De Nationale Opera presenteert

ITHAKA Otto Ketting (1935-2012)

Deze productie was te zien in september 1986

Ithaka

Otto Ketting
Een opera in tien scènes
Libretto van Otto Ketting en Kees Hin, naar Konstantínos Kaváfis
Wereldpremière 23 september 1986, Het Muziektheater, Amsterdam

Deze productie

Wereldpremière 23 september 1986
Maakte deel uit het Openingsprogramma van Het Muziektheater, 
samen met 'Zoals Orpheus' van Het Nationale Ballet

Het verhaal

Drie mensen in een hotelbar: een journalist, speurend naar het geheim van de mysterieuze dood van de tangokoning Gardel; een vrouw, Star, op zoek naar een onbereikbare liefde; en een oude stamgast, een dichter die zijn onsterfelijkheid haalt uit de zelfkant van het bestaan.

SCÈNE 1: Proloog (In de bar)
 
De journalist, altijd op reis en voor de zoveelste keer in een anonieme hotelkamer, droomt onrustig van zijn jeugd. In de nog verlaten bar van het hotel bespreken de vrouw achter de bar (Angel) en haar hulpje (Manikin) de komende gasten. Op treiterige toon maken ze toespelingen op eikaars gedrag. Wanneer de dichter arriveert wordt ook hij niet gespaard.
 
SCÈNE 2: Schilderij van een geboorte (De droom van de journalist)
 
De journalist droomt van de idolen en idealen van zijn jeugd. Eens wilde hij een groot kunstenaar worden, een schilder als Munch. Figuren uitMunchs werk verschijnen in de nacht. Oude herinneringen vermengen zich met recentere. Elementen van het onderzoek dat hij verricht naar de lang geleden verongelukte Gardel nemen de overhand.
 
SCÈNE 3: De verleiding (In de bar)
 
De journalist vermoedt in dit oude hotel de laatste verblijfplaats van Gardel. Zijn grenzeloze fascinatie uit zich in een niet te stuiten woordenvloed. Angel gaat hierop in door zich te hullen in een fraaie jas die van Gardel geweest zou zijn en te spelen dat zij de tangokoning is. De journalist geniet van deze illusie. De dichter reageert vermoeid, hij heeft het allemaal al vaker gezien. De belangstelling van Angel richt zich op de derde gast, Star, een interessante vrouw, eens heel mooi geweest, maar nu verdiept in haar verleden van onvervulde passie.
 
SCÈNE 4: Het ouderlijk huis (De droom van de journalist)
 
Met genegenheid herinnert de journalist zich zijn ouders. Een groot kunstenaar is hij niet geworden, wèl journalist, zoals zij dat wilden. Hij verlaat het ouderlijk huis om zijn reis in het leven te aanvaarden, op weg naar ‘Ithaka’. Angel is zijn jeugd binnengedrongen, zoals er met de rolverdeling in onze dromen wel vaker vreemde dingen gebeuren. Het is alsof zij zijn lot bestuurt.
 
SCÈNE 5: De fotografie (De droom van Star)
 
Star herinnert zich haar carrière als fotomodel en de hitsige macho-sfeer die deze omringde. De onverschilligheid waarmee zij zich pantserde werkte des te uitdagender. Door aan haar enige echte liefde te denken houdt ze zich op de been.
 
SCENE 6: De carrousel (De droom van de journalist)
 
Meer nog dan Gardel houdt diens korte verhouding met een veertienjarig meisje de journalist in de ban. Opnieuw verschijnt Angel dwingend in zijn droom en roept e herinnering bij hem op aan de dood van zijn eigen zoon. Die is nooit ouder dan veertien geworden.
 
SCÈNE 7: Een oude stamgast (In de bar)
 
De dichter is als altijd in gezelschap van een dode matroos. Zo houdt hij de herinnering aan de liefde levend. Star en de journalist zijn gevangen in hun eigen fascinaties.
 
SCÈNE 8: De moord (De droom van de vrouw)
 
Eindelijk ontmoet Star haar enige echte liefde. Hij, Manikin, schrikt van haar hevige intimiteit en doodt haar.
 
SCÈNE 9: De tocht door de stad (De droom van de oude stamgast)
 
De dichter droomt een tocht door de straten van een stad. De ruimten, de huizen, de mensen, hij kan ze gebruiken voor zijn gedichten. De moeder van een lang vergeten vriendje bespot hem. Hij krijgt twee ijdele gasten op bezoek die, achter zijn rug, over hem roddelen. Maar geleefd heeft hij wel, al wordt hem dat zelfs in zijn droom nog verweten.
 
SCÈNE 10: De kroning (In de bar)
 
Het koor – de gestalten die de dromen van de drie gasten hebben bevolkt - dringt de bar binnen. Angel blijkt de engel van de dood te zijn die haar handlanger, Manikin, er op uit heeft gestuurd om het lot van Star wat bij te sturen. De oude dichter weet als troost: het gaat om de reis, niet om de aankomst. Door deze gedachte verzoend, worden de drie gasten weggeleid. Angel en Manikin blijven over. Zij verkneukelen zich in afwachting van nieuwe gasten.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Lucas Vis
Regie 
Franz Marijnen
Decor 
Santiago del Corral
Kostuums 
Mechthild Schwienhorst
Licht 
Steve Kemp
Dramaturgie 
Elmer Schönberger
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Het Nederlands Operakoor
Instudering koor 
Johannes Mikkelsen
Journalist 
Henk Smit
Star 
Ruby Hinds
Angel 
Charlotte Margiono
Mother 
Thea van der Putten
Father / Friend 1 
Hein Meens
Poet 
Maarten Flipse
Macho / Friend 2 
Hubert Delamboye
Manikin 
Louis Vervoort
Son of the journalist (zwijgende rol) 
Edo Jaap Pieper
Dead Sailor (zwijgende rol) 
Peter Ruiter
Mistress of Gardel (zwijgende rol) 
Marieke van der Winden
Gardel (zwijgende rol) 
Hugo van Riet