De Nationale Opera presenteert

DOKTOR FAUST Ferruccio Busoni (1866-1924)

Deze productie was te zien in april 1987

DOKTOR FAUST

Ferruccio Busoni
Oper (Dichtung für Muzik)
Libretto van Ferruccio Busoni, naar de traditie van Faust-poppenspelen
Wereldpremière 21 mei 1925, Sächsiches Staatstheater, Dresden
Gereviseerde versie, muziek voltooid door Antony Beaumont, 2 april 1985, Teatro Comunale di Bologna

Deze productie

Nieuwe productie
Première 2 april 1987

Het verhaal

EERSTE VOORSPEL - Fausts studeerkamer in Wittenberg, 's morgens  

Faust is verdiept in een alchemistisch experiment wanneer zijn assistent Wagner het bezoek aankondigt van drie studenten die hem een boek, getiteld ‘Clavis Astartis Magica’ willen aanbieden. De drie zeggen uit Krakau te komen en overhandigen Faust het boek, een sleutel en een eigendomsoorkonde. Door de mysterieuze verdwijning van de studenten beseft Faust dat zij afgezanten van de hel waren.  
 
TWEEDE VOORSPEL - Dezelfde ruimte, omstreeks middernacht  
 
Met behulp van het toverboek bezweert Faust Luzifer, opdat deze hem zijn dienaren zendt. Er verschijnen zes demonen in de vorm van zwevende vlammentongen. Faust vraagt de eerste vijf hoe snel ze zijn en wijst hen de één na de ander af. Slechts de laatste, die zo snel is al de menselijke gedachte, wil hij als dienaar accepteren. Het is Mephistopheles, die hem belooft al zijn wensen te vervullen. Fausts verzet tegen zijn eis hem na zijn dood te dienen, breekt hij door middel van chantage: schuldeisers achtervolgen hem, de soldaat wiens zuster hij in het ongeluk heeft gestort, staat hem naar het leven, en ten slotte wacht hem de brandstapel vanwege zijn ketterij. Op bevel van Faust doodt Mephistopheles de gerechtsdienaars, die al voor zijn deur staan, en dan ondertekent Faust het pact met zijn bloed. Buiten weerklinkt het vrome gezang van kerkgangers. Paasochtend is aangebroken, kerkklokken luiden en van achter het toneel juichen koorstemmen: ‘Gloria in excelsis Deo et in terra pax.’  
 
INTERMEZZO - Kapel in de domkerk van Wittenberg  
 
De soldaat bidt tot God om gerechte straf voor de man die zijn zuster heeft verleid en in het verderf gestort. Faust en Mephistopheles komen op en Faust staat zijn duivelse dienaar met enige tegenzin toe om met de soldaat af te rekenen. Nauwelijks heeft Mephistopheles, in de gedaante van een monnik, de soldaat verteld dat zijn dagen geteld zijn of een groep soldaten dringt binnen en doodt hem als de vermeende moordenaar van hun kapitein.  
 
HOOFDSPEL  
 
Eerste tafereel - Het hertogelijk park in Parma 
 
Er vindt een tuinfeest plaats ter gelegenheid van het huwelijk van de hertog van Parma. De ceremoniemeester ontvangt het bruidspaar en kondigt als hoogtepunt van het feest een optreden van de beroemde Doktor Faust aan. Faust, vergezeld van de als heraut vermomde Mephistopheles, maakt diepe indruk op het gezelschap en vooral op de hertogin. Op haar verzoek roept Faust eerst koning Salomo en de koningin van Saba op, dan Samson en Dalila en ten slotte, naar een eigen ingeving, Salome en Johannes met de beul. De hertogin is volledig in de ban van Faust en de jaloerse hertog maakt een einde aan de séance. Op advies van Mephistopheles ontvlucht Faust de woede van de hertog, en de hertogin volgt Faust als in trance. Mephistopheles, verkleed als hofkapelaan, raadt de furieuze hertog aan van een achtervolging af te zien en een andere vrouw te zoeken aan het hof van Ferrara. 
 
Tweede tafereel - Een kroeg in Wittenberg 
 
Met Faust in hun midden discussiëren studenten over Plato’s ideeën leer. Als Faust een spreuk van Luther aanhaalt, ontstaan er twee partijen, katholieken en protestanten, die elkaar proberen te overstemmen met ‘Te Deum’ en ‘Ein feste Burg’. Nadat de strijd geluwd is, vertelt Faust over zijn avontuur met de hertogin van Parma. Plotseling verschijnt Mephistopheles als koerier. Hij meldt dat de hertogin is gestorven en hem als aandenken een geschenk voor Faust heeft meegegeven. Hij werpt Faust het lijkje van diens pasgeboren kind voor de voeten en vernedert hem ten overstaan van de studenten met een cynische ballade. Het lijkje verandert hij in een stropop, die hij in brand steekt, en uit de rook en vlammen laat hij Helena verschijnen. Wanneer Faust dit ideaal van vrouwelijke schoonheid wil aanraken, vervluchtigt de gestalte. Gelaten stelt hij vast dat de mens nooit aan volmaaktheid zal kunnen raken. Dan verschijnen de drie studenten uit Krakau weer. Zij delen mee dat Fausts termijn is verstreken en dat hij om middernacht zal sterven.  
 
Laatste tafereel - Een besneeuwde straat in Wittenberg  
 
De nachtwacht (Mephistopheles) roept de klok van tien om. Studenten wensen Wagner geluk met zijn benoeming tot rector magnificus en brengen hem een serenade. Wanneer de nachtwacht de klok van elf omroept, komt Faust op. Voor zijn vroegere huis - nu dat van Wagner - zit een bedelares met haar kind in de armen, die hij herkent als de hertogin. Zij geeft hem het dode kind. Vertwijfeld wil hij de domkerk binnengaan om Gods hulp af te smeken, maar de gestalte van de dode soldaat verspert hem de toegang. Faust knielt voor het kruisbeeld bij de kerk neer, is evenwel niet in staat te bidden. Bij het schijnsel van de lantaarn van de nachtwacht verandert de gekruisigde in Helena. Dan verzamelt Faust al zijn krachten om tot een laatste bezwering te kunnen komen. Hij trekt een magische cirkel en vermaakt zijn eigen leven aan zijn kind. Hij sterft met de woorden: ‘Ik, Faust, een eeuwige wild.’ Op de plaats waar het kind lag, verheft zich een jongeling. De nachtwacht roept het middernachtelijk uur om. Hij vindt de dode Faust en verdwijnt met het lichaam.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Lucas Vis
Regie 
Franz Marijnen
Decor 
Paul Staples
Kostuums 
Lioba Winterhalder
Licht 
Steve Kemp
Dramaturgie 
Paul Op de Coul
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Het Nederlands Operakoor
Instudering koor 
Johannes Mikkelsen
Doktor Faust 
Victor Braun
Wagner 
Lieuwe Visser
Mephistopheles 
Mario Brell
Der Herzog von Parma 
Horst Hoffmann
Der Herzogin von Parma 
Mary Jane Johnson
Der Zeremonienmeister 
Lieuwe Visser
Des Mädchens Bruder 
Peter Coleman-Wright
Ein Leutnant 
Horst Hoffmann
Drei Studenten aus Krakau 
Huub Claessens
Math Dirks
Wouter Goedhart
Theologe 
Math Dirks
Jurist 
Huub Claessens
Naturgelehrter 
Peter Coleman-Wright
Gravis 
Huub Claessens
Levis 
Math Dirks
Asmodus 
Peter Coleman-Wright
Beelzebuth 
Wouter Goedhart
Megäros 
Horst Hoffmann
Studenten in Wittenberg 
Findlay Johnstone
Ton Kemperman
Martin Lane
Robin Park
Leo Post
1. Stimme 
Elma van der Dool
2. Stimme 
Irene Evans
3. Stimme 
Els van Moorsel
Tenorstimme 
Horst Hoffmann
Der Dichter (op band) 
Branko Samarowski
 
Poppenspelers 
Frederieke Cannegieter (Busoni)
Hendrik Bonneur (Mephistopheles)