De Nationale Opera presenteert

RIGOLETTO Giuseppe Verdi (1813-1901)

Deze productie was te zien in december 1996

RIGOLETTO

Giuseppe Verdi
Melodramma in tre atti
Libretto van Francesco Maria Piave
Wereldpremière 11 maart 1851, Teatro La Fenice, Venetië

Deze productie

Nieuwe productie
Première 2 december 1996

Het verhaal

EERSTE BEDRIJF

De hertog vertelt een van zijn hovelingen over het mooie meisje dat hij elke zondag in de kerk ziet en dat hij spoedig hoopt te veroveren. Hij zingt een loflied op de vrije liefde en maakt de gravin van Ceprano voor de ogen van haar man het hof, aangemoedigd door zijn nar Rigoletto. Intussen doet het gerucht de ronde dat Rigoletto een liefje heeft. Ceprano, door de nar tot het uiterste getergd, roept de hovelingen op tot een wraakactie tegen hem. De bijeenkomst wordt verstoord door de graaf van Monterone, die van de hertog genoegdoening eist voor de ontering van zijn dochter. Rigoletto bespot ook hem, waarop Monterone de nar en zijn meester vervloekt.
Rigoletto is nog onder de indruk van de vervloeking als hij wordt aangesproken door de huurmoordenaar Sparafucile, die hem zijn diensten aanbiedt. Rigoletto zendt hem weg na gevraagd te hebben waar hij hem zo nodig kan vinden. Alleen gebleven uit hij zijn woede over zijn mismaaktheid die hem dwingt tot dit narren- bestaan. Maar zodra hij zijn dochter Gilda ziet verandert zijn stemming. Bang voor belagers als hij is, drukt hij Gilda op het hart om nooit de straat op te gaan en hij bezweert hun huishoudster Giovanna goed over haar te waken. Gilda verzwijgt hem dat ze in de kerk geregeld een knappe jongeman ziet op wie ze in stilte verliefd is. Deze jongeman is de hertog zelf die plotseling als gewoon burger gekleed verschijnt. Als Rigoletto buiten gerucht hoort en gaat kijken, ziet de hertog kans binnen te komen en zich te verschuilen. De hertog, die nu begrijpt dat Gilda Rigoletto’s dochter is, verklaart haar tot haar grote verrassing zijn liefde, waarbij hij zich uitgeeft voor de arme student Gualtier Maldé. Gilda moet hem al gauw laten ontsnappen omdat er buiten opnieuw voetstappen klinken. Het zijn gemaskerde hovelingen, die de vermeende geliefde van Rigoletto willen ontvoeren. Als de nar onverwachts terugkomt, maken ze hem wijs dat het hun om de vrouw van Ceprano te doen is. Aan die grap wil hij wel meedoen; maar het masker dat hem wordt voorgebonden is in werkelijkheid een blinddoek, zodat hij niet merkt dat de hovelingen zijn dochter ontvoeren. Als hij Gilda’s hulpgeroep hoort, is het te laat.
 
TWEEDE BEDRIJF
 
De hertog, onkundig van het gebeurde, klaagt dat het meisje hem is ontroofd. De hovelingen vertellen hem over hun onderneming. Hij begrijpt dat de ontvoerde vrouw zijn geliefde is en snelt naar haar toe.
Rigoletto probeert de hovelingen uit te horen. Hij begrijpt dat Gilda in het paleis is en dat de hertog bij haar is. Rigoletto’s woedende dreigementen en wanhopige smeekbeden verstommen als zij plotseling verschijnt. Nadat hij de hovelingen hooghartig heeft weggezonden, bekent zij hem vol schaamte dat ze is gezwicht voor de man die ze al zo lang op een afstand aanbad. Ze smeekt haar vader hem te vergeven.
De eens door de nar gehoonde graaf van Monterone wordt veroordeeld wegens samenzwering. Rigoletto, nu solidair met deze beledigde vader, zweert namens hen beiden wraak.
 
DERDE BEDRIJF
 
Rigoletto heeft Sparafucile opgedragen de hertog te vermoorden. Maddalena, de zuster van de huurmoordenaar, zal hem naar de herberg lokken. Maar eerst wil Rigoletto zijn dochter van haar liefde genezen door haar de ontrouw van de beminde man te tonen. Gilda moet zien hoe deze met Maddalena flirt, maar kan haar liefde toch niet uit haar hart rukken. Rigoletto draagt haar op in mannenkleren naar Verona te vertrekken. Als haar vader weg is komt Gilda als man verkleed terug. Ze hoort tot haar ontzetting wat de opzet van Sparafucile en zijn zuster is. In een laatste opwelling van wanhopige liefde klopt Gilda aan om te sterven in de plaats van haar ontrouwe minnaar.
Tegen middernacht komt Rigoletto terug om het lijk op te halen en in de rivier te gooien. Terwijl hij zijn grimmige vreugde uit om deze eindelijk voltrokken wraak, hoort hij opeens de vrolijke stem van de hertog. Ontzet maakt hij de zak open en herkent zijn dochter. Ze heeft alleen nog de kracht om hem voordat ze sterft haar daad te bekennen en hem vergiffenis te vragen. De vloek van Monterone heeft zijn werking gedaan.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Ed Spanjaard
Regie 
Monique Wagemakers
Decor 
Michael Levine
Kostuums 
Sandy Powell
Licht 
Reinier Tweebeeke
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Herenkoor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Il duca di Mantova 
Martin Thompson
Rigoletto 
Mark Rucker
Gilda 
Harolyn Blackwell
Sparafucile 
Mario Luperi
Maddalena 
Nancy Maultsby
Giovanna 
Irene Pieters / Annett Andriesen
Il conte di Monterone 
Raymond Aceto
Marullo 
Riccardo Simonetti
Borsa 
John Graham Hall
Il conte di Ceprano 
Marc Claesen
La contessa 
Ellen Schuring
Paggio della duchessa 
Anneleen Bijnen