Magazine Het sprookje achter Rossini's Assepoester
  1. Magazine
  2. Het sprookje achter Rossini's Assepoester
  • Laura Roling
  • 14 Nov 2019
  • Leestijd: 9 minuten

Het sprookje achter Rossini's Assepoester

Het verhaal van Assepoester, een van de populairste sprookjes ter wereld, wordt al sinds mensenheugenis verteld. Een overzicht in vogelvlucht.

Volksverhalen, zoals sprookjes, mythen, legenden en sagen, worden doorgaans mondeling van generatie op generatie doorverteld. Dit had als gevolg dat er steeds weer nieuwe versies van een verhaal ontstonden, afgestemd op de context en het doel van de verteller. Wanneer een verhaal binnen zo’n orale verteltraditie precies ontstaan is, of wat de ‘oorspronkelijke’ versie ervan is geweest, valt niet meer te herleiden. Een mondelinge verteltraditie wordt ironisch genoeg slechts zichtbaar op de momenten dat deze opgetekend wordt in schrift.

Assepoester in de Oudheid

Het verhaal van Assepoester duikt voor het eerst op in de Klassieke Oudheid, zij het in rudimentaire vorm. In zijn Geographica, een encyclopedie van geografische kennis van de Grieks-Romeinse wereld, tekent Strabo (ca. 64 voor Chr. - 24 na Chr.) het verhaal van de sandaal van Rhodopis, een Griekse courtisane in Egypte, op: “Toen Rhodopis aan het baden was, roofde een adelaar een van haar sandalen uit de handen van haar dienares en vloog ermee naar Memphis. Boven het hoofd van de koning, die op dat moment in de open lucht aan het rechtspreken was, liet de adelaar de sandaal in zijn schoot vallen. Geraakt door het bijzondere uiterlijk van de sandaal en het onverwachte voorval, stuurde de koning mensen eropuit om door het land de vrouw te zoeken van wie de sandaal was. Ze werd gevonden in de stad Naucratis en naar de koning gebracht, die haar tot zijn vrouw maakte.” Enkele elementen uit het sprookje tekenen zich al af: een bovennatuurlijke tussenkomst (in dit geval door de adelaar), identificatie door middel van schoeisel én een royal die een normale sterveling trouwt.

Ye Xian: de Aziatische Assepoester

Een volgende verschijningsvorm van Assepoester vinden we in China (ca. 860 na Chr.), onder de naam Ye Xian. De door Duan Chengshi opgetekende versie vertoont opvallend veel gelijkenissen met het Assepoester-verhaal zoals we dat nu kennen: Ye Xians vader, een voorname Chinese bevelhebber, sterft vroeg en Ye Xian wordt door haar onaangename stiefmoeder en haar lelijke stiefzus Jun-Li gekleineerd en als bediende gebruikt. Het enige lichtpuntje in Ye Xians bestaan is haar vriendschap met een magische vis in een nabijgelegen rivier. Wanneer haar stiefmoeder en Jun-Li haar echter met de vis betrappen, doorboren ze deze met een dolk en maken er een avondmaal van. In haar verdriet wordt Ye Xian bezocht door de geest van een voorvader, die haar maant de graten van de vis in de hoeken van haar slaapvertrek te begraven. Dan zal deze haar diepste wens doen uitkomen. Wanneer het nieuwjaarsfeest gevierd wordt, moet Ye Xian, uit angst dat ze haar lelijke stiefzus overschaduwt, thuisblijven. Dankzij de magie van de visgraten kan ze echter in vermomming, in een zijden jurk en op gouden schoentjes, het feest toch bijwonen.

Op het feest steelt Ye Xian de show, al komt ze hier nog geen prins tegen. Wél laat ze per ongeluk een gouden schoentje achter, dat na enkele omzwervingen in handen komt van een koning. Het kleine formaat van het schoentje – kleine (gebonden) voeten golden immers als schoonheidsideaal – prikkelt hem, en hij gaat op zoek naar de eigenaresse. Niemand past de schoen, totdat uiteindelijk Ye Xian zich meldt. De koning bevrijdt haar uit haar penibele situatie en trouwt met haar.

Uit: Charles Perrault, Asschepoester, of Het glazen muiltje. K.H. Schadd, Amsterdam 1869

Basile's Assepoester

In Europa wordt het verhaal van Assepoester voor het eerst op schrift gesteld door de Italiaan Giambattista Basile. Diens verhalencollectie Il Pentamerone (1634) was volledig geschreven in Napolitaans dialect, wat verdere verspreiding van deze versie, ook binnen Italië, bemoeilijkte.

Bij Basile heet Assepoester Zezolla. Van onschuld is in deze versie sprake. Het verhaal begint wanneer Zezolla’s vader, een weduwnaar, hertrouwt. Door haar kersverse stiefmoeder wordt Zezolla kil en onvriendelijk bejegend. Wanneer ze haar beklag doet bij haar gouvernante Carmosina, volgt er een opmerkelijke suggestie. De gouvernante stelt voor dat Zezolla haar stiefmoeder onder valse voorwendselen een jurk in een kist laat zoeken, om vervolgens haar nek te breken door het deksel dicht te slaan. Daarna, zo suggereert zij, kan Zezolla haar vader aandringen op een nieuw huwelijk – met háár, de gouvernante. Zonder talmen brengt een begeesterde Zezolla haar plan ten uitvoer.

Kort na het huwelijk blijkt Zezolla’s nieuwe stiefmoeder echter een ramp: haar zes dochters nemen hun intrek in het huis en Zezolla wordt gedegradeerd tot keukenmeid. Met haar positie verandert ook haar naam en gaat ze voortaan door het leven als ‘de kat Assepoester’, waarmee haar mensonwaardige positie in het huishouden nog eens extra benadrukt wordt. Via een magische duif en Sardinische feeën komt er een magische dadelboom op Zezolla’s pad. Telkens wanneer ze bij de dadelboom een spreuk uitspreekt en een ritueel voltrekt, kan ze in incognito op pad. Tijdens een van deze uitstapjes vangt Zezolla de blik van de koning, die op slag verliefd wordt. Tweemaal ontsnapt ze ongezien, maar de derde keer verliest ze haar schoen. De koning laat alle meisjes in het land de schoen passen. Wanneer Zezolla verschijnt, springt de schoen uit eigen beweging op haar af en deze past haar als gegoten. De koning trouwt met Zezolla.

De verschillende elementen van het Assepoester-verhaal zijn er al wel, maar als karakter zou Zezolla niet verder af kunnen staan van de Assepoester-figuur van Gioacchino Rossini en zijn librettist Jacopo Ferretti. Niet voor niets heet hun opera voluit La Cenerentola, ossia la bontà in trionfo (‘Assepoester, ofwel de triomf van de goedheid’). Van naastenliefde en welwillendheid zoals Angelina die in de opera bezit is bij Zezolla weinig sprake: met genoegen brengt ze haar stiefmoeder om het leven.

De klassieker: Charles Perrault

De meest bekende en populaire versie van het Assepoester-verhaal is die van literator Charles Perrault, Cendrillon ou la petite pantoufle de verre, geschreven in 1697. Perrault voegde een aantal elementen aan het verhaal toe die er sindsdien onlosmakelijk mee verbonden zijn: het glazen muiltje, de pompoenkoets en de peetmoeder annex goede fee. Ook is Perraults Assepoester van een ongekende goedheid en zachtaardigheid. Haar stiefmoeder en twee stiefzussen kleineren haar, laten haar slapen in een tochtige toren op een bed van stro en laten haar het meest vernederende werk in huis doen. Assepoester laat dit alles over zich heenkomen en beklaagt zich niet bij haar vader. Integendeel: met een ongekende deugdzaamheid blijft ze immer behulpzaam en vriendelijk. Wanneer ze uiteindelijk met de prins trouwt, laat ze haar twee stiefzussen zelfs intrek nemen in het koninklijk paleis en koppelt ze hen aan voorname edelmannen. Het is niet voor niets Perraults versie die Disney in 1950 in een suikerzoete animatiefilm in het collectieve geheugen heeft bestendigd.

Kinder- und Hausmärchen

Op het hoogtepunt van de Romantiek trachtten de Duitse linguïsten en folkloristen Jacob en Wilhelm Grimm in hun Kinder- und Hausmärchen (het eerste deel verscheen in 1812) de levende orale verteltraditie zo ‘puur’ en rechtstreeks mogelijk op te tekenen. Niets hebben ze aan de verhalen toegevoegd, veranderd of verfraaid, zo bezweren ze zelf in hun voorwoord. Niets blijkt achteraf uit onderzoek echter minder waar: uit verschillende lokale versies van sprookjes stelden de gebroeders Grimm hun eigen versies samen. De broers gingen niet academisch, maar bovenal literair te werk. In hun Aschenputtel heeft Assepoester eveneens te lijden onder een boze stiefmoeder en stiefzusters. Wel ontbreekt in deze versie de goede fee.

Een magische hazelaar op het graf van haar moeder en magische duiven helpen Assepoester aan haar vermomming voor het bal. Ook zijn Assepoesters schoentjes niet van glas, maar van goud. De Grimm-versie van Assepoester bevat, anders dan die van Perrault, wel het nodige geweld. De stiefzussen hakken ieder een deel van hun voet af om het schoentje te passen. Met succes, zo lijkt het aanvankelijk. Pas wanneer duiven tot tweemaal toe bij het vertrekken van het koppel roepen dat het schoentje vol bloed zit en dat de juiste bruid nog thuis zit, komt de prins bij Assepoester uit. Van een vergevingsgezind ‘happy end’ voor de stiefzusters is in deze versie ook geen sprake. Op de bruiloft van Assepoester worden hun ogen door vogels uitgepikt.

Rossini en Ferretti

Het tempo waarin Rossini kon componeren is legendarisch geworden. De ontstaansgeschiedenis van La Cenerentola zoals opgetekend door librettist Jacopo Ferretti, bevestigt deze mythe alleen maar. Een maand voor de première keurde de pauselijke censor het voorgestelde libretto voor de nieuwste Rossini-opera onverwachts af. Op stel en sprong moest een nieuw onderwerp bedacht worden. Ferretti vuurde het ene na het andere voorstel op Rossini af, maar de componist keurde ieder idee af. Rossini was er alvast bij gaan liggen toen Ferretti met het voorstel van een Assepoester-opera kwam. Rossini veerde op uit zijn sluimeren, daagde Ferretti uit zijn eerste verzen neer te pennen en viel in slaap, terwijl Ferretti zijn eerste verzen neerpende. Een krappe maand later lag er een nieuwe opera. Alhoewel, nieuw – Rossini leende rijkelijk uit zijn eigen bestaande materiaal, en ook Ferretti’s bewerking van het Assepoester-verhaal zou een kritisch hedendaags onderzoek op plagiaat niet doorstaan.

Uit: Charles Perrault, Asschepoester, of Het glazen muiltje. K.H. Schadd, Amsterdam 1869

Isouard's Cendrillon

In 1810 was in Parijs een Cendrillon van de Maltese componist Nicolas Isouard met succes in première gegaan. Een blik op het libretto verraadt dat Ferretti en Rossini zich rijkelijk door het libretto van de hand van Charles Guillaume Etienne hebben laten inspireren. Isouards Cendrillon woont bij haar onaangename stiefvader en haar stiefzusjes Clorinde en Tisbé (Clorinda en Tisbe bij Rossini/Ferretti), die haar als dienstmeid gebruiken. Op een dag komt er een bedelaar – Alidor, de leraar en astroloog van prins Ramir, in vermomming – de gastvrijheid van het huishouden op de proef stellen. Cendrillon ontvangt hem vriendelijk, maar haar stiefzusters wijzen hem de deur. De bedelaar belooft Cendrillon te beloven voor haar goedheid. De verhalen van Cendrillons goedheid bereiken prins Ramir, die deze zelf op de proef wil stellen. Hij ruilt van kostuum met zijn bediende Dandini en leert zo de ware natuur van Cendrillon en haar twee stiefzusters kennen. Wanneer de stiefzussen naar het bal van de prins gaan, wordt Cendrillon niet geholpen door een goede fee, maar door Alidor. Hij zorgt ervoor dat ze in vermomming naar het bal kan en verzekert haar dat niemand haar zal herkennen. Wanneer de prins haar ten huwelijk vraagt op het bal, spoedt Assepoester zich weg en verliest daarbij een muiltje. Dit muiltje zorgt ervoor dat Cendrillon uiteindelijk met succes geïdentificeerd kan worden.

Verschillen

De personages, hun karakterisering en de manier waarop het plot zich ontvouwt: er zijn op het eerste oog meer overeenkomsten dan verschillen. De goedheid van Assepoester wordt in beide versies beproefd én beloond. Maar juist in de identificatie van de verschillen tussen de twee opera’s wordt duidelijk welke keuzes Rossini en zijn librettist bewust hebben gemaakt ten aanzien van ‘hun’ Assepoester. Het opvallendste verschil is dat Cenerentola, anders dan haar Franse evenknie, geen glazen muiltje verliest. In plaats daarvan geeft Cenerentola haar prins een armband, om hem op haar beurt op de proef te stellen: als hij een identieke armband bij een dienstmeid om de pols ziet hangen en haar ook in die hoedanigheid liefheeft, pas dán wil ze hem haar hart en haar hand geven. Het is Cenerentola van Rossini en Ferretti niet louter om haar eigen goedheid te doen, maar ook om die van haar geliefde.

 

 

Charles Perrault, Asschepoester, of Het glazen muiltje. K.H. Schadd, Amsterdam 1869

Rossini's La Cenerentola wordt van 3 december t/m 28 december 2019 opgevoerd in Nationale Opera & Ballet. Een hartverwarmend operasprookje voor de hele familie. 

Kaarten en beschikbaarheid