Magazine Paul Appleby over Tom Rakewell: 'Ik ken zijn karakter te goed'
  1. Magazine
  2. Paul Appleby over Tom Rakewell: 'Ik ken zijn karakter te goed'
  • Marije Bosnak
  • 19 Jan 2018
  • Leestijd: 6 minuten

Paul Appleby over Tom Rakewell: 'Ik ken zijn karakter te goed'

"Over Tom zeg ik altijd grappend: ik ken zijn karakter te goed." De Amerikaanse tenor Paul Appleby speelt Tom Rakewell in The Rake’s Progress, een rol die hij al eerder vertolkte. Appleby breekt een lans voor de menselijke kant van zijn personage. "Het is makkelijk Tom als een domme losbol neer te zetten, maar het ligt genuanceerder!"

Lees in dit interview met Paul Appleby over het verhaal vol verleidingen en verlies, over de gestileerde muziek en het bijzondere decor, en over het weerzien met de cast en de stad Amsterdam. 

The Rake’s Progress volgt Tom Rakewell op zijn zoektocht naar roem en rijkdom. De verleidingen die hij op zijn pad vindt, leiden tot het verlies van zijn grote liefde Anne Trulove (sopraan Julia Bullock) en uiteindelijk tot zijn ondergang.

De laatste scène speelt zich af in een gekkenhuis waar de waanzinnige Tom zijn geliefde om vergiffenis vraagt. Appleby: “De faustiaanse deal – je ziel verkopen aan de duivel – is natuurlijk een bekend thema. Stravinsky heeft met zijn muziek het verhaal voor iedereen herkenbaar gemaakt. Het toegeven aan de verleidingen van het goede leven en het gevoel van berouw aan het eind van de opera zijn pijnlijk invoelbaar. Ieder mens heeft dingen waar hij spijt van heeft, we zijn allemaal in staat onze geliefden teleur te stellen, op grote of kleine schaal. Al deze emoties laat de opera zien, op een heel eerlijke manier.”

Berouw en vergiffenis

Appleby wil Tom niet veroordelen: “Hij is geen dwaas. Zijn fouten zijn niet meer dan misstappen van een jong, ambitieus en onervaren persoon. Zijn intelligentie in combinatie met enige naïviteit brengt hem in moeilijkheden. Het lukt hem het systeem te slim af te zijn, maar dat behoedt hem niet voor de ondergang.”

Het verhaal in The Rake’s Progress wordt verteld aan de hand van sprongen in de tijd. Appleby wil Tom in alle episodes een zekere waardigheid geven, zodat het publiek hem ondanks zijn fouten blijft begrijpen: “Alleen dan kan het berouw en het verlies in de laatste scène echt betekenisvol zijn. Daarom bedenk ik bij elke scène, elke frase, waarom Tom zo handelt als hij doet. Wat wil hij? Hij wil rijk zijn en roem vergaren, maar tegelijkertijd wil hij een oprechte jongen zijn, in een gelukkig huwelijk met Anne. De verleidingen van het echte leven maken dat ingewikkeld.”

Hij is geen dwaas. Zijn fouten zijn niet meer dan misstappen van een jong, ambitieus en onervaren persoon.

Als Appleby probeert te verwoorden wat voor hem de sterkste emotie is uit de opera, zegt hij: “Meer nog dan spijt, voel je de rouw om het verlies van de onschuld. En de pure liefde die Anne vertegenwoordigt, ontroert me diep. Zij vergeeft Tom, ondanks alles. Haar generositeit ten opzichte van zijn verraad is overrompelend en maakt het berouw van Tom des te pijnlijker.”

Leeg papier

De productie van Simon McBurney ging afgelopen zomer met dezelfde cast in première op het festival van Aix-en-Provence. Het verhaal speelt zich af in een witte doos met wanden van papier. Videoprojecties transformeren de witte leegte tot steeds weer een ander decor. Zangers, acteurs en dansers bewegen onder meer in een idyllische pastorale setting, in een moderne stad en op een kerkhof. Daar ligt volgens Appleby een grote uitdaging voor iedereen op het podium: “Wij zien geen projecties, de set is leeg. We moeten letterlijk een lege pagina vullen met onze lichamen en worden zo gedwongen onze fantasie te gebruiken. Pas na het bekijken van de registratie wist ik hoe het eruitziet voor het publiek. Dat is echt dé manier van McBurney om verschillende lagen van verbeelding te creëren. Hij gebruikt het menselijke lichaam op een heel fysieke manier als onderdeel van de enscenering.”

“Ik moet me heel atletisch gedragen; ik ben continu op het podium zonder mogelijkheid om even bij te komen. Bij de overgang van de eerste naar de tweede scène bijvoorbeeld verkleed ik me op het podium, met een groep acteurs om me heen. Dat hebben we eindeloos geoefend: onze sokken moeten wel uit zijn bij een specifieke overgang in de muziek! En in de slotscène verbind ik letterlijk mijn lichaam met het papieren decor. Ik sla erop en verscheur het – heel intens.”

Begrensde ruimte

Stravinsky schreef zijn opera in een neoklassieke stijl, waarbij hij verwijst naar componisten als Mozart en Bach. Appleby legt uit dat de symmetrische schoonheid van die oudere werken terug te vinden is in Stravinsky’s partituur en dat de enscenering van McBurney daar een reflectie van is: “De muziek is heel gestileerd en het beeld op het podium oogt als de fysieke echo daarvan. De bewegingen over het podium zijn gebaseerd op precieze lijnen, driehoeken en diagonalen, maar zonder dat het nadrukkelijk de aandacht trekt. Dat vraagt van ons veel fysieke energie, terwijl alles tegelijkertijd heel gecontroleerd en precies moet zijn. Zo zou ik ook Stravinsky’s partituur omschrijven: de muziek is heel beheerst, beperkt door een aantal ritmische stijlen. En in die begrensde ruimte weet Stravinsky zijn dissonanten te verwerken – zijn moderne sensibiliteit is onmiskenbaar.”

Appleby vertelt dat de manier waarop Stravinsky de tekst op muziek heeft gezet, vaak heel nnatuurlijk, geaffecteerd lijkt. “De nadruk ligt net niet daar waar je het verwacht. Maar het geniale van Stravinsky is dat hierdoor de woorden betekenisvoller worden. Het libretto van W.H. Auden is briljant, maar ook complex. Stravinsky verheldert de tekst – en maakt de emotionele lading duidelijk.”

Nieuwe hoekjes

Appleby verheugt zich erop om straks met dezelfde cast verder te kunnen: “We hebben de zeldzame gelegenheid verder te gaan waar we gebleven zijn. Iedereen met podiumervaring weet dat in de loop van een productie veel kan veranderen, zonder dat iemand een fundamenteel nieuwe visie heeft op zijn personage. Als Tom net iets bruter is naar Anne, of Anne is liefdevoller, heeft dat een domino-effect op het geheel. Zo ontdek je samen nieuwe hoekjes in de karakters en in de emoties.”

Voor dirigent Ivor Bolton en het Nederlands Kamerorkest is de productie nieuw, maar Appleby werkte al eerder met hen samen. Hij noemt Bolton een echte zangers-dirigent: “Hij weet bijvoorbeeld precies waar mijn stem een registerswitch maakt, hij zal altijd rekening houden met mijn kracht en zwakheden. Zo kan ik me focussen op alle details. Met het Nederlands Kamerorkest deed ik vorig jaar Die Entführung aus dem Serail. Een geweldige groep musici! Ik herinner me dat ze echt keken naar de zangers op het podium, meer dan ik gewend ben van andere orkesten. Daardoor kreeg ik het gevoel kamermuziek te maken.”

Amsterdam

Appleby verheugt zich ook op Amsterdam. "Vorig jaar waren mijn vrouw en dochtertje van twee ook mee, en kwamen we niet veel verder dan Artis. Hartstikke leuk hoor, elke dag – we hadden een abonnement, maar ook fijn straks naar musea te kunnen. En te lezen! Daar kom ik thuis niet toe. Ik vind het heel erg mijn vrouw en dochter te moeten missen, maar mijn e-reader is een grote troost."

 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Odeon 108.