Speech Jet Bussemaker: Van Schayk, Officier in de Orde van Oranje-Nassau

Speech van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Jet Bussemaker, bij de première van ‘Hollandse Meesters’ Amsterdam, 14 september 2016

Dames en heren,

Wat hebben we vanavond genoten van de drie Hollandse Meesters van de dans. En in het bijzonder van Toer van Schaijk, voor wiens 80e verjaardag deze prachtige voorstelling mede is gemaakt. Meneer Van Schaijk, vier jaar geleden maakte Barbara Makkinga een prachtige documentaire over u. Wat me daarin zo raakte, was uw grote bescheidenheid en uw diepe liefde voor het vak.

U staat niet graag in het middelpunt van de belangstelling – liever laat u uw werk het hoogste woord voeren. Daarom zal ik het hier op het podium kort houden. Maar het is – ter ere van uw 80e verjaardag – onvermijdelijk om toch iets te zeggen over de grote invloed van uw werk.

Al was het maar omdat u een duizendpoot bent:

Danser én choreograaf.
Kostuum- én decorontwerper.
Klavecimbelbouwer én beeldhouwer.
Schilder, maar ook de bedenker van uw eigen notitiemethode voor choreografie.

U bent niet in een hokje te stoppen en dat maakt u tot een prachtig, uniek mens.
Of, zoals u zelf ooit zei:
‘Als ik schilder, voel ik me schilder.
Als ik beeldhouw, voel ik me beeldhouwer.
Als ik choreografeer, voel ik me choreograaf.
Ik heb geen spijt van hoe ik gewerkt heb, me verdelend tussen het een en het ander.’

En telkens doet u dat vol toewijding en kwetsbaarheid.
Toegewijd aan de schoonheid van de beweging, aan de daad van het scheppen.
Of het nu op de dansvloer van het Bolshoi theater is –  of in de stilte van uw atelier, terwijl u hout bewerkt met het gereedschap van uw grootvader.

En telkens vinden we in het eindresultaat een subtiel verweven maatschappelijke boodschap.
Mysterieus, want u schreeuwt het niet van de daken.
Maar even goed authentiek, want uw hand is zichtbaar in alles dat u maakt.

Uw kunst staat altijd ten dienste van iets groters, waarvan u de kern wilt raken.
Of het nu over de aanvaarding van de dood gaat, of hoe wij mensen omgaan met de natuur.
Kunst om de kunst is aan u niet besteed.
En u hebt een hekel aan oppervlakkigheid.
Schoonheid gaat bij u altijd samen met diepgang.
En die diepgang zoekt u telkens met de constante twijfel van een oprechte kunstenaar.

Die gezonde twijfel maakt u ook tot een vernieuwer.
Uw vakgenoten roemen u om de manier waarop u hen altijd meer meegeeft dan dans alleen.
Hoe u in muziek, decors en kostuums altijd zoekt naar moderne invalshoeken en nieuwe inspiratie.

Zowel persoonlijk als professioneel bent u onlosmakelijk verbonden met Rudi van Dantzig, die helaas niet meer onder ons is.
Maar het is veelzeggend dat die zelfde Rudi van Dantzig ú beschouwde als een betere ontwerper en een betere choreograaf.

Dames en heren,

De Amerikaanse president John F. Kennedy zei ooit:
‘In a democratic society,
the highest duty of the artist is to remain true to himself,
and to let the chips fall where they may.’

Deze woorden gelden in het bijzonder voor Toer van Schaijk:
u bent de Renaissance Man van de hedendaagse dans.

Ik feliciteer u nu alvast van harte met uw verjaardag.
En dat doe ik met de mededeling dat het Zijne Majesteit de Koning heeft behaagd,
u te benoemen – te bevorderen zelfs – tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
Namens de Koning mag ik u nu de bijbehorende versierselen opspelden.
Mag ik u vragen om daarvoor naar voren te komen?

Speech van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Jet Bussemaker, bij de première van ‘Hollandse Meesters’ Amsterdam, 14 september 2016