De Nationale Opera presenteert

L'ITALIANA IN ALGERI Gioacchino Rossini (1792-1868)

Deze productie was te zien in januari 1995

L'italiana in Algeri

Gioacchino Rossini
Opera comico in due atti
Libretto van Gioacchino Rossini
Wereldpremière 22 mei 1813, Teatro San Benedetto, Venetië

Deze productie

Nieuwe productie
Coproductie met het Rossini Operafestival, Pesaro
Première 13 januari 1995
 

Het verhaal

Moestafa, de bei van Algiers, is een beetje uitgekeken op Elvira, de favoriete vrouw uit zijn harem. Hij heeft genoeg van haar klagen en verwijten. Hij Alleen moet hij nog verzinnen hoe hij zich op een beschaafde manier van haar kan ontdoen; haar zo maar zou wegsturen zou gezichtsverlies betekenen. Moestafa besluit haar uit te huwelijken aan zijn favoriete Italiaanse slaaf Lindoro en geeft zijn piratenkapitein Haly opdracht om voor hemzelf naar een pittige Italiaanse schone op zoek te gaan. Lindoro, die eigenlijk niets liever wil dan terugkeren naar zijn vaderland en naar zijn achtergebleven geliefde Isabella, blijkt niet ongevoelig voor de mooie Elvira, en samen zullen ze, op gezag van Moestafa, naar Italië vertrekken.

Haly en zijn piraten worden op hun wenken bediend. In plaats van op zoek te moeten gaan naar een Italiaans schip, lijdt er een schipbreuk voor de Algerijnse kust. Op dat schip bevinden zich Isabella en haar begeleider Taddeo, op weg om Lindoro te bevrijden. Ze worden door Haly meegevoerd.
 
Moestafa ontvangt hen te midden van de eunuchen, en wordt meteen verliefd op Isabella. Zij weet hem op haar beurt om haar vinger te winden, met als enige doel alles van hem gedaan te krijgen. Dan verschijnen Lindoro, Elvira en haar bediende Zoelma om afscheid te nemen van Moestafa. Isabella en Lindoro herkennen elkaar direct en zijn met stomheid geslagen. Als Moestafa Isabella uitlegt dat Elvira zijn favoriete vrouw was en dat ze nu voor Lindoro bestemd is om plaats te maken voor haar, vindt Isabella het welletjes. Elvira, moet volgens haar naar Moestafa terugkeren en zij zal zelf Lindoro als slaaf mee nemen. Moestafa raakt van slag door haar voortvarende optreden, en verwarring overvalt de aanwezigen.
 
Isabella en Lindoro hebben de gelegenheid elkaar even alleen te spreken. Zij verwijt hem zijn ontrouw, maar Lindoro overtuigt haar ervan dat hij Elvira alleen naar Italië zou hebben begeleid om weer bij Isabella te kunnen zijn. Ze maken een afspraak om een vlucht te beramen. Taddeo, die zich heeft voorgedaan als de oom van Isabella, wordt ondertussen door de eunuchen tot Kaima- kan, een soort luitenant, benoemd.
 
Isabella wacht tijdens haar toilet de komst van Moestafa af en wordt door haar drie liefhebbers bespied: Moestafa, Lindoro en Taddeo, die meer dan alleen haar begeleider wil zijn. Dan ontvangt ze de drie heren om koffie te drinken. Moestafa heeft Taddeo gevraagd om samen met Lindoro te vertrekken zo gauw hij één keer heeft geniesd, zodat hij met Isabella alleen achterblijft. Maar Taddeo reageert niet op het teken, omdat ook hij, net als Lindoro, bij Isabella wil blijven. Wederom ontstaat er algehele verwarring en nu begint Moestafa langzaam maar zeker te voelen dat hij door Isabella in de maling wordt genomen. Haly heeft deze geslepen Italiaanse dame wel door, maar kan niets tegen de blinde verliefdheid van zijn meester doen. Lindoro en Isabella hebben intussen het vluchtplan bedacht. Door Moestafa te benoemen tot Pappataci - een verzonnen titel die in Italië zogenaamd veel aanzien heeft - halen ze hem over tot niets anders dan slapen, eten en drinken. Isabella weet alle Italiaanse slaven voor de voorgenomen vlucht te mobiliseren. Als een koor van Pappataci bezingen ze de verheven Moestafa. Deze moet nu zweren zich aan de regels van de Pappataci te houden: eten, drinken en vooral zwijgen. Isabella stelt hem op de proef. Ze flirt met Lindoro, en als Moestafa tussenbeide wil komen herinneren ze hem aan zijn gelofte. Om zich een goede Pappataci te tonen houdt Moestafa zich precies aan de regels. Zelfs als er een Europees schip in de haven arriveert en Lindoro, Isabella en Taddeo met de slaven vluchten, houdt Moestafa zich strikt aan de Pappataci-eed. Pas wanneer Elvira, Zoelma en Haly hem waarschuwen dat zijn mooie Italiaanse hem is ontglipt, realiseert hij zich - te laat - wat er is gebeurd. Even is hij kwaad, maar dan vraagt hij Elvira om vergiffenis voor zijn dwalingen.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Alberto Zedda
Regie en visueel concept 
Dario Fo
Medewerking regie 
Arturo Corso
Decor en kostuums 
Dario Fo
Licht 
Sergio Rossi
Orkest 
Nederlands Kamerorkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Mustafa 
Peter Rose
Elvira 
Elena Vink
Zulma 
Rachel Ann Morgan
Haly 
Eduardo Chama
Lindoro 
William Matteuzzi
Isabella 
Jennifer Larmore / Vesselina Kasarova
Taddeo 
Jan Opalach
 
Mimespelers 
Petra van Aken
Maria Corona
Paolo dei Giudici
Roy Lavitt
Stella van Leeuwen
Jutta Martola
Margot Nies
Terrence Roe
Philipp Ziegler