De Nationale Opera presenteert

Don Carlo Giuseppe Verdi (1813-1901)

Deze productie was te zien in juni 2004

DON CARLO

'Don Carlos'
Giuseppe Verdi
Grand opéra en cinq actes
Libretto van Joseph Méry en Camille du Locle, naar het toneelstuk 'Don Carlos, Infant von Spanien' van Friedrich von Schiller
Wereldpremière 11 maart 1867, Salle Le Peletier (Opéra), Parijs
Gereviseerde versie in vier bedrijven, Italiaanse vertaling van Achilles de Lauzières en Angelo Zanardini, 10 januari 1884, Teatro alla Scala, Milaan

 

DEZE PRODUCTIE

Nieuwe productie
Première 3 juni 2004
Voorstellingen in het kader van het Holland Festival

Over de opera

Het ideeëndrama van de Duitse dichter Friedrich Schiller werd door componist Giuseppe Verdi omgesmeed tot een opera waarin grote massascènes op fascinerende wijze zijn gecombineerd met scherp getekende portretten van individuele personages, en algemeen politieke thema’s vervlochten zijn met de emotionele conflicten van de hoofdfiguren. De om politieke redenen onvervulbare liefde

van de Spaanse kroonprins voor Elisabeth van Valois speelt zich af tegen de achtergrond van de militaire confrontaties tussen Spanje en de Nederlanden en de terreur van de Inquisitie. In dit werk zien we al duidelijk hoe Verdi
zich ontwikkelt in de richting van het doorgecomponeerde drama, maar de soloscènes en duetten, zoals dat tussen de beide vrienden Carlos en Posa, zijn van grote emotionele kracht.

‘Verdi wilde zichzelf zijn. En dat lukte hem ook. Hij was
niet de mening toegedaan dat het theater een museum
moest zijn. Alleen al het idee van een museaal theater
stond hem tegen.’ - Luigi Dallapiccola

Het verhaal

I.
Don Carlo, de Spaanse kroonprins, is verliefd op zijn jonge stiefmoeder, Elisabetta di Valois. Zijn vriend Rodrigo, markies van Posa, probeert hem af te leiden en smeekt hem zich in te zetten voor de onderdrukte Nederlanden. Carlo vraagt Elisabetta te bemiddelen bij de koning, Filips II (Filippo). Als hij zijn gevoelens de vrije loop laat, wijst zij hem terecht, hoewel ze ook van hem houdt. Carlo snelt weg. De koning is woedend omdat hij de koningin alleen aantreft. In een gesprek met Rodrigo, die bij hem voor de Nederlanden pleit, vertelt hij deze over zijn zorgen omtrent Elisabetta en Carlo.

II.
Na een anoniem briefje te hebben ontvangen verwacht Carlo ’s nachts de koningin in de tuin. De schrijfster is echter prinses Eboli, die verliefd op hem is. Als Carlo zich laat ontvallen dat hij van Elisabetta houdt en Eboli afwijst, zweert zij wraak. Rodrigo verzoekt Carlo belastende documenten inzake de Nederlanden aan hem toe te vertrouwen.
Vlak vóór een openbare ketterverbranding benaderen afgezanten uit de Nederlanden de koning en smeken hem om hulp. Hij laat hen afvoeren, waarop Carlo met getrokken degen eist naar de Nederlanden te worden gestuurd. Rodrigo ontwapent hem, waarop Filippo de markies tot hertog bevordert en Carlo laat arresteren.

III.
Filippo krijgt van de Grootinquisiteur hulp om zijn zoon een proces aan te doen. Prinses Eboli heeft de koning het juwelenkistje van Elisabetta toegespeeld, met daarin een portret van Carlo. Hij confronteert haar daarmee, tot haar grote ontzetting. Eboli bekent alles, ook het feit dat ze de minnares van de koning is geweest. Elisabetta verbant haar van het hof.
Bij Rodrigo zijn de documenten aangetroffen. Hij zoekt Carlo op in de gevangenis, wetend dat zijn laatste uur geslagen heeft. Getroffen door een dodelijk schot, sterft Rodrigo in Carlo’s armen. Filippo wil Carlo zijn degen teruggeven, maar deze wijst hem af en bekent dat Rodrigo voor hem is gestorven. Als het volk de gevangenis bestormt, weet Carlo te vluchten.

IV.
Elisabetta en Carlo nemen afscheid bij het klooster van San Yuste. Zij worden verrast door de koning en de Grootinquisiteur, maar voordat de wachten Carlo gevangen kunnen nemen, zoekt deze verlossing in het hiernamaals.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Riccardo Chailly
Regie 
Willy Decker
Decor 
Wolfgang Gussmann
Kostuums 
Wolfgang Gussmann
Susana Mendoza
Belichting 
Hans Toelstede
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Orkest 
Koninklijk Concertgebouworkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Filippo II 
Robert Lloyd
Don Carlo 
Rolando Villazon
Rodrigo 
Dwayne Croft
Il grande inquisitore 
Jaakko Ryhänen
Un frate 
Giorgio Guiseppini
Elisabetta di Valois 
Amanda Roocroft
La principessa d'Eboli 
Violeta Urmana
Tebaldo, paggio d’Elisabetta 
Marisca Mulder
Il conte di Lerma 
Kristian Benedikt
Deputati fiamminghi 
Peter Arink
Jordan Shanahan
Bas Kuijlenburg
Serge Novique
Mitchell Sandler
Thomas Oliemans
Contessa d’Aremberg 
Maartje de Lint
Araldo reale 
Rudi de Vries
Voce dal cielo 
Cinzia Forte

Koninklijk Concertgebouworkest

Het Koninklijk Concertgebouworkest behoort tot de meest vooraanstaande symfonieorkesten ter wereld. Het in 1888 opgerichte orkest werd door Gramophone uitgeroepen tot ‘The World’s Greatest Orchestra’, vanwege zijn unieke, herkenbare klank en stilistische flexibiliteit. Meest recent bij De Nationale Opera: Parsifal (2012) en Falstaff (2014); in 2015 werkt het Koninklijk Concertgebouworkest mee aan Lulu.

    do 30 jan Roland de Beer, de Volkskrant

    ‘Zelden zal er in het Amsterdamse Muziektheater stormachtiger zijn gejuicht dan voor Riccardo Chailly, het Koninklijk Concertgebouworkest en de zangers die donderdag Verdi’s Don Carlo lieten horen, maar er was dan ook sprake van een historisch moment.'

    do 30 jan Matthijs Smits, Het Financieele Dagblad

    'Met decennialang de beelden van Don Carlo(s) op het netvlies van de beroemde enscenering van Luchino Visconti [...] lijkt er nu eindelijk een productie van dit Verdi-werk in te slagen die herinnering te doen vervagen.’