De Nationale Opera presenteert

BLAUWBAARDS BURCHT Béla Bartók (1881-1945)

Deze productie was te zien in mei 1991

BLAUWBAARDS BURCHT

Béla Bartók
Opera in een bedrijf, op. 11
Libretto van Béla Balázs
Wereldpremière 24 mei 1918, Koninklijk Hongaars Operahuis, Boedapest

Deze productie

Reprise uit het seizoen 1988/1989
Première 6 mei 1991

De opera werd twee keer per voorstelling opgevoerd. Eenmaal gezien vanuit Judith en eenmaal vanuit de optiek van Blauwbaard.

Het verhaal

Een verteller deelt mee dat het thans volgende verhaal een raadsel is, en dat het publiek de oplossing evenzeer bij zichzelf moet zoeken als op het toneel.

Het doek gaat op en onthult een vertrek in Blauwbaards burcht. Daarin zijn zeven deuren en een trap die naar een klein ijzeren deurtje voert. Alle deuren zijn dicht. Het is donker. Dan vaft een lichtstraal omlaag. Het ijzeren deurtje gaat open en Blauwbaard komt het vertrek binnen, gevolgd door zijn bruid Judith. Even slaat haar de schrik om het hart, want het kasteel is zo somber. Maar dan betuigt ze Blauwbaard haar liefde. Beiden dalen af, de deur sluit zich achter hen.
 
Judith tast langs de wanden en ontdekt dat die nat zijn. Ze denkt dat ze de tranen van de wenende burcht heeft aangeraakt, maar Blauwbaard verzekert haar dat de duisternis haar parten speelt. Judith belooft dat haar liefde het licht tot de burcht zal toelaten, en wil dat de deuren worden geopend. Op de waarschuwingen van haar echtgenoot slaat ze geen acht.
 
Ze opent de eerste deur. Een baan bloedrood licht valt naar buiten. Judith ziet een martelkamer, beseft dat het vocht op de muren bloed is, maar houdt vol niet bang te zijn.
 
Ze opent de tweede deur. Oranje licht valt naar buiten. Judith ziet de wapenkamer. De wapens zijn overdekt met bloed. Ze vraagt om de andere sleutels. Blauwbaard geeft haar er nog drie.
 
Ze opent de derde deur. Een gouden lichtbundel valt naar buiten.
 
Judith ziet de schatkamer waar goud en juwelen liggen opgetast. Ze kiest een kroon en een mantel, maar ziet dat beide met bloed zijn bevlekt. Blauwbaard spoort haar aan de volgende deur te openen.
 
Ze opent de vierde deur. Blauwgroen licht valt naar buiten. Judith ziet de tuin waar vogels zingen. Ze beschrijft de bloemen en ziet dat blaadjes en stengels met bloed zijn bevlekt. Blauwbaard spoort haar aan de volgende deur te openen.
 
Ze opent de vijfde deur. Het vertrek baadt in een zee van licht. Muziek schalt. Blauwbaards hele bezit is nu te zien, het strekt zich mijlenver in de omtrek uit. Maar de schaduwen van de wolken in de verte zijn met bloed bevlekt.
 
Blauwbaard probeert Judith over te halen de laatste twee deuren dicht te laten en bij hem te komen. Maar zij wil dat alles in de burcht wordt geopenbaard eer zij hun liefde tot uitdrukking kunnen brengen. Blauwbaard geeft haar nog een sleutel.
 
Ze opent de zesde deur. Het wordt donker. Judith ziet een roerloos meer. De geruchten moeten wel waar zijn: het meer is gevuld met de tranen van Blauwbaards vroegere echtgenotes, het bloed waarmee alles in de burcht is bevlekt, moet hun bloed zijn. Ze eist dat ook de laatste deur open gaat. Blauwbaard geeft haar de sleutel.
 
Ze opent de zevende deur. Dan sluiten de vijfde en zesde deur zich en het wordt nog donkerder in het vertrek. Beschenen door zilverwit maanlicht komen drie vrouwen naar buiten. Het zijn Blauwbaards vroegere gemalinnen. Hij knielt voor hen neer en vertelt hoe ze zijn schatten hebben vergaard, zijn tuin hebben begoten en zijn bezit vermeerderd. De eerste vrouw heeft hij gevonden in het rood van de dageraad. De tweede vond hij in het goud van de middagzon. De derde vond hij in het bleke licht van de avond.
 
Hij zet Judith de kroon op het hoofd die ze heeft uitgekozen en hangt haar de mantel om. Hij heeft zijn vierde vrouw gevonden in het duister van de nacht. Beiden kijken elkaar aan. Dan draait Judith zich om en volgt de andere gemalinnen door de zevende deur die zich achter hen sluit.
 
Blauwbaard blijft achter. In eeuwige duisternis.
 
Synopsis op basis van de regie-aanwijzingen van Béla Balazs in Bartóks partituur

Team en cast

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie 
Herbert Wernicke
Instudering regie 
Monique Wagemakers
Decor en kostuums 
Herbert Wernicke
Licht 
Herbert Wernicke
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Hertog Blauwbaard 
Henk Smit
Judith 
Katherine Ciesinski
Verteller (op band) 
Lex Goudsmit