In memoriam Hans van Manen (1932-2025)

17 december 2025

‘Ik streef in mijn balletten naar steeds minder beweging. Elke pas teveel moet eruit’

Hans van Manen was niet alleen ruim 60 jaar lang Nederlands bekendste choreograaf, ook internationaal werd – en wordt – hij gezien als een van de grootmeesters van het hedendaagse ballet. Tevens was hij een van de meest productieve choreografen: inclusief zijn balletten voor televisie creëerde hij meer dan 150 werken, alle voorzien van zijn onmiskenbare signatuur. Zijn internationale roem maakte hem een van de belangrijkste Ambassadeurs van de Nederlandse kunsten: wereldwijd worden zijn choreografieën door ruim honderd toonaangevende dansgezelschappen uitgevoerd.

Van Manen wordt in 1932 geboren in Nieuwer-Amstel, het huidige Amstelveen. Als zevenjarige danst hij al tussen de schuifdeuren, maar hoe of waar je danser kon worden, daar heeft hij geen idee van: het circus lijkt hem nog wel de meest aangewezen plek. In 1941 verhuist hij – na de dood van zijn aan tbc lijdende vader – met zijn moeder en broer naar de Amsterdamse Marnixstraat. Daardoor komt de fascinerende wereld van het theater opeens een stuk dichterbij: als het maar even kan, gluurt ‘Hansje’ bij de Stadsschouwburg naar binnen. In 1946 krijg hij de kans om er als krullenjongen van grimeur en toneelkapper Herman Michels aan de slag te gaan. Die geeft hem in 1950 de opdracht om de kap en grime bij een manifestatie op de Dam te verzorgen, en wanneer Van Manen daar danser Jaap Flier gadeslaat, is hij verkocht. Via Flier komt hij terecht bij Sonia Gaskell, die hem zijn eerste balletlessen geeft en in 1951 opneemt in haar groep Ballet Recital. Een jaar later stapt hij over naar het Ballet van de Nederlandse Opera, onder leiding van Françoise Adret. Zijn eerste choreografie, Olé, Olé, la Margarita, maakt Van Manen in 1955 voor Ramses Shaffy’s Show. Daarna volgt Swing, voor het Scapino Ballet, en al voor zijn derde creatie, het in 1957 voor het Ballet van de Nederlandse Opera gemaakte Feestgericht, wordt hij bekroond met de Staatsprijs voor Choreografie.

Gedreven door een zucht naar avontuur vertrekt Van Manen in 1959 naar Parijs, waar hij wordt aangenomen bij Roland Petits Les Ballets de Paris. Hij danst er met grote sterren als de flamboyante Zizi Jeanmaire en Hollywood-ster Cyd Charisse en leert er zijn liefde en latere muze Gérard Lemaître kennen.

Kort daarvoor al maakt hij De maan in de trapeze, voor het openingsprogramma van het dan net opgerichte Nederlands Dans Theater. In 1960 keert hij samen met Lemaître terug naar Nederland, en sluiten de twee zich aan bij het jonge gezelschap. Niet lang daarna wordt Van Manen benoemd tot co-artistiek directeur van het gezelschap, naast Benjamin Harkarvy, een positie die hij ruim tien jaar bekleedt.

Behoefte aan verandering én persoonlijke strubbelingen maken dat hij in daaropvolgende decennia regelmatig wisselt tussen de twee belangrijkste dansgezelschappen van Nederland. In 1973 treedt hij in dienst van Het Nationale Ballet, waar hij tot 1987 huischoreograaf is. Van 1988 tot 2003 is hij opnieuw aan Nederlands Dans Theater verbonden, om vervolgens in 2005 weer terug te keren naar Het Nationale Ballet, waar hij tot zijn overlijden de functie van senior choreograaf bekleedt.

De afwisseling tussen beide gezelschappen – en het daardoor al dan niet gebruiken van de spitzentechniek in zijn choreografieën – heeft, zo verklaarde hij ooit zelf, enorme invloed op de ontwikkeling van zijn dansvocabulaire gehad, en gezorgd voor steeds nieuwe, elkaar logisch opvolgende artistieke bloeiperiodes.

Maar er is ook iets wat in de 66 jaar die tussen zijn eerste en laatste choreografie ligt, níet is veranderd. En dat is zijn onmisbaar eigen stijl, waarvan helderheid in structuur, een geraffineerde eenvoud en een afkeer van onnodige decoratieve franje de kernelementen zijn. Of, in zijn eigen woorden: “Ik streef in mijn balletten naar steeds minder beweging. Elke pas teveel moet eruit.”

Hoewel Van Manen zelf vaak verkondigde dat ‘dans niets anders dan dans uitdrukt’, kun je zijn balletten uiteindelijk maar ten dele als abstract bestempelen. Ze gaan – weliswaar zonder anekdotisch te worden – namelijk altijd over mensen. Onderlinge relaties worden haarscherp in beeld gebracht en met één blik of één handgebaar wist Van Manen een wereld aan gevoelens en emoties op te roepen. De vooraanstaande Duitse danscriticus Jochen Schmidt omschreef Van Manens balletten ooit als “tot de essentie gereduceerde choreografische kunstwerken, die niettemin doortrokken zijn van gevoelens, conflicten en de spanningen van deze tijd.”

Daarbij gaat de dans – bewegingen die met fotografische precisie in de ruimte zijn geplaatst – bovendien altijd een magisch verbond aan met de muziek. Hoewel Van Manen geen noot kon lezen, wist hij als geen ander details, nuances en overgangen die in een partituur verscholen liggen zichtbaar te maken in beweging, en zo vaak een extra laag aan de door hem gebruikte composities toe te voegen.

Kreeg hij voor dit alles in de eerste decennia van zijn carrière met name in Nederland en Duitsland grote erkenning, gaandeweg raakten toonaangevende balletgezelschappen wereldwijd doordrongen van zijn meesterschap. Behalve door Het Nationale Ballet, Nederlands Dans Theater en Introdans – de drie Nederlandse ‘hoeders’ van het Van Manen-repertoire – worden zijn choreografieën inmiddels door ruim honderd buitenlandse dansgezelschappen uitgevoerd. Waaronder prestigieuze gezelschappen als het Stuttgarter Ballett, Staatsballett Berlin, Wiener Staatsballett, Zürich Ballett, Ballet de l’Opéra national de Paris, Birmingham Royal Ballet, San Francisco Ballet, Alvin Ailey American Dance Theater, Philadelphia Ballet, Houston Ballet, het Nationale Ballet van Japan en, tot de Russische invasie in Oekraïne, ook het Marijinski Ballet in Sint-Petersburg en het Bolsjoj Ballet in Moskou.

De dans was, zoals Van Manen zelf ooit zei, zijn ‘vaderland’ en de samenwerking met de dansers in de repetitiestudio zijn grootste drijfveer. Tot zijn belangrijkste ‘dansmuzen’ bij Nederlands Dans Theater en Het Nationale Ballet behoorden (in chronologische volgorde) Gérard Lemaître, Marianne Sarstädt, Alexandra Radius en Han Ebbelaar, Coleen Davis, Rachel Beaujean, Fiona Lummis, Sol Léon, Sabine Kupferberg, Igone de Jongh en Olga Smirnova. Onder de vele buitenlandse dansers met wie hij samenwerkte, bevonden zich wereldsterren als Anthony Dowell, Marcia Haydée, Natalia Makarova, Rudolf Nureyev, Oeljana Lopatkina en Diana Vishneva.

In 2014 maakte Van Manen zijn laatste volledig nieuwe werken: Dances with Harp voor Het Nationale Ballet en Alltag voor het Duitse Ballett am Rhein. In 2019 maakte hij van het eerstgenoemde ballet een bewerking, Dances with Piano, waarvoor hij een nieuw deel choreografeerde.

Tot aan zijn dood bleef hij echter actief in de repetitiestudio, waar hij bij instuderingen van zijn werk op onnavolgbare wijze de laatste puntjes op de ‘i’ zette. Zelf noemde hij dat regisseren: “Niet met als doel om alle oren en neusvleugels dezelfde kant op te krijgen, daar ben ik totaal niet op uit. Het gaat om muzikaal regisseren, emotioneel regisseren, om hoe je met elkaar omgaat, waar je blik op gericht moet zijn, om waar je wellicht even moet inhouden (..) Het is net als met pianospel: de noten blijven hetzelfde, maar het gaat om de interpretatie.”

Voor zijn afzonderlijke balletten en voor zijn grote betekenis voor de kunsten in het algemeen ontving Van Manen talloze belangrijke prijzen, waaronder de Erasmusprijs, de Prix Benois de la Danse Life Achievement Award, de Grand Prix à la Carrière, de VSCD Oeuvreprijs, de Lifetime Achievement Award van het Duitse tijdschrift tanz en – waar hij vooral trots op was – de Duitse Musikpreis voor zijn geniale muzikaliteit. Tijdens het Hans van Manen Festival dat Het Nationale Ballet in 2007 rond zijn vijfenzeventigste verjaardag organiseerde, werd de meesterchoreograaf benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 2017 volgde de benoeming tot Commandeur in de Franse Ordre des Arts et des Lettres en in 2018 ontving hij uit handen van koning Willem-Alexander de Eremedaille voor Kunst en Wetenschap van de Huisorde van Oranje, vanwege ‘zijn enorme bijdrage aan de kunsten in Nederland en het ballet in het bijzonder’. 

Met de oprichting van de Hans van Manen Foundation heeft Van Manen in 2021 het beheer van zijn volledige oeuvre bij Het Nationale Ballet ondergebracht. De stichting – onder directeurschap van Rachel Beaujean – is daarmee verantwoordelijk voor de instudering en verspreiding van zijn choreografisch werk en voor het bewaken van de kwaliteit van dit Nederlandse erfgoed. De rechten voor de balletten blijven vooralsnog in handen van Van Manens echtgenoot Henk van Dijk.

Tekst: Astrid van Leeuwen

  • 2024: Lifetime Achievement Award van het Duitse tijdschrift tanz
  • 2018: Eremedaille voor Kunst en Wetenschap van de Huisorde van Oranje
  • 2017: Commandeur des Arts et des Lettres (Franse ministerie van Cultuur)
  • 2017: Oeuvreprijs Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties
  • 2016: Grand Prix à la Carrière
  • 2013: Gouden Eeuw Award
  • 2013: Benoeming tot beschermheer Nationale Balletacademie
  • 2013: Prix Benois de la Danse voor Variations for Two Couples
  • 2007: Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw
  • 2005: Benois de la Danse Life Time Achievement Award
  • 2005: Grand Pas Award
  • 2004: Musikpreis der Stadt Duisburg
  • 2004: Deutsche Tanzpreis
  • 2000: Erasmusprijs
  • 1998: Archangel, Edinburgh Festival Critics Award
  • 1997: Gino Tani International Prize
  • 1996: Bob Angelo Penning van het COC
  • 1993: Deutsche Tanzpreis
  • 1992: Officier in de Orde van Oranje-Nassau
  • 1991: Sonia Gaskell-prijs
  • 1991: Choreografieprijs Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties voor Two
  • 1957: Staatsprijs voor Choreografie voor Feestgericht

Het online condoleanceregister biedt gelegenheid om een persoonlijk bericht of een herinnering aan Hans van Manen achter te laten.

 

Hans van Manen (1932-2025)