De Nationale Opera presenteert

DER KREIDEKREIS Alexander von Zemlinsky (1871-1942)

Deze productie was te zien in november 1986

DER KREIDEKREIS

Alexander von Zemlinsky
Libretto van Alexander von Zemlinsky en Klabund,
naar ‘Hui-Lan-Sji’, een oud Chinees zangspel van Li-Hsing Tao
Nieuwe tekstbewerking door Herbert Wernicke
Wereldpremière 14 oktober 1933, Stadttheater Zürich

Deze productie

Nieuwe productie voor De Nederlandse Opera
Ingehuurd van Opera Hamburg (1983)
Première 20 november 1986

Het verhaal

EERSTE BEDRIJF

Na enkele maten orkestrale introductie stapt Tong, een bordeelhouder, voor het gordijn en stelt zichzelf voor, alsmede een paar van zijn meisjes. Een van hen zingt een serenade aan de lente. Haitang, een beeldschoon meisje van zestien, en haar moeder, de weduwe Tsjang komen op, beiden in rouw gekleed. Haitang vertelt over de zelfmoord van haar vader, die zichzelf heeft verhangen voor het huis van zijn schuldeiser, de mandarijn Ma, uit wanhoop over diens hebzucht. Nu ziet zijn weduwe zich verlaagd tot het gedwongen verkopen van haar dochter, ondanks de woede van Haitangs broer, Tsjang-Ling. Tong wil haar wel kopen en neemt het meisje op in zijn bordeel.
 
Prins Pao, die het bordeel bezoekt, is diep onder de indruk van Haitangs schoonheid. Zij tekent met krijt een kring op de grond en zegt dat deze zowel een symbool is voor het universum als een spiegel waarin ze hun lot kunnen zien. (De kracht van de krijtkring zal drie keer worden opgeroepen in de opera. Dit is de eerste keer.) Pao zegt dat de lotsbestemming die zij daarin te zien zal krijgen, zijn liefde voor haar is. Op dat moment komt Ma binnen, die eveneens diep onder de indruk is van Tongs nieuwe meisje. Hij kaapt haar vlak voor Pao’s neus weg door Tong een hoger bod te doen.
 
TWEEDE BEDRIJF
 
Haitang heeft het leven geschonken aan een zoon en daarmee de jaloezie opgewekt van Yu-Pei, Ma's kinderloze hoofdvrouw. Yu-Pei vertelt Tsjao, haar minnaar, dat ze van plan is haar echtgenoot te vergiftigen. Tsjao, een rechtbankfunctionaris, maakt haar erop attent dat zij ten gunste van Haitangs kind onterfd zal worden als Ma sterft.
 
Ma vraagt Tsjao om zijn scheiding van Yu-Pei te arrangeren, bij voorkeur op grond van overspel, omdat dat goedkoper is. Tsjao belooft voor bewijsmateriaal te zullen zorgen, maar licht zijn maitresse in over de plannen van haar echtgenoot. Tsjang- Ling, door de omstandigheden tot de bedelstaf gebracht, is er revolutionaire denkbeelden op na gaan houden. Hij wil zijn vaders zelfmoord wreken en maakt zich op om Ma te vermoorden. Op aandringen van Haitang stelt hij zijn daad nog even uit, totdat hij het orakel van de krijtkring geraadpleegd heeft. Yu-Pei ziet hen echter samen en probeert Ma wijs te maken dat Haitang met een vreemdeling gesproken heeft. Wanneer Haitang uitlegt dat het haar broer was, gelooft Ma haar, maar het vergif dat Yu-Pei in zijn thee gedaan heeft, begint te werken en hij sterft. Yu-Pei gooit de verdenking op Haitang en beweert dat het kind van haarzelf is. Haitang wordt weggevoerd.
 
DERDE BEDRIJF
 
Haitang moet terecht staan voor rechter Tsjoe- Tsjoe, die opmerkt dat Yu-Pei een edelmoedige vrouw is. Yu-Pei heeft zich goed ingedekt en de vroedvrouw en nog een paar getuigen omgekocht om te getuigen dat zij de moedervan het kind is. Zij die niet de echte moeder is, heeft de moord gepleegd. Haar complot heeft succes en Haitang wordt ter dood veroordeeld.
 
Op dat moment komt er bericht dat prins Pao de keizerlijke troon heeft bestegen, dat alle rechtszaken verdaagd moeten worden en de verdachten naarde hoofdstad gebracht vooreen nieuw verhoor. Als Tsjang-Ling verklaart dat alle keizers even slecht zijn, laat Tsjoe-Tsjoe hem arresteren en samen met zijn zusje naar de hoofdstad brengen.
 
In de hoofdstad opent Keizer Pao de zitting met het verhoor van Tsjang-Ling, maar ontslaat hem al snel van verdere vervolging omdat zij beiden, naar hij zegt, aan dezelfde kant staan. Hij keert zich tot de volgende verdachte en ziet dat zij het meisje van het bordeel is.
 
Hij geeft opdracht een krijtkring op de vloer te tekenen en het kind in het midden neer te leggen. De twee vrouwen moeten hun moederschap bewijzen door het kind uit de cirkel te trekken, wat alleen de echte moeder zal kunnen lukken. Als Haitang weigert het kind pijn te doen, aanvaardt Pao dat als bewijs dat zij de moeder is. Yu-Pei wordt dus door haar eigen getuigenis schuldig bevonden: zij die niet de moeder is, heeft de moord gepleegd. Ze klaagt Tsjao en rechter Tsjoe-Tsjoe aan, en Pao geeft bevel hen alle drie weg te voeren.
 
Hij vertelt Haitang dat hij op de eerste nacht van haar huwelijk met Ma in een droom bij haar is geweest. Hij accepteert de droom als werkelijkheid, zal Haitang trouwen en het kind als zijn eigen kind erkennen.

Team en cast

Muzikale leiding 
Stefan Soltesz
Regie 
Herbert Wernicke
Instudering regie 
Adalbert Schwichow
Decor en kostuums 
Herbert Wernicke
Licht 
Heinz Jürgens
Orkest 
Het Residentie-Orkest
Tschang-Haitang 
Stella Kleindienst
Frau Tschang 
Hebe Dijkstra
Tschang-Ling 
Maarten Flipse
Tong 
René Claassen
Pao 
Mario Brell
Ma 
Henk Smit
Yu-Pei 
Celestina Casapietra
Tschao 
William Workman
Tschu-Tschu 
Ernst-Theo Richter
Hebamme 
Annett Andriesen
Blumenmädchen 
Young-Hee Kim
Kuli I 
Jon Thorsteinsson
Kuli II  
Albert Bonnema
Soldat 
Jan Alofs / Henk Smit