De Nationale Opera presenteert

L'ORFEO CLAUDIO MONTEVERDI (1567-1643)

Deze productie was te zien in november 1996

L'ORFEO

Claudio Monteverdi
Favola in musica
Libretto van Alessandro Striggio
Wereldpremière 24 februari 1607, Palazza Ducale, Mantua

Deze productie

Reprise uit het seizoen 1994/1995
Première 4 november 1996

Het verhaal

PROLOOG

La Musica stelt zich voor en bezingt de macht van de door haar gepersonifieerde kunstvorm. Dan maant ze tot algehele stilte: ze gaat het verhaal van Orfeo vertellen.
 
EERSTE BEDRIJF
 
Herders en nimfen bezingen het geluk van Orfeo, die na lang wachten vandaag eindelijk met zijn geliefde Euridice in het huwelijk trad. Ze smeken Hymen, de huwelijksgod, om het jonge bruidspaar duurzaam geluk te bezorgen en uiten hun vreugde met muziek en dans. Hiertoe aangezet door een van de herders getuigt ook Orfeo zelf van zijn opperste geluk. Euridice beantwoordt zijn lofzang met een al even gelukzalig lied.
 
TWEEDE BEDRIJF
 
Omringd door de herders en nimfen zoekt Orfeo op een lommerrijke oever verpozing en gedenkt de treurnis en wanhoop waaraan hij nog maar zo kort geleden ten prooi was. Plotseling verschijnt een van Euridice's vriendinnen met een onheilstijding: terwijl ze bloemen aan het plukken was, werd Euridice gebeten door een slang en stierf even later. Overmand door verdriet besluit Orfeo in de onderwereld af te dalen. Met zijn lier zal hij de schimmenvorst Pluto trachten te overreden hem Euridice terug te geven. Lukt dit niet, dan zal hij bij haar in het dodenrijk blijven. De boodschapster, de herders en de nimfen blijven diep bedroefd achter.
 
DERDE BEDRIJF
 
Begeleid door de godin van de Hoop heeft Orfeo de poorten van de hel bereikt. Hier treft hij Charon, die de zielen der gestorvenen met zijn boot naar de andere oever brengt. Nu moet Orfeo alleen verder. Hoewel Orfeo’s klaagzang en lierspel Charon niet onberoerd laten, blijft hij bij zijn besluit nooit meer een levende tot de onderwereld toe te laten. De schoonheid van de muziek maakt echter dat de veerman in slaap valt. Orfeo neemt deze kans te baat en roeit zelf naar de overzijde.
 
VIERDE BEDRIJF
 
Proserpina (zelf ooit door Pluto geschaakt en tot koningin van de onderwereld gemaakt) smeekt de schimmenvorst Orfeo's bede te verhoren en Euridice naar het rijk der levenden te laten terugkeren. Pluto stemt hierin toe. Voorwaarde is echter dat Orfeo, zolang hij nog in de onderwereld is, niet naar Euridice om zal zien. Doet hij dat wel, dan verliest hij haar voorgoed. Dankbaar looft Orfeo zijn almachtige lier, aan wie hij deze gunstige wending te danken heeft. Langzamerhand wordt hij echter door angst en argwaan bekropen: komt Euridice inderdaad wel achter hem aan? Hoort hij daar niet de Furies, die hem van zijn geliefde willen beroven? Geschrokken draait hij zich om en kijkt verrukt in Euridice's ogen. Vervuld van liefde en droefenis geeft zij opnieuw de geest. Orfeo wil met haar in het dodenrijk blijven, maar een duistere macht drijft hem terug naar het gehate licht.
 
VIJFDE BEDRIJF
 
Ontroostbaar doolt Orfeo over de Thracische velden. Bij Echo (de door Narcissus versmade nimf, die enkel nog als stem voortleeft) vindt hij weerklank voor zijn verdriet. In een laatste lofzang zweert hij Euridice eeuwige trouw. Alle andere vrouwen zijn grillig en harteloos; nooit zal een van hen zijn liefde kunnen wekken. Apollo, zijn vader, daalt uit de hemel neer en spreekt hem vermanend toe: hij weet toch dat aards geluk nooit duurzaam is? Als hij meegaat naar de hemel, kan hij van het onsterfelijke leven genieten. Daar, te midden van de zon en de sterren, zal hij Euridice's evenbeeld voor altijd kunnen aanbidden. Zingend stijgen Apollo en Orfeo ten hemel, terwijl de herdersschare het herwonnen geluk van de goddelijke zanger bezingt.
 

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Stephen Stubbs
Regie 
Pierre Audi
Decor 
Michael Simon
Kostuums 
Jorge Jara
Licht 
Jean Kalman
Orkest 
Tragicomedia en Concerto Palatino
Vocaal ensemble 
Gert Jan Alders
Renate Arends
Peter Arink
Esther Been
Bernadette Bouthoorn
Annelie Brinkhof
Nigel Cliffe
Bart Driessen
Anne Grimm
Frans Huijts
Duncan Mackenzie
Nicolas Mansfield
Mitchell Sandler
Instudering vocaal ensemble 
Winfried Maczewski
La Musica 
David Cordier
Orfeo 
John Mark Ainsley /
Howard Crook en Wim Trompert*
Euridice 
Juanita Lascarro
La messagiera 
Brigitte Balley
La speranza 
Brian Asawa /
Michael Chance
Caronte 
Mario Luperi
Proserpina 
Diana Montague /
Brigitte Balleys /
Bernarda Fink
Plutone 
Dean Robinson
Ninfa 
Suzie le Blanc
Apollo 
Russell Smythe /
Gert Jan Alders /
John Graham Hall**
Eco 
Jean-Paul Fouchécourt
Pastore 1 
Jean-Paul Fouchécourt
Pastore 2 
Russell Smythe /
Mitchell Sandler** /
John Graham Hall**
Pastore 3 
Douglas Nasrawi
Pastore 4 
Dean Robinson
Spiriti 
Jean-Paul Fouchécourt,
Russell Smythe /
Nigel Cliffe** /
John Graham Hall**,
Douglas Nasrawi
 

* Gezongen door Howard Crook vanuit het orkestbak. Assistent-regisseur Wim Trompert heeft de rol gespeeld. 

** Gezongen vanuit het orkestbak. Russell Smythe heeft de rol gespeeld.