Over de opera

In ‘La bohème’ wordt het leven van vier Parijse kunstenaars (Rodolfo, Marcello, Schaunard en Colline) en twee vrouwen (Mimì en Musetta – beurtelings afgeschilderd als femme fragile en femme fatale) in een reeks ets-achtige beelden geportretteerd. Het is Puccini’s grote verdienste dat hij kleine alledaagse emoties tot kunst heeft verheven, zonder dat hij zich hierbij liet hinderen door intellectuele valse schaamte. Hij toont de poëzie van het verval en maakt met zijn muziek ziekte tot bondgenote van zijn kunst. Het personage dat in de opeenvolging van taferelen in het middelpunt staat, is het naaistertje Mimì, wier liefde voor Rodolfo wordt overschaduwd door haar ernstige ziekte en die daaraan ten slotte ook ten gronde gaat. 

‘Puccini’s superieure talent voor sentimentaliteit strookt in La bohème zo volkomen met de loop van het verhaal en wordt zo meesterlijk uitgebuit dat zelfs ik, als het me lukt een kaartje te bemachtigen, het theater met het liedje van mijn verloren onschuld op de lippen verlaten zal.’ - Igor Stravinsky

Het verhaal

I
Op een Parijse zolderkamer beklagen de schrijver Rodolfo en de schilder Marcello zich over de bittere kou. Rodolfo besluit zijn toneelstuk te verbranden om het tenminste even warm te hebben. De filosoof Colline voegt zich bij zijn vrienden; hij heeft zijn boeken niet kunnen verpanden. Daarop komt de musicus Schaunard binnen met geld, eten en drinken en brandhout. Als de vrienden Schaunards wijn drinken, komt de huisbaas Benoît de huur innen. Ze voeren hem dronken en zetten hem – uit gespeelde verontwaardiging over zijn opgebiechte buitenechtelijke escapades – de deur uit. De vrienden gaan naar Café Momus, maar Rodolfo blijft thuis om te werken. Daarbij wordt hij gestoord door zijn jonge buurvrouw, het naaistertje Mimì; zij komt vuur vragen voor haar kaars. Als zij wil vertrekken, mist ze haar sleutel. Bij het zoeken raakt Rodolfo haar hand en weldra bekennen zij elkaar hun liefde.

II
In Café Momus stelt Rodolfo Mimì voor aan zijn vrienden, die daar zitten te eten. Marcello ziet zijn ex-geliefde, Musetta, verschijnen met de oude, rijke Alcindoro. Zij stuurt deze met een voorwendsel weg en verzoent zich met Marcello. Het gezelschap gaat ervandoor en Alcindoro kan opdraaien voor de rekening.

III
Marcello en Musetta werken in een herberg aan de rand van de stad. Mimì gaat daarheen om Marcello advies te vragen over haar relatie met Rodolfo, die door diens jaloezie wordt bedorven. Marcello raadt haar aan hem te verlaten. Als Rodolfo verschijnt, verstopt Mimì zich en hoort een gesprek tussen de twee vrienden, waarin Rodolfo zegt haar te willen verlaten om haar slechte gezondheid. Mimì verraadt haar aanwezigheid door een heftige hoestbui. Zij verzoenen zich, terwijl Marcello en Musetta zo’n ruzie krijgen dat ze uit elkaar gaan.

IV
Enkele maanden later proberen Rodolfo en Marcello weer op hun zolderkamer te werken. Schaunard en Colline brengen brood en haring, waarna plotseling Musetta en Mimì voor de deur staan. Mimì is er slecht aantoe; zij heeft haar rijke minnaar verlaten om bij Rodolfo te sterven. De anderen proberen haar te helpen aan medicijnen en eten, en laten de geliefden even alleen. Spoedig valt Mimì in slaap en sterft.