De Nationale Opera presenteert

DER ROSENKAVALIER Richard Strauss (1864-1949)

Deze productie was te zien in februari 1987

DER ROSENKAVALIER

Richard Strauss
Komödie für Musik in drei Aufzügen, op. 59
Libretto van Hugo von Hofmannsthal
Wereldpremière 26 januari 1911, Königliches Opernhaus, Dresden

Deze productie

Reprise uit de seizoenen 1975/76, 1977/78 en 1980/81
Première 26 februari 1987

HET VERHAAL

De opera speelt zich af in Wenen ten tijde van Keizerin Maria Theresa.

EERSTE BEDRIJF - De slaapkamer van prinses van Werdenberg (de Marschallin)
 
Terwijl haar echtgenoot op jacht is, heeft de Marschallin zich met haar jonge minnaar graaf Octavian in haar slaapkamer vermaakt. Het is vroeg in de ochtend. Hun liefdesduet wordt twee maal onderbroken, eerst door de negerpage van de Marschallin die haar ontbijt komt brengen en later door het geluid van een mannenstem buiten de kamer. De prinses verstijft van schrik: dat kan alleen haar man zijn, die onverwacht is teruggekeerd. Het stemmengedruis wordt luider en dan herkent ze de stem van een van haar familieleden, een onbehouwen uilskuiken, baron Ochs auf Lerchenau. Haar bedienden proberen hem tegen te houden als hij haar slaapkamer in wil gaan, maar hij duwt hen opzij en valt de kamer binnen.
 
Octavian heeft zich in de tussentijd in de kleedkamer van de Marschallin verstopt, maar komt nu te voorschijn m een kamermeisjeskostuum dat hij daar had gevonden. Hij doet alsof hij ‘Mariandl heet, maar raakt geheel de kluts kwijt wanneer de baron verrukt blijkt van dit nieuwe kamermeisje van de Marschallin. Steeds probeert hij te ontsnappen, maar iedere keer snijdt de baron hem de pas af. Schaamteloos flirtend zet de baron het doel van zijn bezoek uiteen. Hij staat op het punt te trouwen met Sophie von Faninal, de dochter van een rijke koopman die onlangs in de adelstand verheven is, en zou graag willen dat de Marschallin hem de naam geeft van iemand die zijn verloofde de traditionele Zilveren Roos kan aanbieden als teken van hun verloving. In een ondeugende opwelling raadt de Marschallin hem Octavian aan, en laat de baron een miniatuurportret van hem zien. De baron wordt getroffen door de gelijkenis tussen de jonge graaf en het kamermeisje van de Marschallin, maar zij merkt op dat zulke dingen in de beste families voorkomen. Octavian slaagt er eindelijk in te ontsnappen, juist op het moment waarop de levée van de Marschallin een aanvang neemt. Lieden van allerlei slag komen hun waren bij.de prinses aanprij-zen. Tussen modistes, koks en een dierenhandelaar bevinden zich twee beroepsintriganten, die door de Marschallin minachtend weggewoven worden.
 
Drie adellijke wezen zingen de lof van hun weldoenster, en terwijl de kapper zich over het haar van de Marschallin buigt, vergast een tenor het gezelschap op een Italiaanse aria en bespreekt Ochs het huwelijkscontract met een notaris. Opeens schrikt de Marschallin van haar spiegelbeeld; ze verbeeldt zich dat haar kapsel een oude vrouw van haar maakt. Ze stuurt iedereen weg en als ze alleen is, mijmert ze over haar plotselinge besef van het verstrijken der tijd en over haar angst daarvoor. Het meisje dat zo uit het klooster trouwde is al een oude vrouw aan het worden. Haar weemoedige stemming wordt niet ongedaan gemaakt door de terugkomst van Octavian, die nu zijn eigen kleren weer aan heeft. Zij waarschuwt hem dat alles in het leven, ook de liefde, vergankelijk is en dat hij haar ooit zal verlaten. Octavian begrijpt niet waarover zij het opeens heeft, en is bezeerd en in de war. Hij rent zo snel de kamer uit dat de Marschallin hem geen afscheidskus meer kan geven. Ze stuurt haar negerpage met de Zilveren Roos achter hem aan en als het doek valt, pakt ze triest haar spiegel weer op.
 
TWEEDE BEDRIJF - Een rijkversierd vertrek in het paleis van Faninal
 
De spanning in huize Faninal stijgt ten top nu de laatste toebereidselen voor de komst van de Rozen-cavalier worden getroffen. Sophie zingt over haar huwelijksverwachtingen wanneer de dueña opgewonden de aankomst van Octavian komt melden. Hij treedt binnen, geheel in het zilver gekleed, en overhandigt haar de roos plechtig. Het valt haar op dat de roos een geur verspreidt; Octavian heeft de roos besprenkeld met rozenolie. Als ze zich samen over de roos buigen zien ze elkaar voor het eerst pas echt en raken op slag verliefd op elkaar.
 
Wanneer haar vader zijn aanstaande schoonzoon, baron Ochs, binnenleidt, keert Sophie terug in de harde werkelijkheid. Ze vindt zijn manieren bot en zelfs angstaanjagend. Ochs besteedt geen aandacht aan wat hij haar juffertjesnukken noemt en begeeft zich naar het belendende vertrek om het huwelijkscontract te tekenen, daarbij het jonge paar alleen latend. Ze vliegen in eikaars armen maar worden op hetzelfde moment betrapt door de twee intriganten Annina en Valzacchi, die spoorslags de baron alarmeren. Deze maakt zich er niet druk over, maar Octavian daagt hem uit tot een duel, waarbij hij hem heel licht prikt. De baron gaat tekeer als een wilde en staat erop dat er een dokter wordt geroepen. Octavian beraamt een list om Sophie van haar ongewenste aanbidder te verlossen. Hij stuurt Annina met een briefje, zogenaamd van ‘Mariandl’, waarin deze de baron verzoekt om een rendez-vous in de avond. Octavian zorgt ervoor dat Faninal er lucht van krijgt, zodat die ook naar dat rendez-vous toekomt en Ochs wordt ontmaskerd.
 
De nietsvermoedende Ochs is opgetogen en verheugt zich vurig op de komende avond.
 
DERDE BEDRIJF - Een kamer op de zolder van een herberg bij Wenen 
 
Octavian, nu in de ‘Mariandl’-vermomming, is samen met Annina en Valzacchi bezig alles voor zijn komplot in gereedheid te brengen. Annina moet doen alsof zij de vrouw van Ochs is, en heeft ervoor gezorgd dat ze wordt vergezeld door een groepje luidruchtig kwetterende kinderen. Ook is er een stel mannen dat als geesten uit de muren te voorschijn zal schieten om de baron nog meer in verwarring te brengen en op stang te jagen.
 
De baron komt binnen met ‘Mariandl’, en het souper wordt opgediend. Eerst worden zijn pogingen om haar het hof te maken verijdeld doordat Octavian doet alsof hij dronken is, later wordt hij gedwarsboomd doordat er overal griezelige verschijningen opdoemen. Annina stormt de kamer binnen en schreeuwt dat Ochs haar en haar kindertjes bedriegt. Nu is alles klaar voor de komst van Faninal. Ongelukkigerwijs heeft het tumult ook de politie gealarmeerd, die komt kijken wat er aan de hand is. Ochs probeert iedereen wijs te maken dat ‘Mariandl’ eigenlijk Sophie von Faninal is, maar die leugen wordt onmiddellijk ontmaskerd wanneer Faninal en de echte Sophie binnenkomen. Enkele minuten daarna arriveert ook de Marschallin, die de situatie in een oogwenk doorheeft. Terwijl Octavian zijn eigen kleren weer aantrekt, sust zij de politiecommissaris, die vervolgens vertrekt.
 
Als Ochs Octavian ziet, trekt hij zijn conclusies en doet nog één poging om de klok terug te draaien, maar de Marschallin helpt hem uit de droom: Sophie en haar bruidsschat is hij kwijt en de erecode van de adel verbiedt hem ooit ook maar de geringste toespeling te maken op wat hij over haar eigen eventuele buitenechtelijke activiteiten aan de weet is gekomen. Hij weet wanneer hij verslagen is, en vertrekt.
 
Sophie zou wel naar haar vader toe willen, die onder de schok is bezweken en naar een aangrenzende kamer is gebracht, vervuld van het idee dat aan zijn kersverse reputatie als edelman onherstelbare schade is toegebracht. Ze wil echter ook niet graag weg bij Octavian, die geen woord meer kan uitbrengen van gêne.
 
De Marschallin realiseert zich dat het door haar voorspelde moment waarop Octavian haar zou verlaten, eerder is aangebroken dan ze had verwacht. Ze roept Sophie bij zich en oppert dat haar vader het misschien wel prettig vindt om met haar in haar eigen rijtuig naar huis te rijden; dan kan hij weer een beetje tot rust komen, en vindt Octavian misschien gelegenheid om Sophie's problemen voor haar op te lossen. Octavian kan van dankbaarheid alleen haar naam maar hakkelen. Het drietal reageert op de situatie met een trio.
 
Wanneer de Marschallin Faninal gaat halen, vallen de geliefden elkaar in de armen en zingen een slotduet. Allen vertrekken en het toneel wordt donker. Ten slotte komt de negerpage gehaast aanrennen op zoek naar het zakdoekje dat Sophie heeft laten vallen. Hij vindt het en rent triomfantelijk af bij het vallen van het doek.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie 
John Cox
Decor en kostuums 
Elisabeth Dalton
Orkest 
Rotterdams Philharmonisch Orkest
Koor 
Extra Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Johannes Mikkelsen
Die Feldmarschallin 
Rachel Yakar
Der Baron Ochs auf Lerchenau 
John Tomlinson
Octavian 
Susan Quittmeyer
Vier Lerchenauer 
Wim Huysman
Fons van Zijl
Rudolf Vedder
Willard Terrahé
1. Lakai 
Albert Bonnema
2. Lakai 
Ton Kemperman
3. Lakai 
Piet van Kampen
4. Lakai 
Pieter van Egmond
Der Haushofmeister bei der Feldmarschallin 
Ad van Baasbank
1. Adelige Waise 
Ineke Berends
2. Adelige Waise 
Judith Mok
3. Adelige Waise 
Els Zomerdijk
Eine Modistin 
Carol Barlow Davies
Ein Tierhändler 
Valentin Jar
Valzacchi 
Martin Finke
Annina 
Annett Andriesen
Ein Sänger 
Chris Merritt
Ein Notar 
Lieuwe Visser
Herr von Faninal 
Derek Hammond Stroud
Sophie, seine Tochter 
Gwendolyn Bradley
Marianne Leitmetzerin 
Mary Willems
Der Haushofmeister bei Faninal 
Valentin Jar
Ein Wirt 
Adriaan van Limpt
1. Kellner 
Albert Bonnema
2. Kellner 
Ton Kemperman
3. Kellner 
Piet van Kampen
4. Kellner 
Pieter van Egmond
Ein Polizeikommissar 
Lieuwe Visser
Ein Hausknecht 
Rudolf Vedder
Mohammed 
Jacintho Rijssel
Leopold 
Thijs Westerbeek van Eerten
Hippolyte, ein Friseur 
Jan Ruedisueli