De Nationale Opera presenteert

La clemenza di Tito Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Deze productie was te zien in december 2002

LA CLEMENZA DI TITO

Wolfgang Amadeus Mozart
Opera seria in due atti
Libretto van Pietro Metastasio
Wereldpremière 6 september 1791, Nationaaltheater, Praag

Nieuw gecomponeerde recitatieven van Manfred Trojahn

 

DEZE PRODUCTIE

Nieuwe productie
Première 2 december 2002

Over de opera

Een Romeinse keizer laat mildheid heersen ondanks alle tegen hem beraamde intriges, inclusief het in brand steken van het Capitool. Geschreven ter gelegenheid van de kroning van Leopold II tot koning van Bohemen, die zich in de titelfiguur moest kunnen herkennen.

Het verhaal

Rome, 79- 80 n.Chr. Vitellia, de dochter van de afgezette keizer Vitellius, is beledigd omdat keizer Titus haar niet als bruid heeft gekozen. Ze haalt haar aanbidder Sextus over tot het smeden van een complot tegen de keizer, ondanks de vriendschap tussen de twee mannen. De patriciër Annius, een vriend van Sextus, vraagt hem om de hand van zijn zuster, Servilia. Sextus stemt hier van harte mee in. Het volk begroet de keizer op het Forum. Titus belooft steeds als een vader voor Rome te zijn en stelt veel geld beschikbaar voor de slachtoffers van de uitbarsting van de Vesuvius. Dan vraagt hij Sextus, tot diens en Annius’ schrik, om de hand van Servilia. Als zij echter onder dankzegging verklaart dat haar hart Annius toebehoort, ziet Titus grootmoedig van de verbintenis af. Vitellia weet dit laatste nog niet en voelt zich nog steeds versmaad. Ze maant Sextus aan met spoed de aanslag uit te voeren. Nauwelijks is Sextus vertrokken, of de prefect Publius en Annius komen Vitellia melden dat Titus haar als gemalin wenst. Zij is ontsteld door deze nieuwe wending, maar kan Sextus niet meer achterhalen. Deze aarzelt nog steeds, wanneer hij plotseling ziet dat het Capitool al in brand staat. Allen geloven nu dat Titus dood is. 

Annius weet Sextus gerust te stellen: Titus is niet dood, maar iemand anders, als de keizer gekleed, werd neergestoken. Sextus bekent Annius dat hijzelf de aanstichter van de aanslag is. Annius raadt hem aan bij Titus om genade te vragen, maar Vitellia zegt hem te vluchten zodat hij zijn eigen leven redt en haar intrige geheim blijft. Publius komt Sextus arresteren: de man die werd neergestoken, leeft nog. Hij is een van de samenzweerders en heeft alles verteld. Vitellia krijgt nu berouw. De senaat veroordeelt Sextus en zijn medeplichtigen tot de dood in de arena. Publius vraagt Titus het vonnis te ondertekenen. Annius smeekt hem echter om genade voor zijn zwager en de keizer blijft in tweestrijd achter. Hij ontbiedt Sextus, die onder vier ogen een beroep doet op hun vriendschap, maar die zich niet goed kan verdedigen uit angst Vitellia te verraden. Titus stuurt hem weg en ondertekent het doodvonnis, maar verscheurt vervolgens het document. Als Vitellia hoort hoe standvastig Sextus is, kan ze hem niet langer aan zijn lot overlaten. Op het moment dat Titus publiekelijk het vonnis zal uitspreken [iedereen verwacht de doodstraf], komt ze tussenbeide en eist de verantwoordelijkheid voor de samenzwering op. Titus is met stomheid geslagen over deze onthulling, maar hij besluit zijn belagers te vergeven, omdat hij niet tot wreedheid wil worden gedwongen. Allen wensen Titus heil en zegen.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie 
Pierre Audi
Instudering regie 
Wim Trompert
Decor en licht 
Jan Versweyveld
Kostuums 
Patrick Kinmonth
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Orkest 
Nederlands Kamerorkest
Basseklarinet 
Léon Bosch
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Tito Vespasiano 
Jerry Hadley / Kresimir Spicer
Vitellia 
Charlotte Margiono
Servilia 
Ofelia Sala
Sesto 
Vesselina Kasarova / Anna Bonitatibus
Annio 
Hana Minutillo
Publio 
Tómas Tómasson

Bij één voorstelling heeft heeft Kresimir Spicer de rol vanuit de orkestbak gezongen terwijl assistent-regisseur Wim Trompert de rol op het toneel speelde.

    do 30 jan Süddeutsche Zeitung

    Dass diese Doppelleben-Menschen, die da nun in zwei Musiksprachen denken und fühlen, gleichwohl überzeugen und fesseln, verdankt sich entschieden der Regie von Pierre Audi und der in eine vage Zukunft verlegten Bühnenszenerie von Jan Versweyveld. Da finden sich luftig in Raum und Höhe verteilte Bauklotz-Stelzencontainerhäuschen, die das sich lockernde Seria-Gefüge von Mozarts Werk genauso versinnbildlichen wie diese neue Version. Zentrum ist die atemberaubende Vesselina Kasarova als verführter junger Sesto sowie das ins Bühnenzentrum gerückte, auf grosse Orchesterstärke aufgestockte Nederlands Kamerorkest, brillant dirigiert von Hartmut Haenchen, der dem Moart-Trojahn-"Titus" den leuchtenden Zukunftshorizont schenkt.

    do 30 jan NRC Handelsblad

    Trojahn helpt het drama vooruit, geeft de personages een sterker profiel en verbijzondert juist de Mozartmuziek. Haenchen en zijn op het podium gesitueerde Nederlands Kamerorkest zijn uitstekend op dreef, maar bereiken een hoogtepunt in de begeleiding van de aria Parto, ma tu ben mio, waarbij de uitstekende bassetklarinettist Léon Bosch zijn partij staande mag spelen. Deze aria was een enorm succes voor de Bulgaarse mezzosopraan Vesselina Kasarova. Met haar sterk dramatische zingen in de belangrijke rol van de verrader en brandstichter Sesto was zij de ster van de voorstelling.

    do 30 jan De Volkskrant

    In de tweede akte staan Mozart en zijn eenentwintigste-eeuwse helper meer met elkaar in balans; gaat Trojahn beknopter en effectiever te werk. [.. deze statische productie [..] heeft haar aantrekkelijkheid voornamelijk te danken aan het koor, aan het fabelachtige zingen van Vesselina Kasarova in de rol van Sextus, aan het bekwame maar minder indringende zingen van Charlotte Margiono en Hana Minutillo, en het klarinet- en bassethoornspel van Léon Bosch in de fameuze aria’s van Sextus en Vitellia.