Katia Ledoux

Mezzosopraan Katia Ledoux over de zwarte identiteit en ervaring in de operawereld

Als kind blies ze de kaarsjes op haar verjaardagstaart uit met één grote wens in gedachten: ze wilde operazangeres worden, in een grote jurk, met een immens orkest en een volle zaal voor zich. Inmiddels timmert mezzosopraan Katia Ledoux behoorlijk aan de weg en is haar grootste droom aan het uitkomen. Ze is een graag geziene gast in vele operahuizen en publiekslieveling bij De Nationale Opera. In november is ze te zien in de wereldpremière van Hoe Anansi the stories of the world bevrijdde. Maar als solist van kleur in een overwegend witte operawereld ziet ze zichzelf niet alleen als zangeres, maar ook als activist en feminist.

Tekst: Naomi Teekens

Van jongs af aan wordt ze omringd door verschillende muzikale stijlen en klanken, maar klassieke symfonieën en opera’s klonken in eerste instantie niet in huize Ledoux. Wanneer ze op haar vierde dan toch een videoband krijgt van Bizet’s klassieker Carmen is ze meteen verkocht: “Ik kan me nog goed herinneren dat ik werd gegrepen door de muziek en wist dat dit was wat ik ook wilde doen. Ik was op slag verliefd geworden op een kunstvorm die mijn ouders eigenlijk helemaal niet begrepen of kenden, maar zij herkenden gelukkig wel mijn liefde ervoor.” Naar eigen zeggen was de mezzosopraan helemaal geen getalenteerd kind, maar groeide ze wel op met het idee dat ze een fantastische zangeres was: “Mijn ouders zijn altijd heel trots geweest op mijn passie om operazangeres te worden. Vanuit mijn eigen ervaring durf ik dan ook echt te zeggen dat talent misschien wordt overschat en de omgeving waarin we mogen opbloeien behoorlijk onderschat. Onvoorwaardelijke steun vanuit je omgeving is de rijkste voedingsbodem.”

Witte operawereld

Katia’s liefde voor opera wordt af en toe overschaduwd door gebrek aan steun binnen het vak zelf: “Als solist adoreer ik de kunstvorm, maar als mens veracht ik de witte superioriteit die tot op de dag van vandaag in vele operahuizen in stand wordt gehouden.” Naar eigen zeggen heeft ze het privilege dat de tint van haar huid vrij licht is. Ze stelt dan ook dat haar carrière waarschijnlijk een heel andere wending zou hebben genomen als ze meer pigment had gehad. Toch betekent dit niet dat ze zich zonder problemen kan bewegen in de overwegend witte operawereld: “Vlak na de opleving van de Black Lives Matterbeweging werd de Black Opera Alliance in het leven geroepen. Hierdoor werd ik me opnieuw heel bewust van de praktijken van raciale uitsluiting. Ik besefte dat wij als kunstenaars van kleur binnen de operawereld uiteindelijk allemaal hetzelfde tragische verhaal delen. Natuurlijk ondervinden we systemisch racisme in allerlei verschillende gradaties en frequenties, maar in essentie maken we allemaal hetzelfde mee én vertellen wij over de hele wereld allemaal hetzelfde verhaal.” Hoewel dit confronterend is en niet zo zou moeten zijn, ziet Ledoux deze gedeelde ervaring ook als een sterke verbindende kracht. Ze vergelijkt het met de knik of glimlach die vele afstammelingen van de Afrikaanse diaspora elkaar geven wanneer ze elkaar passeren op straat: “Het maakt niet uit of je in Amsterdam, Wenen of Parijs bent; iedere persoon van kleur kent ‘de knik’; het is iets dat ons allemaal met elkaar verbindt. De gedeelde zwarte ervaring binnen de operawereld draagt uiteindelijk eenzelfde verbindende kracht met zich mee.”

Op de schouders van reuzen

Juist daarom voelt het voor Ledoux goed om zich meer uit te spreken: “Nu steeds meer mensen van kleur hun stem laten horen, ontstaat er een opening voor duurzame verandering en komen we dichter bij die noodzakelijke balans van verschillende stemmen en gelijkwaardigheid binnen de operawereld. Door de geschiedenis heen zijn wij misschien door nalatigheid of uit kwade wil in de vergetelheid geraakt, maar eigenlijk zijn we altijd al onderdeel geweest van dit rijke erfgoed. We staan op de schouders van de vele kunstenaars van kleur die voor ons kwamen. Zonder hun inspanningen zou ik niet zijn waar ik nu ben.”

Als jonge mezzosopraan van kleur is ze dankbaar en onder de indruk van de zwarte veerkracht die niet alleen de operageschiedenis, maar ook haar eigen individuele geschiedenis heeft doorkruist. Enkele jaren geleden mocht ze de weg naar het Bayreuther Festspielhaus bewandelen en dit herinnerde haar meteen aan mezzosopraan Grace Bumbry’s eerste stappen op weg naar de Wagnertempel: “Ik voelde een soort ontembare trots en bewondering, die me tegelijkertijd ook een gevoel van veiligheid gaf. Vele zwarte vrouwen hebben door de geschiedenis heen de wegen voor mij en de generaties die na mij zullen komen, vrijgemaakt en geplaveid; van Grace Bumbry en Roberta Alexander tot Beyoncé Knowles-Carter. Zij zijn allemaal sterke vrouwen van kleur en pioniers in hun eigen vakgebied en hierdoor voor mij een enorme bron van inspiratie. Hun nalatenschap is iets dat ik in ere wil houden. Niet zozeer om enkel te conserveren, maar vooral om verder te kunnen inspireren en innoveren, zodat de koloniale wond steeds verder zal helen.”

Ode aan de zwarte cultuur

Volgens Ledoux draagt de nieuwe familievoorstelling Hoe Anansi the stories of the world bevrijdde eveneens bij aan dit helingsproces: “Het is een enorme eer dat ik onderdeel mag zijn van deze creatie. Dit project is voor mij heel verbindend en dat De Nationale Opera en Het Nationale Ballet deze vertelling willen brengen, onderstreept voor mij de warme en open sfeer die ik altijd voel wanneer ik in Amsterdam ben; zij willen openstaan voor nieuwe verhalen en perspectieven om zo aan een evenwichtigere balans tussen stemmen en culturen te werken.” Voor Ledoux representeren de Anansi-vertellingen de pure essentie van de Afrikaanse diaspora: “Zij staan symbool voor de veerkracht die voortleeft in iedere afstammeling van deze geschiedenis. Ik ben daarom ook trots dat ik in deze Anansivertelling juist die onvermoeibare veerkracht van het zwarte feminisme mag gaan uitdragen in het volhardende en bijzonder vindingrijke personage van Makuba. In iedere Anansi-vertelling is zij immers een krachtig en inspirerend karakter en ik ben dankbaar dat librettist Maarten van Hinte en componist Neo Muyanga deze kwaliteiten van Makuba hebben erkend en in stand hebben gehouden. Ik hoop dat ik mijn liefde voor haar en de zwarte cultuur kan overdragen op de toeschouwers in de zaal én ook vooral dat de kinderen net zo veel van haar zullen gaan houden als ik nu al doe.”