philistine man 
Michael Hart-Davies
Attendant to Dalila 
Sari Gruber
A Philistine woman 
Inga Kalna