synopsis Jenůfa

Eerste bedrijf

Ongeduldig wacht Jenůfa op de terugkeer van haar vrijer Števa. Hij moest naar de militaire keuring en als hij voor het leger wordt opgeroepen kan hij niet met Jenůfa trouwen. Jenůfa is zwanger van hem, en hun kind zou dan als bastaard geboren worden en zonder vader opgroeien. De halfbroer van Števa, Laca, is al van jongs af aan verliefd op Jenůfa en hoopt dat zijn broer wordt ingelijfd. Zij is aantrekkelijk, intelligent, kan lezen en schrijven en deelt haar kennis graag met anderen, zoals het dorpsmeisje Jana.
Števa is terug. Hij heeft zich vrijgekocht. Uitgelaten en dronken viert hij zijn vrijheid. Dit gedrag vindt de pleegmoeder van Jenůfa, de kosteres, onverantwoordelijk; het herinnert haar aan haar eigen losbandige nietsnut van een man. Hij maakte schulden, smeet met geld en sloeg haar. Zij wenst haar pleegdochter niet hetzelfde lot toe en verbiedt Števa te trouwen met Jenůfa totdat hij zich een jaar heeft onthouden van drank en haar weer waardig is. Števa neemt het dreigement niet serieus en bralt over zijn succes bij de vrouwen. Toch koestert hij de schoonheid van Jenůfa met haar appelwangen het meest. Hij gaat naar huis om zijn roes uit te slapen en Jenůfa blijft alleen achter met Laca, die moeite heeft om zijn jaloezie in toom te houden. Als hij haar plaagt om een kus te krijgen en haar wil omhelzen, snijdt hij ‘per ongeluk’ met een snoeimes in haar wang om haar op die manier te verminken en onaantrekkelijk te maken voor Števa.

Tweede bedrijf

Vijf maanden lang is Jenůfa verborgen gehouden door haar pleegmoeder om in het geheim te bevallen. De kosteres vindt dat de vader zijn zoontje moet hebben gezien en ontbiedt Števa. Intussen bedwelmt ze Jenůfa met een slaapmiddel. Als Števa bij hen is smeekt de kosteres hem om het kind te erkennen en met de moeder te trouwen. Hij is wel bereid voor het kind te betalen maar niet om het te erkennen. Ook wil hij zich niet binden aan Jenůfa; zij is verbitterd geraakt én verminkt. Bovendien heeft hij al toegezegd de burgemeestersdochter te huwen.
Laca heeft geregeld de kosteres bezocht om naar Jenůfa te vragen. Als hij opnieuw komt krijgt hij te horen dat Jenůfa een kind van Števa heeft gebaard. Laca is ontdaan door deze boodschap en vermoedt dat dit slechts een manier is om zijn liefde voor Jenůfa op de proef te stellen. Geschrokken door Laca’s reactie zegt de kosteres, nog voor ze het zelf beseft, dat het kind overleden is. Zij stuurt hem weg met de opdracht erachter te komen wanneer Števa gaat trouwen. Zodra Laca vertrokken is, pakt ze in verwarring het kind, wikkelt het in een omslagdoek en rent naar buiten. Jenůfa wordt wakker en realiseert zich dat haar zoontje weg is. Wanhopig bidt ze voor zijn gezondheid. Niet veel later komt de kosteres terug en maakt Jenůfa wijs dat ze twee dagen ijlend met koorts op bed heeft gelegen en dat het kind in de tussentijd is overleden.
Laca komt terug om zijn nieuws over de burgemeestersdochter te delen. Zodra hij Jenůfa ziet, is hij bereid haar te vergeven en met haar te trouwen; Jenůfa stemt in. Gerustgesteld concludeert de kosteres dat zij juist heeft gehandeld, maar als zij het koppel zielenrust toewenst, wordt door een windstoot het raam opengerukt, waardoor het gekwelde geweten van de kosteres het gevoel krijgt dat de dood naar binnen gluurt.

Derde bedrijf

Op de afgelegen plek waar Jenůfa verborgen zat, vindt twee maanden later de trouwerij met Laca plaats. Het is een ingetogen viering, waar ook de burgemeester met zijn vrouw, hun dochter Karolka en haar verloofde Števa op af komen. De dorpsmeisjes zingen een bruidsliedje voor het echtpaar, maar de kosteres is zichtbaar gekweld door de misdaad die ze heeft begaan. Nadat Jenůfa en Laca de zegen hebben gekregen van de grootmoeder, de oude Buryja, is het de beurt aan de kosteres om het stel te zegenen. Nog voordat de kosteres een woord heeft gezegd, klinkt er kabaal van buiten. Er is een babylijkje gevonden in de rivier, dat bevroren onder het ijs vandaan is gehaald. Jenůfa herkent de kleding van haar kindje, die ze zelf heeft gemaakt. De menigte eist dat de moeder wordt gestenigd, en Jenůfa roept Števa als vader van het kind op om te helpen. Terwijl Števa niet in staat is om voor Jenůfa en zijn vaderschap op te komen, grijpt Laca in en verdedigt haar. Karolka is verslagen en wil niet meer samen zijn met een man die dit op zijn geweten heeft.
Dan bekent de kosteres haar schuld. Zij heeft het kind in een wak geduwd om Jenůfa voor de schande te behoeden. Ze vraagt Jenůfa om vergiffenis en verzoekt de burgemeester om haar mee te nemen voor haar terechtstelling. Jenůfa schenkt de kosteres vergiffenis en iedereen vertrekt. Laca blijft met Jenůfa alleen achter.