De Nationale Opera presenteert

LEAR Aribert Reimann (1936)

Deze productie was te zien in januari 1987

Lear

Aribert Reimann
Oper in zwei Teilen
Libretto van Claus H. Henneberg, naar William Shakespeare
Wereldpremière 9 juli 1978, Nationaltheater München

  

Deze productie

Gastproductie van de Komische Oper, Berlin (1983)
Première 12 januari 1987

Het verhaal

EERSTE DEEL

Eerste tafereel

Moe van het regeren wil de oude koning Lear zijn rijk onder zijn drie dochters verdelen. Degene van hen die haar liefde voor haar vader het best onder woorden kan brengen, zal het grootste deel krijgen. Goneril en Regan pogen elkaar te overtreffen met hun woordenstroom en krijgen beiden een derde deel van het land toegewezen. Cordelia, die haar vader liefheeft zoals het een dochter betaamt, niet meer en niet minder, zwijgt. Lear ontsteekt daarover in woede en wil haar verstoten, maar stuit hierbij op de tegenstand van zijn trouwe volgeling Kent. Deze wordt verbannen en Cordelia wordt overhaast uitgehuwelijkt aan de koning van Frankrijk, die haar trouwt om haar eerlijkheid en niet om haar erfenis. Het jonge paar verlaat het land, en de hele erfenis wordt verdeeld tussen enerzijds Goneril en haar echtgenoot Albany en anderzijds Regan en Cornwall. Deze beide dochters zijn vast besloten zich zo snel mogelijk van het hinderlijke gezelschap van huisvader te ontdoen.

Edmund, de bastaardzoon van Gloster, weet intussen met een vervalste brief zijn vader te overtuigen van de moordplannen van diens wettige zoon Edgar. Deze wordt daarop door Gloster verstoten.

Intermezzo

Tweede tafereel

Als dienaar verkleed weet Kent in het gevolg van Lear opgenomen te worden. Goneril en Regan verzoeken hun vader af te zien van zijn uitgebreide gevolg. Als hij niet aan hun wensen tegemoetkomt, verjagen zij hem.

Intermezzo

Derde tafereel

De storm jaagt over de uitgestrekte heide. Lear is de waanzin nabij en wordt door Kent en zijn nar in een schamele hut ondergebracht. Intermezzo Vierde tafereel Om aan de dienaars van zijn vader te ontkomen heeft Edgar in dezelfde hut zijn toevlucht gezocht. Hij veinst dat hij zijn verstand verloren heeft en de binnenkomst van Lear levert een confrontatie op van gespeelde en echte waanzin.

Gloster verschijnt met zijn gevolg om de koning te redden, maar herkent zijn zoon Edgar niet. Lear wordt naar Dover gebracht.

TWEEDE DEEL

Eerste tafereel

Trouwe volgelingen van Lear moeten voor hun loyaliteit boeten en ook Gloster wordt gevangen genomen. Edmund weigert zijn vader te hulp te komen, maar wil evenmin door de publieke opinie medeschuldig aan diens ondergang bevonden worden. Hij wordt met Goneril afgevaardigd naar Albany om deze te overreden op te trekken tegen de koning van Frankrijk, die met zijn leger in Dover geland is.

Gloster, die Lear tegen een verdere onmenselijke behandeling heeft willen beschermen, moet zich daarvoor nu verantwoorden. Cornwall drukt hem een oog uit, maar wordt daarop door een bediende doorstoken. Regan doodt de bediende en drukt Gloster diens andere oog uit. Gloster wil Edmund te hulp roepen, maar verneemt dan van Regan welke verraderlijke rol zijn zoon gespeeld heeft. Hij wordt het kasteel uit gegooid en moet zelf zijn weg naar Dover zien te vinden.

Tweede tafereel

Goneril belooft Edmund de kroon in ruil voor zijn hulp tegen de zwakke Albany, die zich verzet tegen de moordlustige plannen van zijn vrouw.

Derde tafereel

Cordelia beklaagt haar tot waanzin vervallen vader. Zij heeft dienaren uitgezonden om hem te zoeken.

Vierde tafereel

Gloster ontmoet zijn zoon Edgar, maar herkent hem nog steeds niet. Hij vraagt deze hem naar Dover te brengen.

Intermezzo

Vijfde tafereel

Gloster wil een einde aan zijn leven maken en vraagt Edgar hem naar een uitstekende klip te leiden. Edgar stemt daarin schijnbaar toe en weet zijn vader daarna ervan te overtuigen dat deze inderdaad naar beneden gesprongen is, maar door een wonder gered werd.

Als Gloster vervolgens Lear ontmoet, herkent hij deze aan diens stem en hij benijdt hem zijn waanzin. Soldaten naderen en nemen de koning mee naar het Franse legerkamp in Dover.

Intermezzo

Zesde tafereel Cordelia en Lear zijn in het Franse legerkamp herenigd. De dochter belooft haar vader een rustige oude dag en de macht vrede in het land te brengen.

Zevende tafereel

Edmund heeft de veldslag gewonnen en Cordelia en Lear gevangen genomen. Hij geeft bevel Cordelia te wurgen. Nu meent hij zelf zijn doel bereikt te hebben, maar hij stuit op tegenstand van Albany. Regan, die nu zelf Edmund voor haar plannen wil winnen, benoemt hem tot aanvoerder van de troepen van de gestorven Cornwall. Zij bezwijkt echter aan een langzaam werkend vergif dat Goneril haar heeft toegediend. Vervolgens treedt een zwaar bewapende Edgar naar voren, die Edmund tot een tweegevecht uitdaagt. Edmund valt en Regan sterft aan zijn zijde. Goneril beseft de uitzichtloosheid van haar situatie en pleegt zelfmoord.

Lear verschijnt met de dode Cordelia in zijn armen. In zijn jammerklacht over zijn gewurgde dochter begeeft zijn stem het. Hij sterft.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie 
Harry Kupfer
Decor 
Reinhart Zimmermann
Kostuums 
Eleonore Kleiber
Dramaturgie 
Hans-Jochen Genzel
Orkest 
Orkest van de Komische Oper, Berlin
Koor 
Koor van de Komische Oper, Berlin
Instudering koor 
Gerhart Wüstner
König Lear 
Werner Haseleu
König von Frankreich 
Klement Slowioczek
Herzog von Albany 
Wolfgang Hellmich
Herzog von Cornwall 
John Moulson
Graf von Kent 
Wilfried Plate
Graf von Gloster 
George Ionescu
Edgar 
Manfred Hopp
Edmund 
Hermin Esser
Goneril 
Astrid Schirmer
Regan 
Eva-Maria Bundschuh
Cordelia 
Jana Smitkova
Narr 
Werner Enders
Bedienter 
Wilfried Schaal
Ein Ritter 
Helmut Polze