De Nationale Opera presenteert

DIALOGUES DES CARMÉLITES Francis Poulnec (1899-1963)

Deze productie was te zien in december 1997

DIALOGUES DES CARMÉLITES

Francis Poulnec
Opéra en trois actes et douze tableaux
Libretto van Francis Poulnec naar het gelijknamige toneelstuk van Georges Bernanos
Wereldpremière 26 januari 1957, Teatro alla Scala, Milaan

 

Deze productie

Nieuwe productie
Première 4 december 1997

Het verhaal

EERSTE BEDRIJF
 
Parijs, april 1789. Markies de la Force zit in zijn bibliotheek te dommelen als zijn zoon binnenstuift. De jonge Chevalier vreest dat Blanche, zijn zuster, met haar koets ergens in Parijs tussen het oproerige gepeupel is gestrand. Beklemd herinnert de Markies zich een soortgelijke situatie: twintig jaar geleden werden hij en zijn vrouw in hun koets belaagd door een mensenmenigte; enkele uren later werd Blanche geboren en stierf zijn vrouw. Even later komt Blanche ongedeerd thuis. Een schaduw op de muur brengt haar in paniek. Ze vraagt haar vader toestemming om in het klooster te mogen gaan.
 
Enkele weken later vindt in het Karmelietessenklooster van Compiègne een kennismakingsgesprek plaats tussen Blanche en de oude, zieke Priores. Een klooster is geen veilig toevluchtsoord zo zegt de Priores. Blanche wil de naam ‘Blanche van de Doodsangst van Christus’ dragen.
 
Blanche en de jonge Zuster Constance zijn in het klooster bezig met huishoudelijk werk. Constance babbelt vrolijk over haar leven totdat Blanche haar berispt. De Priores is immers ernstig ziek. Constance stelt Blanche voor hun beider levens aan God aan te bieden in ruil voor het leven van de Priores. Blanche vindt dat een akelig voorstel. Constance vertelt haar voorgevoel: zij zullen getweeën jong sterven.
 
De Priores ligt op sterven. Ze vraagt Moeder Marie na haar dood de zorg voor Blanche op zich te nemen. Blanche komt binnen en de Priores bemoedigt haar. De Priores wil waardig afscheid nemen van de kloostergemeenschap, maar Moeder Marie wil niet dat de zusters hun Priores zo wanhopig en ontredderd zien. De Priores valt ten prooi aan een onmetelijke doodsangst. Ze fluistert Blanche een laatste raadgeving toe en sterft.
 
TWEEDE BEDRIJF
 
In de kloosterkapel waken Blanche en Constance bij het lichaam van de Priores. Constance gaat aflossing halen, maar Blanche durft niet alleen bij het lichaam te blijven. Bij het verlaten van de kapel ontmoet ze Moeder Marie, die haar streng maar welwillend toespreekt.
 
In de kloostertuin maken Blanche en Constance een bloemenversiering voor het graf van de Priores. Constance denkt dat de Priores de dood van iemand anders is gestorven. Te zijner tijd zal dat de dood van die ander vergemakkelijken.
 
De nieuwe Priores houdt een toespraak tot de zusters. Anders dan werd verwacht is de keus niet gevallen op de strenge Moeder Marie maar op een goedmoedige, eenvoudige vrouw.
 
De Chevalier meldt zich om vóór zijn vertrek naar het buitenland afscheid te nemen van zijn zus. Het gesprek tussen Blanche en haar broer kenmerkt zich door misverstanden en irritatie. De Chevalier dringt er bij Blanche op aan om zich in deze moeilijke tijden bij haar vader te voegen. Als hij weg is, maakt Blanche zich verwijten over haar onoprechtheid: ze heeft haar angst verborgen gehouden.
 
De Aalmoezenier deelt de Karmelietessen mee dat hij onderduikt, want de revolutionairen maken jacht op hem. Moeder Marie blijkt voor het martelaarschap te zijn.
 
Een woedende menigte eist toegang tot het klooster. De zusters krijgen te horen dat ze hun oord van gebed moeten verlaten. Blanche laat het beeld van het Kind Jezus in stukken vallen.
 
DERDE BEDRIJF
 
De zusters zijn met de Aalmoezenier bijeen in de vernielde kloosterkapel. De priores is in Parijs. Op aandringen van Moeder Marie wordt in het geheim gestemd: vóór of tegen het afleggen van de gelofte van martelaarschap. Er is één tegenstem die van Constance blijkt te zijn. Ze zegt inmiddels van mening te zijn veranderd. Alle nonnen leggen de gelofte van martelaarschap af. Blanche vlucht.
 
De zusters, in burgerkleding, krijgen van een officier instructies: ze kunnen in vrijheid leven, mits ze geen kloostergemeenschap meer vormen en geen priester meer zien. De Priores is duidelijk niet blij met de gelofte van martelaarschap.
 
Blanche werkt als dienstmeid in het huis van haar inmiddels ter dood gebrachte vader. Moeder Marie komt haar halen, maar Blanche weigert, ze waant zich daar veilig.
 
De zusters hebben de nacht in de gevangenis doorgebracht. Een cipier komt met de mededeling dat de nonnen ter dood zijn veroordeeld.
 
Op straat vertelt de Aalmoezenier aan Moeder Marie dat haar medezusters zullen sterven. Moeder Marie wil zich bij hen voegen, maar volgens de Aalmoezenier heeft God andere bedoelingen met haar.
 
De Karmelietessen beklimmen zingend één voor één het schavot. Steeds ieler klinkt hun koor. Blanche, verscholen in de menigte op het plein, voegt zich zingend bij hen en legt als laatste haar hoofd onder de valbijl.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Yves Abel
Regie 
Robert Carsen
Decor 
Michael Levine
Kostuums 
Falk Bauer
Licht 
Jean Kalman
Choreografie 
Philippe Giraudeau
Dramaturgie 
Ian Burton
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van de Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Le marquis de la Force 
Alain Vernhes
Blanche 
Joan Rodgers
Le chevalier 
Laurence Dale
L’aumonier du Carmel 
Ryland Davies
Geôlier 
Oliver Grand
Madame de Croissy 
Rita Gorr / Lone Koppel
Madame Lidoine 
Sheri Greenawald / Isabelle Vernet
Mère Marie de l'incarnation 
Jane Henschel
Soeur Constance 
Claron McFadden
Mère Jeanne de l'enfant Jésus 
Mireille Capelle
Soeur Mathilde 
Wilke te Brummelstroete
Officier 
Geert Smits
1er commissaire 
Marten Smeding
2ième commissaire 
Romain Bischoff
Thierry 
Charles van Tassel
M. Javelinot 
Nico Pouw