Magazine Universeel en tijdloos: Giselle door de eeuwen heen
  1. Magazine
  2. Universeel en tijdloos: Giselle door de eeuwen heen
  • Astrid van Leeuwen
  • 02 Nov 2018
  • Leestijd: 10 minuten

Universeel en tijdloos: Giselle door de eeuwen heen

De allereerste voorstellingen van Giselle, in Parijs in 1841, waren zó’n succes dat het ballet binnen vijf jaar zowel in Rusland en Amerika, als in een groot aantal West-Europese steden te zien was. Bijna 175 jaar later trekt de choreografie nog altijd volle zalen. Astrid van Leeuwen bespreekt de geschiedenis van het beroemde ballet.

De totstandkoming van Giselle danken we allereerst aan schrijver Théophile Gautier, een van de leidende figuren van de Franse Romantiek én een fervent balletliefhebber. Bladerend in Heinrich Heines De l’Allemagne stuitte Gautier op een passage uit een Slavische legende over de zogeheten wili’s. Deze geesten van voor hun huwelijk gestorven bruiden zouden ’s nachts uit hun graf rijzen om mannelijke voorbijgangers de dood in te dansen. Gautier was zó gefascineerd door het macabere verhaal dat hij zijn idee voor Les Wilis, un ballet voorlegde aan librettist Jules-Henri Vernoy de Saint-Georges, waarbij hij ook refereerde aan Victor Hugo’s Fantômes, over het lot van een Spaans meisje dat zo’n onstuitbare danslust heeft dat ze zich letterlijk dood danst.

Saint-Georges was onmiddellijk enthousiast en drie dagen later had hij een scenario voor Giselle ou Les Wilis klaar, dat overigens flink afweek van Gautiers aanvankelijke notities. Zo staat onder meer vast dat de waanzinscène en het idee om de wili’s als één uniform leger van blanke geesten te presenteren, bij Saint-Georges vandaan kwamen.

Eclatant succes

Gautier had, naast zijn fascinatie voor de legende van de wili’s, nog een reden om een ballet te willen maken: zijn bewondering voor een jonge Italiaanse ballerina, Carlotta Grisi. Het was dan ook een slimme zet van hem en Saint-Georges om hun scenario eerst aan Grisi’s leermeester en minnaar Jules Perrot voor te leggen. Deze had er meteen oren naar en liet het aan componist Adolphe Adam zien, die er al even ingenomen mee was en die Léon Pillet, de directeur van de Parijse Opéra, wist over te halen Giselle in productie te nemen. Voor de choreografie vroeg Pillet Jean Coralli, maître de ballet en chef van de Opéra. Maar alle variaties en passen van Grisi werden – op voorspraak van Gautier en Adam – door Perrot gechoreografeerd.

Giselle ging op 28 juni 1841 in de Opéra in première, op de dag dat Grisi 22 jaar werd. Hoewel er bij de eerste twee voorstellingen nog het nodige misging (zo weigerde de machinerie voor Giselles vliegtocht over het toneel), was het ballet vanaf de start een ‘succès éclatant’. Vooral de betoverende, spookachtige sfeer van de tweede akte werd alom bejubeld.

Bekijk de trailer van Giselle uit 2015

Waanzin ten top

Al gauw bereikte het nieuws over het succes ook andere landen en in enkele jaren tijd werd het ballet in onder meer Londen, Wenen, Milaan, Amsterdam, Brussel, Kopenhagen, Stockholm, Sint-Petersburg en in diverse Amerikaanse steden uitgevoerd. Het Londense publiek bofte: het kon zowel Carlotta Grisi als Fanny Elssler in de rol van Giselle zien. Waar Grisi zich vooral in de tweede akte had bewezen, verschoof Elssler het zwaartepunt naar de tragedie aan het einde van de eerste akte. Aan Elssler danken we, met andere woorden, de hartverscheurende invulling van de waanzinscène die het plattelandsleven zo wreed verstoort, en die sindsdien voor generaties ballerina’s een van de grootste uitdagingen van het verhalende balletrepertoire vormt.

Door de jaren heen is de choreografie van Giselle veelvuldig veranderd, deels doordat deze mondeling werd overgeleverd, deels doordat balletmeesters en choreografen naar eigen smaak elementen schrapten en toevoegden. In Sint-Petersburg alleen al volgden de versies elkaar snel op, waarbij die van Marius Petipa uit 1887, voor het Keizerlijk Marijinski Ballet, de basis vormt van de meeste ‘traditionele’ Giselle-producties die tegenwoordig worden uitgevoerd.

Anna Tsygankova als Giselle

‘Tooverballet’

Ook in Nederland oogstte Giselle meteen veel succes. Bij de eerste voorstelling in 1844 werd de productie onthaald als ‘een nieuw Tooverballet’. Net als elders in West-Europa verdwenen de grote klassieke balletten eind negentiende eeuw echter van het repertoire. Pas in 1955 was Giselle weer in Nederland te zien, bij het Nederlands Ballet van Sonia Gaskell (een voorloper van Het Nationale Ballet), in een versie van Engelsman Anton Dolin. Het Nationale Ballet heeft, voorafgaand aan de huidige productie van Rachel Beaujean en Ricardo Bustamante, twee Giselle-versies op het repertoire gehad. De eerste, uit 1966, werd ingestudeerd door voormalig Bolsjoi-ballerina Natalia Orlovskaja, de tweede door Engelsman Peter Wright, een specialist in het reconstrueren van de klassieke balletten. Zijn productie stond van 1977 tot 1997 op het repertoire.

Eigentijdse interpretaties

Tot op de dag van vandaag komen er nieuwe versies van Giselle uit. Klassieke producties, vaak afgeleid van Petipa’s versie, maar ook volstrekt nieuwe, eigentijdse interpretaties, bijvoorbeeld gesitueerd in Louisiana vlak na de afschaffing van de slavernij of in het door nazi’s bezette Polen. De bekendste eigentijdse Giselle is ongetwijfeld die van Mats Ek uit 1982. De Zweedse choreograaf toont de titelheldin als een ongeremde, seksueel ontluikende tiener die door het bedrog van haar stadse ‘prins’ doordraait en in een psychiatrische inrichting belandt, met Myrtha als strenge hoofdzuster. Samen laten al deze producties zien dat de thema’s van het ballet – bedrog, verdriet, waanzin, wraak, vergiffenis en, vooral, liefde die tot voorbij het graf reikt – universeel en tijdloos zijn.
 

Dit artikel is afkomstig uit het luxe programmaboek bij Giselle.