Magazine 'Oneindig inventief': Portret van Jerome Robbins
  1. Magazine
  2. 'Oneindig inventief': Portret van Jerome Robbins
  • Astrid van Leeuwen
  • 10 Sep 2018
  • Leestijd: 8 minuten

'Oneindig inventief': Portret van Jerome Robbins

Ballet en Broadway. Beide werelden komen samen in de persoon van Jerome Robbins (1918-1998). Zijn creaties voor zowel het befaamde New York City Ballet als voor grote musicalproducties, films en tv maakten hem tot een van de grootste en meest invloedrijke Amerikaanse choreografen van de twintigste eeuw. Een rode draad tijdens zijn lange carrière was de hechte band met componist/dirigent Leonard Bernstein. ‘Hun samenwerking was als een huwelijk. Jerry en Lenny bewonderden elkaar, kwelden elkaar, stimuleerden elkaar en deden elkaar pijn, hielden van elkaar, maar haatten elkaar af en toe ook hartgrondig.’

Op 11 oktober 1948 gaf het door de Russisch-Amerikaanse choreograaf George Balanchine en zijn mecenas Lincoln Kirstein opgerichte New York City Ballet zijn allereerste voorstelling. Onder de toeschouwers was ook Jerome Robbins – toen al een gevierd danser en ballet- en Broadway-choreograaf – die bij het zien van Balanchines Symphony in C zo gegrepen was dat hij Balanchine de volgende dag een brief schreef waarin hij hem om ‘wat voor een baan dan ook’ vroeg.

Met een onderbreking van tien jaar (1959-1969) werkte Robbins meer dan veertig jaar bij het New York City Ballet, eerst als danser en choreograaf, vanaf 1950 als ‘associate artistic director’ en na Balanchines dood in 1983 als artistiek directeur, naast Peter Martins. In totaal maakte hij meer dan zestig choreografieën voor het gezelschap, waaronder tijdloze succesballetten als The Cage, The Concert (beide ook op het repertoire van Het Nationale Ballet), Afternoon of a Faun, In the Night, The Goldberg Variations, Glass Pieces, Ives Songs en, zijn grootste meesterwerk, Dances at a Gathering.

Moordlustig en overspelig

De twee iconen van het Amerikaanse ballet – Balanchine en Robbins – deelden hun liefde voor het klassieke ballet én hun smaak op het gebied van musicals en films. Beiden bezaten de zeldzame gave dat ze muziek in dans ‘zichtbaar’ konden maken en samen bliezen ze, ieder op eigen wijze, frisse, nieuwe energie en swing in de klassieke academische dans. Robbins koesterde een mateloos ontzag voor Balanchine – “When I watch Balanchine work, it’s so extraordinary that I want to give up” – maar andersom was de bewondering niet minder groot. “You know, Violette, the real American choreographer at New York City Ballet is Jerry, not me”, zei Balanchine tegen ballerina Violette Verdy. “He’s the one who can capture the fashions, the trends, the relaxed character of American dancers, their lack of a past or a style, but an ability to do all they’re asked without discussion or preconception.”

Balanchine danste in diverse balletten van Robbins, hij hield bijvoorbeeld zó van Robbins’ The Concert dat hij de rol van de moordlustige, overspelige echtgenoot in deze gevierde balletkomedie diverse malen op zich nam. Ook werkten de twee samen aan een aantal creaties (zo choreografeerde Robbins anoniem het gevecht van de muizen en de soldaatjes in Balanchines beroemde Notenkraker) en ze stonden zelfs een keer samen op het toneel, in Pulcinella (1972), waarin ze een stel bedelaars verbeeldden. Voormalig sterdanseres Heather Watts zei over Robbins’ decennialange verbintenis met het New York City Ballet: “Jerry had bij elk ander gezelschap in de wereld kunnen werken, en hij zou er de ‘koning’ zijn geweest. Maar in plaats daarvan koos hij ervoor om te werken bij het gezelschap waar wij allen iemand anders – Balanchine – als de ‘koning’ zagen. En zelf zag hij dat ook zo.”

Het jaar der wonderen

Maar hoezeer Robbins Balanchine ook adoreerde, er was één man met wie hij zowel artistiek als op het persoonlijke vlak een nóg sterkere connectie voelde en dat was Leonard Bernstein. De twee ontmoetten elkaar voor het eerst in oktober 1943, beiden 25 jaar oud, van joods-Russische afkomst, overlopend van de ideeën, ambitie en energie en op het punt om de wereld van de podiumkunsten op haar kop te zetten. “Hoewel ze ieder afzonderlijk verbluften met hun creaties, werden ze ‘opgetild’ wanneer ze samen kwamen”, aldus Vanity Fair.

Het jaar volgend op hun ontmoeting zou Bernstein later ‘het jaar der wonderen’ noemen. Bernstein kreeg de kans om als (invallend) dirigent te debuteren bij de New York Philharmonic, enkele maanden daarna beleefde zijn Jeremiah Symphony een triomfantelijke première en samen creëerden hij en Robbins voor Ballet Theatre (nu American Ballet Theatre) Fancy Free, het ballet dat ook laatstgenoemde in één klap tot ‘the talk of the town’ maakte. Fancy Free handelt over drie matrozen die, voor ze worden uitgezonden naar Europa, nog één avond indruk op de meisjes willen maken. De swingende, luchtige choreografie was een sensatie en staat te boek als een van de grootste ballethits ooit: bij de première in april 1944 – met Bernstein op de bok – werd Fancy Free op maar liefst 22 opendoekjes getrakteerd. Het succes was zó groot dat Jerry en Lenny vrijwel onmiddellijk de opdracht kregen om de choreografie uit te bouwen tot On the town, hun eerste Broadway-hit, die later (in 1949) ook werd verfilmd, met onder anderen Gene Kelly en Frank Sinatra.

Fancy Free door het Houston Ballet

Schot in de roos

De samenwerking mondde uit in een vriendschap én artistieke verwantschap voor het leven. “The one thing about Lenny’s music which was so tremendously important was that there always was a kinetic motor. There was a power in the rhythms of his work which had a need for it to be demonstrated by dance”, zei Robbins over Bernsteins composities. Bernstein, op zijn beurt, haalde met grote regelmaat herinneringen op aan hun samenzijn tijdens het creatieproces: “I can feel him (Robbins – AvL) standing behind me with his hands on my shoulders, saying, yes, now just about four beats there… yes that’s it!” Echt vaak zouden de twee na Fancy Free niet samenwerken (diverse plannen sneuvelden ook), maar wanneer dat wél gebeurde, was het steeds een schot in de roos. Twee meesterlijke balletten volgden – Facsimile (1946, voor Ballet Theatre) en Dybbuk (1974, voor New York City Ballet) – en na de eerdere Broadway-hit On the Town volgde hun grootste gezamenlijke triomf: West Side Story, eerst als musical (1957), later als film (1961) en nog weer veel later creëerde Robbins voor New York City Ballet West Side Story Suite (1995), een dansante compilatie van de bekendste nummers uit de musical.

Mount Everest

West Side Story vertelt in feite het verhaal van Shakespeares beroemde liefdestragedie Romeo en Julia, maar dan gesitueerd in het Amerika van de jaren vijftig waar twee straatbendes – de ‘witte’ Jets en de Puertoricaanse Sharks – elkaar bevechten, terwijl ondertussen een gepassioneerde liefde opbloeit tussen Tony (beste vriend van de Jet-aanvoerder) en Maria (zus van de Sharks-leider). De genialiteit van de musical en film en de impact die zij tot op de dag van vandaag hebben, zijn al vaak besproken. Vaststaat dat het team dat West Side Story creëerde (Robbins, Bernstein, toneelschrijver Arthur Laurents en tekstschrijver Stephen Sondheim) nog steeds geldt als het meest briljante artistieke team in de geschiedenis van Broadway. Zoals Martin Charnin – een van de oorspronkelijke Jets die later zijn eigen musicals schreef en regisseerde – onlangs zei: “Je weet wat ze altijd zeggen: je hebt de Mount Everest en dan heb je alle andere bergen. Wat mij betreft geldt dat hier ook: je hebt West Side Story en pas daarna komt de rest.”

Scène uit de film West Side Story

Musicalfilm met meeste Oscars ooit

De musical West Side Story werd bekroond met twee World Theatre Awards (in 1957 en bij een reprise in 2009), een groot aantal Tony Awards (waaronder één voor choreografie) en -nominaties, een Drama Desk Award en een Grammy Award voor beste musicalalbum. De filmversie werd genomineerd voor elf Oscars, waarvan er een recordaantal van tien werden verzilverd, waaronder die voor beste film en twee exemplaren voor Robbins, voor beste regie en beste choreografie. Tussen hun successen door gingen de twee ieder hun eigen gang, maar ze bleven elkaar opzoeken, er was altijd weer een nóg hoger doel om te bereiken. “They were two extraordinary balls of energy, two spinning dynamos occupying the same space (…) When their strengths came into alignment it was like the stars aligning”, aldus de Iers-Amerikaanse toneelschrijver John Guare.

Geplaagd door demonen

Robbins was allesbehalve een makkelijke man. In de repetitiestudio was hij volgens velen zelfs een ‘true pain in the ass’. Typerend is de vaak overdreven nauwkeurigheid waarmee hij elk choreografisch detail instudeerde en zijn diepe afkeer van dansfrases die té ‘fancy’ of afleidend waren en van muziek, tekst en emotie die té sterk aangezet waren. Oprechtheid, geloofwaardigheid, dat is waar hij voortdurend op hamerde. Vanity Fair schreef: “Hij was een perfectionist die met een zigeunerinstinct voor het essentiële en met messcherpe ogen altijd het beste van iedereen verlangde en wie daarin niet meeging, kon maar beter vertrekken.”

Volgens zijn biograaf Greg Lawrence werd Robbins geplaagd door ‘demonen’. “Jerry was er niet blij mee dat hij een joods kind uit New Jersey was, de zoon van Harry Rabinowitz, die met een accent sprak en een korsettenfabriek had. Noch was hij blij met zijn homoseksualiteit (feitelijk biseksualiteit).” De angst dat hij voor dat laatste aan de schandpaal zou worden genageld, leidde ertoe dat Robbins in 1953, toen hij als lid van de communistische partij voor de House Un-American Activities Committee van senator McCarthy moest verschijnen, andere partijleden verraadde. Veel mensen hebben hem dat nooit vergeven, onder wie Felicia Bernstein, de vrouw van Leonard. Zelf leed Robbins echter misschien nog wel het meest onder de ‘demon’ van zijn lafheid.

Geniaal

Dat alles neemt niet weg dat Robbins als choreograaf tot de allergrootsten van de twintigste eeuw behoort. Zijn creaties onderscheiden zich door hun humor, enorme muzikaliteit en hun perfecte gevoel voor timing, waarmee hij heel wat minder briljante Broadwayshows leven inblies. In zijn balletten combineerde hij de academische ballettechniek met alledaagse bewegingen, met daarbij een voorkeur voor enerzijds swingende, anderzijds lyrische dans – niet zelden met een erotische lading. Het méést werd Robbins echter misschien wel geprezen om zijn onovertroffen inventiviteit. Zoals West Side Story-tekstschrijver Stephen Sondheim het verwoordde: “Genialiteit betekent voor mij dat je oneindig inventief bent, met de nadruk op oneindig. En man, je kon niet wachten om naar huis en aan het schrijven te gaan wanneer je met Jerry had gesproken. Niemand staat op musicalgebied op gelijke voet met Jerry. Niemand had zijn inventiviteit. Niemand!”