De Nationale Opera presenteert

JENŮFA Leoš Janáček (1854-1928)

Deze productie was te zien in juni 1997

JENŮFA

Leoš Janáček
Opera in drie bedrijven
Libretto van Leoš Janáček
Wereldpremière 21 januari 1904, Nationaltheater, Brno

Deze productie

Nieuwe productie
Première 1 juni 1997

Het verhaal

EERSTE BEDRIJF

In een dorp aan de rivier wacht Jenůfa, pleegdochter van de kosteres, op de terugkomst van haar vrijer Števa van de keuring. Als hij onder de wapenen komt, is hun bruiloft van de baan. En zij is zwanger, bang voor de schande. Laca, die als weeskind bij dit gezin kwam waar grootje het huishouden doet en de kosteres de scepter zwaait, is van kindsbeen af verliefd op Jenůfa. Jenůfa heeft een goed stel hersens en leert uit liefde boerenmeiden en herderskinderen (zoals de kleine Jano) lezen en schrijven.
 
Eindelijk verschijnt de jonge molenaar Števa, zingend met dorpsmuzikanten en een stel rekruten. Hij heeft zich vrijgekocht en is dronken. Dat zit hem in het bloed: de kosteres vertelt over het losbandige karakter van de broer van Števa’s vader, met wie zij na de dood van diens eerste vrouw trouwde. Ze geeft pas toestemming voor het huwelijk als Števa zich een jaar lang niet heeft bedronken. Števa pronkt met zijn succes bij de meisjes, bezingt de appelwangen van Jenüfa en gaat zijn roes uitslapen.
 
Laca tart Jenůfa met Števa's geflirt. Hij wil haar omhelzen en schraapt uit jaloezie over haar wang met het snoeimes waarmee hij aan een zweepsteel werkte.
 
TWEEDE BEDRIJF
 
Vijf maanden later. Jenůfa was zogenaamd als dienstbode naar Wenen, maar de kosteres hield haar verborgen in een kamertje in het huis. Jenůfa heeft intussen het leven geschonken aan een gezonde jongen, maar de vader, Števa, laat zich niet zien.
 
De kosteres bedwelmt haar pleegdochter met een slaapdrankje en ontbiedt Števa. Ze toont hem zijn kind. Števa wil wel betalen, maar niet met Jenůfa trouwen. Hij vindt haar verbitterd en haar wang is verminkt. En de kosteres jaagt hem schrik aan. Bovendien is hij al verloofd met de dochter van de burgemeester. De kosteres smeekt hem, maar Števa neemt de benen.
 
Laca komt vragen of Jenůfa al terug is uit Wenen. Hij wil nog steeds met haar trouwen. De kosteres vertelt hem de waarheid. Ze ziet hoe Laca schrikt en stelt hem gerust: de baby is gestorven. Ze stuurt hem weg om uit te vinden wanneer Števa trouwt.
 
In verwarring pakt ze daarna het jongetje in een omslagdoek en gaat naar buiten. Ze duwt het kind onder het ijs in de rivier. Tegen Jenůfa, die, wakker geworden, wanhopig voor het jongere bidt, zegt ze dat het stierf terwijl ze sliep.
Laca komt terug, vergeeft Jenůfa en verklaart haar zijn liefde; ze stemt toe met het huwelijk.
 
Als de storm het raam openrukt, heeft de kosteres het gevoel dat de dood naar binnen gluurde.
 
DERDE BEDRIJF
 
Twee maanden later is de bruiloft. Netjes, maar zonder krans en linten, zonder muziek. De gasten komen binnen: de burgemeester met zijn vrouw, Števa met zijn verloofde Karolka. De kosteres, gekweld door pijn, teert zichtbaar weg. Dorpsmeisjes zorgen voor een vrolijke noot en zingen Jenůfa volgens traditie toe.
 
Op het moment dat de kosteres het paar zegent, klinken van buiten opgewonden stemmen. IJshakkers uit de brouwerij hebben onder het ijs een bevroren baby gevonden. Ze dragen hem terug naar het dorp. Het dorpsvolk wil de moeder stenigen. De bruiloftsgasten rennen naar buiten. Jenůfa herkent haar zoontje en wijst Števa aan als de vader. Karolka vlucht weg van Števa. De kosteres bekent haar schuld: ze kon de schande niet aan. Ze vraagt Jenůfa om vergiffenis en laat zich door de burgemeester weghalen.
 
Laca blijft bij Jenůfa en overtuigt haar van zijn niet aflatende liefde. Ware liefde, zegt Jenůfa, die ook God behaagt.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Edo de Waart
Regie 
Richard Jones
Decor en kostuums 
Antony McDonald
Licht 
Thomas Webster
Choreografie 
Philippe Giraudeau
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Orkest 
Radio Filharmonisch Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Stařenka Buryjovna 
Pauline Tinsley
Laca Klemeň 
Peter Straka
Števa Buryja 
David Kuebler / Albert Bonnema
Kostelnička Buryjovna 
Kathryn Harries
Jenůfa 
Gwynne Geyer
Stárek 
Robert Poulton
Rychtář 
Jan Alofs
Rychtářka 
Irene Pieters
Karolka 
Marisca Mulder
Pastuchyňa 
Bernadette ter Heyne
Barena 
Janine Scheepers
Jano 
Gaële le Roi
Tetka 
Noris Mulabdic
 
Sopraanstem 
Ineke Berends
Basstem 
Jef van Wersch