De Nationale Opera presenteert

TOSCA Giacomo Puccini (1858-1924)

Deze productie was te zien in mei 1998

TOSCA

Giacomo Puccini
Melodramma in tre atti
Libretto van Giuseppe Giacosa en Luigi Illica, naar het toneelstuk 'La Tosca' van Victorien Sardou
Wereldpremière 14 januari 1900, Teatro Costanzi, Rome

Deze productie

Nieuwe productie
Première 6 mei 1998

Het verhaal

Napoleons troepen hebben Rome en Napels in­genomen; veel Italianen nemen Napoleons vrijheidsgezinde ideeën over. Er wordt een Romeinse republiek ingesteld waarvan Cesa­re Angelotti één van de consuls is. Koning Ferdinand IV van Napels en zijn vrouw Maria Carolina beginnen een tegenoffensief en stellen een geheime politiedienst in waarvan baron Scarpia het hoofd is. Angelotti wordt als ver­rader gevangen gezet.

EERSTE BEDRIJF
 
Angelotti is ontsnapt. Hij vlucht de kerk van Sant’Andrea della Valle in en verbergt zich in de kapel van zijn zuster (markiezin Attavanti). De koster van de kerk is verbaasd dat Mario Cavaradossi niet bezig is aan zijn schilderij van Maria Magdalena. Cavaradossi verschijnt echter direct daarop om het werk te hervatten. De koster is geschokt als hij ontdekt dat Cavaradossi een argeloze kerkbezoekster (markiezin Atta­van­ti) als model voor zijn ­schilderij heeft gebruikt.
 
Als de koster vertrekt, sluipt Angelotti uit de kapel en herkent zijn vroegere vriend en politieke geloofsgenoot Cavaradossi die hem hulp belooft. Buiten de kerkdeur klinkt de stem van Tosca en Angelotti verbergt zich weer. De jaloerse Tosca verdenkt Cavaradossi van overspel. De schilder weet haar te kalmeren, maar Tosca herkent in het schilderij de markiezin en haar jaloezie is op­nieuw gewekt. Cavaradossi kan haar wederom sussen en stemt afwezig toe in een afspraak voor die avond. Als Tosca weg is, biedt Cavaradossi Angelotti een schuilplaats aan in zijn villa. Een kanonschot, ten teken dat Angelotti’s ontsnapping ontdekt is, doet beide mannen vluchten.
 
De koster komt met het bericht dat Napo­le­ons troepen bij Marengo verslagen zijn. Tegen de juichende jongens van het koor vertelt hij dat de ­festiviteiten een Te Deum in de kerk en een can­tate (gezongen door Floria Tosca) in het Palazzo Farnese behelzen. Onder alge­meen tumult be­treedt Scarpia met zijn agenten de kerk. Tijdens de ondervraging van de koster legt Scarpia de link tussen Angelotti en het portret van diens zuster door Cavaradossi. Net als hij in de Atta­vanti-kapel vrouwenkleren en een waaier vindt, keert Tosca terug om de afspraak met Cava­ra­dos­si af te zeggen. Scarpia weet met de Atta­van­ti-waaier haar jaloezie te wekken en als Tosca in alle staten naar Cavara­dossi’s villa vertrekt, laat hij haar door agenten volgen. Tijdens het Te Deum overdenkt Scarpia hoe hij Tosca in zijn bed kan krijgen en haar geliefde aan de galg.
 
TWEEDE BEDRIJF
 
Scarpia eet zijn avondeten in het Palazzo Farnese als zijn agent Spoletta terugkeert. Angelotti hebben ze niet gevonden, maar ze hebben de schilder meegenomen. Cavaradossi ontkent alle beschuldigingen van Scarpia. Door het open raam klinkt van de onderverdieping van het paleis de stem van Tosca, die de can­tate voor de koningin zingt. Tosca is na afloop van de cantate door Scarpia ontboden en zij is verbaasd Cavaradossi daar aan te treffen. Deze kan haar influisteren dat ze haar mond moet houden over wat ze in zijn villa heeft ge­zien. Voor verdere ondervraging door Sciarrone wordt Cavaradossi weggevoerd; Scarpia blijft met Tosca achter. Ook Tosca ontkent de be­schul­digingen, maar als ze ontdekt dat haar geliefde gemarteld wordt, kan ze de druk niet weerstaan en onthult ze de schuilplaats van Angelotti. Cavaradossi is woedend, maar op dat moment komt Sciarrone melden dat de Fransen alsnog gewonnen hebben in Marengo. De schilder heft een triomflied aan en tekent daarmee zijn doodvonnis.
 
Scarpia is echter bereid het leven van de schilder te sparen in ruil voor één nacht met Tosca. De geschokte Tosca stemt uiteindelijk toe, maar Scarpia vertelt haar dat een schijnexecutie van Cavaradossi noodzakelijk is. Na het schrijven van een vrijgeleide voor beide geliefden, loopt Scarpia met open armen op Tosca af. Zij grist een mes van tafel en steekt de politiechef in het hart. Tosca wurmt het vrijgeleide uit Scarpia’s dode vingers en verdwijnt in de nacht.
 
DERDE BEDRIJF
 
Bovenop de Engelenburcht, waar Cavaradossi geëxecuteerd zal worden, wordt het ochtend. Een herdersjongen zingt een liedje en de klokken van Rome luiden voor de Metten. Cavara­dossi be­klaagt zijn lot, maar dan verschijnt Tosca met vrijgeleide en het verhaal van haar moord op Scarpia. Tosca legt hem de schijn­executie uit en als het vuurpeloton opkomt, verbergt zij zich. Vanuit haar schuilhoek complimenteert ze Cavaradossi met zijn acteertalent als deze neervalt. Als het peloton verdwenen is, merkt Tosca tot haar grote ontzetting dat Cavaradossi dood is en dat Scarpia haar be­drogen heeft. Veel tijd voor beklag heeft ze niet want Scarpia’s agenten hebben de moord ontdekt en stormen de trappen op om Tosca ge­vangen te nemen. Zij beklimt de kantelen van de Engelenburcht, roept Scarpia voor God ter verantwoording en springt naar beneden.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Riccardo Chailly
Regie 
Nikolaus Lehnhoff
Decor 
Raimund Bauer
Kostuums 
Falk Bauer
Licht 
Wolfgang Göbbel
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Orkest 
Koninklijk Concertgebouworkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Kinderkoor 
Kathedrale Koorschool Utrecht
Floria Tosca 
Catherine Malfitano /
Nelly Miricioiu
Mario Cavaradossi 
Richard Margison
Il barone Scarpia 
Bryn Terfel
Cesare Angelotti 
Mario Luperi
Il Sagrestano 
Enrico Fissore
Spoletta 
John Graham-Hall
Sciarone 
Jef van Wersch
Un Carceriere 
Ton Kemperman
Un Pastore 
Andreas Burkhart /
Peter Leininger