De Nationale Opera presenteert

UN BALLO IN MASCHERA Giuseppe Verdi (1813-1901)

Deze productie was te zien in december 1990

UN BALLO IN MASCHERA

Giuseppe Verdi
Melodramma in tre atti
Libretto van Antonio Somma
Wereldpremière 17 februari 1859, Teatro Apollo, Rome

Deze productie

Nieuwe productie
Coproductie met English National Opera
Première 3 december 1990

Het verhaal

Plaats en tijd van handeling: Zweden, 1792

EERSTE BEDRIJF

Trouwe onderdanen, maar ook samenzweerders onder aanvoering van Horn en Ribbing, wachten in de ontvangstzaal op de vorst, die na zijn binnenkomst - aangekondigd door de page Oscar - welwillend een aantal petities in ontvangst nèemt. Oscar overhandigt hem de lijst met de genodigden voor het komende gemaskerd bal, en tot zijn vreugde ziet Gustav (Gustavo) daarop ook de naam van Amelia, de vrouw van diens vriend en secretaris Renato Anckarström. Als alle anderen zich terugtrekken, betreedt Anckarström het vertrek. Zijn komst verstoort de mijmeringen van de verliefde Gustav, maar Anckarström wijt diens verwarring aan de constante dreiging van een samenzwering. Oscar kondigt vervolgens de opperrechter aan, die een verbanningsbevel ter ondertekening aanbiedt. Het betreft de waarzegster Madame Arvedson (Ulrica), die door de jeugdige Oscar met vuur verdedigd wordt. Gustav neemt noch het een noch het ander erg serieus en besluit de zaak zelf te onderzoeken. Dit lijkt Oscar een goed idee, maar Anckarström vreest dat z’n plan de samenzweerders in de kaart zal spelen. Uit de commentaren van Horn, Ribbing en hun medestanders blijkt dat zij er inderdaad zo over denken.

Ten overstaan van een geboeid gehoor bezweert Mme Arvedson de geesten van de onderwereld. De koning arriveert, verkleed als visser, en hoort hoe een van zijn zeelieden, Christian (Cristiano), zich de toekomst laat voorspellen. Mme Arvedson ziet promotie en rijkdom voor hem in het verschiet, en de geamuseerde koning laat ongemerkt een beurs in de zakken van de zeeman glijden, alsmede een papier met zijn bevordering. Als Christian de waarzegster wil belonen, vindt hij beide en neemt dolgelukkig afscheid. De volgende bezoeker is een dienaar van Amelia, die voor zijn meesteres om een onderhoud onder vier ogen verzoekt. Ulrica zendt iedereen weg, maar de koning hoort hoe Amelia haar nood klaagt: zij is verliefd op de koning, maar wil haar man niet ontrouw worden. De waarzegster geeft haar de raad om op het galgeveld buiten de stad een kruid te plukken dat daar onder de galgen groeit. Daarvan moet zij een drankje bereiden dat haar van haar liefde zal verlossen. Gustav besluit Amelia te volgen. De deuren gaan weer open en onder het binnenstromende volk bevindt zich nu ook het gevolg van Gustav. De vorst mengt zich onder hen en vraagt Mme Arvedson zijn hand te lezen. Zonder te weten wie zij voor zich heeft, voorspelt zij hem een gewelddadige dood. Gustav wuift dat lachend weg, maar dan voorspelt zij hem dat de moordenaar diegene zal zijn, die hem als eerste de hand zal drukken. Uitdagend steekt de vorst zijn hand uit, maar iedereen wijkt verschrikt achteruit. Op dat moment treedt Anckarström binnen, en tot opluchting van iedereen drukt hij nietsvermoedend de hem toegestoken hand. Mme Arvedson ervaart nu wie haar bezoeker is, maar zij blijft bij haar voorspelling. Gustav vertelt de waarzegster dat zij kennelijk ook niet in de gaten had dat men haar wilde verbannen. Hij verleent haar gratie en wil met zijn gevolg vertrekken, als buiten een lofzang weerklinkt van een enthousiaste bevolking die, onder aanvoering van de verheugde Christian, de vorst hulde komt brengen.

TWEEDE BEDRIJF

Tegen middernacht betreedt een angstige Amelia het galgeveld. Haar wil om aan de voor haar ondraaglijke situatie een einde te make drijft haar voort, maar als zij een schedel meent te zien die uit de aarde oprijst, valt zij op haar knieën en smeekt God haar in haar beproevingen bij te staan. Gustav is haar gevolgd en komt haar nu te hulp. Amelia smeekt hem haar alleen te laten, maar ze kan geen weerstand bieden aan zijn hartstochtelijke liefdesverklaring en bekent ook hem haar liefde. Vanuit het duister verschijnt plotseling Anckarström met de mededeling dat de samenzweerders op weg zijn naar het galgeveld. Amelia heeft precies op tijd kans gezien haar gezicht met een sluier te bedekken en dringt er bij de vorst op aan dat hij snel moet wegvluchten. Na enige aarzeling stemt de koning toe, maar niet nadat hij Anckarström heeft laten beloven de onbekende dame gesluierd naar de stad te begeleiden. Als de samenzweerders verschijnen, zijn zij eerst teleurgesteld dat de koning ontkomen is, maar daarna willen zij wel weten met welke dame Anckarström zo laat nog een rendez-vous heeft. Anckarström trekt zijn degen om de onbekende te beschermen, maar om bloedvergieten te voorkomen licht Amelia zelf haar sluier op. De samenzweerders zien het komische van de situatie, maar Anckarström is ontzet en vraagt Horn en Ribbing de volgende ochtend naar zijn huis te komen. Met nauwelijks ingehouden woede maar getrouw aan zijn belofte biedt hij Amelia zijn arm om haar naar de stad te begeleiden.

DERDE BEDRIJF

De hevig gekrenkte Anckarström heeft besloten dat Amelia met haar leven voor de smet op zijn eer zal moeten boeten. Hij blijft echter niet ongevoelig voor haar smeekbede afscheid te mogen nemen van hun zoontje. Alleen achtergebleven komt hij tot de conclusie dat de koning de grootste schuld treft en dat niet zijn vrouw, maar zijn vroegere vriend zal moeten sterven. Horn en Ribbing komen hun afspraak na, maar zijn verbaasd als Anckarström hen niet ter verantwoording roept, maar juist verklaart dat hij zich bij hen wil aansluiten. Als hij bovendien het recht opeist de koning te mogen doden, laten zij het lot beslissen. Briefjes met hun namen worden in een urn gedaan, en als Amelia binnenkomt om Oscar aan te kondigen, dwingt Anckarström haar een naam te trekken. Het lot wijst hemzelf als de toekomstige moordenaar aan, maar zijn opwinding verraadt Amelia welk plan er gesmeed wordt. De nietsvermoedende page brengt dan de uitnodigingen voor het gemaskerd bal aan het hof. De drie samenzweerders zien daarin een uitgelezen kans om hun plan ten uitvoer te brengen, maar Amelia besluit een poging te wagen om de koning te redden.

Intussen heeft de vorst besloten dat het beter is afscheid te nemen van Amelia. Hij besluit Anckarström te benoemen op een post in het buitenland. Hij verheugt zich op een laatste ontmoeting met zijn geliefde. Noch een angstig voorgevoel noch een briefje met de waarschuwing dat er die avond een aanslag op zijn leven zal worden gepleegd kan hem daarom weerhouden aan het bal deel te nemen.

Terwijl het feest in volle gang is, gaat onder de samenzweerders het gerucht dat de koning niet aan het feest zal deelnemen. Anckarström herkent echter Oscar en hoort van hem dat Gustav wel degelijk aanwezig is en ook in welk kostuum. Ondertussen heeft Amelia de koning tussen de gemaskerden ontdek.t en zij fluistert hem toe het feest te verlaten. Hij herkent haar stem en neemt geroerd afscheid, maar dat oponthoud wordt hem fataal: Anckarström schiet hem neer. Stervend bezweert de koning hem dat Amelia onschuldig is, en met zijn laatste krachten kondigt hij een generaal pardon af voor alle samenzweerders.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Michael Halász
Regie 
David Alden
Decor en kostuums 
David Fielding
Licht 
Wolfgang Göbbel
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Gustavo III 
Emil Ivanov
Renato Anckarström 
Michael Lewis
Oscar 
Elena Vink
Mme. Ulrica Arvedson 
Jard van Nes
Amelia 
Ljoeba Kazarnovskaya / Ellen van Haaren
Ribbing 
Pieter van den Berg
Horn 
Tom Haenen
Cristiano 
Roger Smeets
Un giudice 
Rudi de Vries
Un servo di Amelia 
Rudi de Vries