De Nationale Opera presenteert

Die Zauberflöte Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Deze productie was te zien in april 2003

DIE ZAUBERFLÖTE

Wolfgang Amadeus Mozart
Deutsche Oper in zwei Aufzügen, KV 620
Libretto van Emanuel Schikaneder
Wereldpremière 30 september 1791, Theater im Freihaus auf der Wieden, Wenen

 

DEZE PRODUCTIE

Reprise uit 1995/96 en 1998/99
Première 7 april 2003

Over de opera

Zoals niet eerder in zijn werk heeft Mozart in zijn laatste opera de meest diverse elementen met elkaar gecombineerd en tot een eenheid aaneengesmeed. Die Zauberflöte werd een van de grootste successen in de geschiedenis van de opera. Juist door de tegenstrijdig lijkende componenten heeft dit werk tot op de dag van vandaag niets aan frisheid en actualiteit ingeboet. De geschiedenis van de bevrijding van Pamina uit handen van Sarastro slaat om in de loutering van prins Tamino en diens opname in de kring van ingewijden van de Zonnetempel.

Ernst en vrolijkheid gaan naadloos in elkaar over, en filosofisch gedachtegoed is verweven met een sprookjeswereld waarin de wonderlijkste dieren en muziekinstrumenten voorkomen. In onze eigen tijd, die zo rijk is aan controverses, dient elke nieuwe productie dan ook bezield te zijn van het streven de tegenstrijdigheden niet glad te strijken maar ze juist extra sterk te doen uitkomen.

‘Geen enkele andere opera heeft het wensdenken van de biografen in een zo rijke mate geprikkeld als Die Zauberflöte. Zij wordt dan ook gezien als Mozarts wereldlijke zwanenzang, een samenvattendeapotheose, terugkeer tot de goddelijke eenvoud.’ - Wolfgang Hildesheimer

Het verhaal

I

Vluchtend voor een grote slang valt prins Tamino uitgeput neer. Drie hofdames van de Koningin der Nacht doden het monster. Als Tamino bijkomt, ziet hij de vogelvanger Papageno, die beweert dat híj de slang heeft verslagen. De dames bestraffen deze leugen door een slot voor zijn mond te hangen. Zij geven Tamino een portret van Pamina, de dochter van de Koningin der Nacht. Het meisje wordt gevangen gehouden door de priester Sarastro. Tamino is op slag verliefd. Dan verschijnt de Koningin en vraagt Tamino om Pamina te bevrijden; als beloning zal hij haar hand krijgen. De prins krijgt een toverfluit mee, terwijl Papageno, die hem zal helpen, een magisch klokkenspel ontvangt. Het slot wordt van zijn mond verwijderd en drie knapen wijzen de weg naar Sarastro.

In diens paleis wordt Pamina belaagd door de moor Monostatos. Als Papageno voor hem staat, menen beiden de duivel te zien en nemen de benen. Dan komt Papageno terug om Pamina te melden dat Tamino haar zal bevrijden. Deze krijgt van een priester te horen dat Sarastro geen schurk is, maar een rechtvaardige heerser. Monostatos probeert de vluchtende Pamina en Papageno tegen te houden, maar als de vogelvanger op zijn klokkenspel speelt, moeten de moor en zijn trawanten dansen, of ze willen of niet. Onderweg stuiten Pamina en Papageno op Sarastro, die Pamina de vluchtpoging vergeeft, maar haar niet vrijlaat: het is beter als ze niet naar haar moeder terugkeert. Pamina valt Tamino in de armen, terwijl Monostatos met slagen op zijn voetzolen wordt gestraft.

 

II

Voordat Tamino met Pamina mag trouwen, moet hij een aantal proeven afleggen en in de tempel der wijsheid worden opgenomen. Papageno vergezelt hem, nadat ook hem een bruid is beloofd. De slapende Pamina wordt weer beslopen door Monostatos, als de Koningin der Nacht verschijnt. Monostatos verstopt zich en hoort hoe de moeder haar dochter opdraagt Sarastro te doden en de zevenvoudige Zonnekring, die Pamina’s vader aan de broederschap had geschonken, terug te pakken. Monostatos ontneemt Pamina een dolk die haar moeder haar gaf en eist dat zij de zijne wordt. Zo niet, dan zal hij alles verraden aan Sarastro, die plotseling binnenkomt en de moor wegjaagt. Sarastro stelt Pamina gerust: het gaat hem niet om wraak, maar om liefde en vergeving.

Tamino en Papageno moeten blijven zwijgen totdat een bazuin klinkt, maar Papageno babbelt honderduit. Ineens staat er een lelijk oud vrouwtje voor hem, dat zich voorstelt als zijn bruid en weer schielijk verdwijnt als er een donderslag klinkt. De drie knapen brengen de toverfluit, het klokkenspel en een gedekte tafel. Terwijl Papageno zich tegoed doet, blaast Tamino op de fluit. Pamina voegt zich bij hen; zij is wanhopig als Tamino niet met haar wil spreken.

Sarastro laat hen voorlopig afscheid nemen; er staan Tamino nog twee gevaarlijke proeven te wachten. Papageno hoeft niet meer mee te doen, want hij is te zeer gesteld op aardse genoegens. Het oude vrouwtje duikt weer op en verandert tot zijn verrukking in de jonge, knappe Papagena. Een priester neemt haar echter weer mee: Papageno heeft haar nog niet verdiend. Als Pamina zelfmoord wil plegen, wordt dit verhinderd door de drie knapen, die haar overtuigen dat Tamino van haar houdt. Zij brengen haar naar hem toe.

Ook Papageno wordt door de knapen van zelfmoord afgehouden: zij brengen Papagena bij hem. Intussen doorstaan Tamino en Pamina samen de vuur- en waterproeven en betreden de tempel. De Koningin der Nacht probeert daar met de drie dames en Monostatos binnen te dringen, maar onder donder en bliksem verzinken zij in de diepte. Sarastro en zijn priesters verwelkomen Tamino en Pamina in hun kring van ingewijden.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie 
Pierre Audi
Instudering regie 
Saskia Boddeke
Decor 
Karel Appel
Kostuums 
Jorge Jara
Karel Appel
Licht 
Jean Kalman
Choreografie 
Min Tanaka
Instudering choreografie 
Hisako Horikawa
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Orkest 
Nederlands Kamerorkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Sarastro 
Peter Rose
Tamino 
Kurt Streit
Sprecher 
Michael Autenrieth
Erster Priester 
Harry Peeters
Zweiter Priester 
Kresimir Spicer
Königin der Nacht 
Elena Mosuc
Pamina 
Ofelia Sala
Erste Dame 
Gillian Webster / Claudia Kunz
Zweite Dame 
Ulrike Helzel
Dritte Dame 
Annette Seiltgen
Ein altes Weib (Papagena) 
Machteld Baumans
Papageno 
Roman Trekel
Monostatos, ein Mohr 
Ryland Davies
Erster geharnischter Mann 
Kresimir Spicer
Zweiter geharnischter Mann 
Marek Gasztecki
Sklaven 
Michael Autenrieth
Ruud Kok
Jan Majoor
Drei Knaben 
Viktor Weiss
Jonathan Walz
Kai Kluge