Magazine Marc Albrecht over Oedipe: 'Een bijzonder juweel'
  1. Magazine
  2. Marc Albrecht over Oedipe: 'Een bijzonder juweel'
  • Hans Visser
  • 26 Nov 2018
  • Leestijd: 6 minuten

Marc Albrecht over Oedipe: 'Een bijzonder juweel'

Marc Albrecht, chef-dirigent van De Nationale Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest|Nederlands Kamerorkest, bespreekt de muzikale wereld van componist George Enescu (1881-1955) en de ontstaangeschiedenis van zijn meesterlijke opera Oedipe

Zal hij de vergelijking durven maken? Marc Albrecht aarzelt heel even, weegt nogmaals zijn woorden, maar dan zegt de dirigent toch stellig: “Noem George Enescu gerust de Mozart van de twintigste eeuw. Want kijk maar eens naar wat hij allemaal deed en op elk gebied deed hij dat echt geniaal! Dat kon hij ook nog echt heel goed.’’

George Enescu

Vol bewondering en verbazing schetst Marc Albrecht de kwaliteiten van deze Roemeense componist, wiens opera Oedipe uit 1931 nu voor eerst in Nederland is te zien. Het verhaal van de Griekse koning Oedipus die zich de ogen uitsteekt als hij beseft dat hij in alle onwetendheid zijn vader heeft gedood en zijn moeder heeft getrouwd, is bekend.

Zo niet de opera waarin Enescu dat verhaal over schuld en de onontkoombaarheid van het noodlot met ongekende, maar toegankelijke muziek indringend navertelt. “Enescu was vooral een beroemd violist, met leerlingen als Menuhin en Grumiaux. Op zijn latere plaatopnamen hoor je hem vaak niet zo goed spelen als je zou verwachten, maar dat kwam door de problemen met zijn gehoor." 

Noem George Enescu gerust de Mozart van de twintigste eeuw.

"Daarnaast speelde hij fenomenaal piano. In Amerika dirigeerde hij bij diverse beroemde orkesten een Beethoven-cyclus. Wagners Ring des Nibelungen kende hij uit het hoofd. Toen hij ooit in Boekarest Siegfried dirigeerde en de zanger die Wotan zou spelen ziek werd, zong hij die rol zelf. Tegelijkertijd bleef hij het orkest leiden. Staande ovatie. Bij dat alles componeerde hij ook nog Oedipe, zijn enige opera en een van de belangrijkste modern-klassieke meesterwerken. Misschien stond juist zijn succes als viool- en pianovirtuoos hem als componist in de weg, want als Enescu zich alleen op het schrijven zou hebben geconcentreerd, zou hij daarmee veel eerder en krachtiger zijn doorgebroken.’’

Eigen muzikale wereld

Albrecht keek er lang naar uit om dit werk bij De Nationale Opera met het Nederlands Philharmonisch Orkest te kunnen uitvoeren. “Toen ik in 2011 als chef-dirigent bij De Nationale Opera kwam, stond Oedipe al hoog op mijn verlanglijstje. Artistiek directeur Pierre Audi had daar zeker oren naar, maar we moesten het plan laten liggen: De Munt in Brussel was ons net voor. Een prachtige productie, die later naar Londen ging en nu naar Amsterdam komt. Die bewijst dat Oedipe veel meer is dan ’interessant’, het is een meesterwerk. Enescu schiep hiermee een volkomen eigen muzikale wereld. Natuurlijk wist hij wat zijn Europese tijdgenoten componeerden, maar nergens hoor je daar duidelijke invloeden van. Nergens zit hij in het spoor van bijvoorbeeld Debussy, Ravel of Stravinsky. Zelfs niet van Fauré, bij wie hij studeerde. Zijn stijl is volkomen authentiek.’’

Mystieke blik

Albrecht noemt het onvoorstelbaar dat dit muzikale drama zo lang op erkenning moest wachten. “Het is zijn enige opera, maar zeker niet het werk van een beginneling. In de vroege opera’s van Wagner of Strauss herken je de vingeroefeningen, maar dit is áf. Neem het koor, dat in wezen een hoofdrol heeft. Die immense partijen zijn zo gedetailleerd geschreven. Dat zie je zelden."

Enescu schiep een volkomen eigen muzikale wereld.

"Een hoogtepunt hoor je ook als de Sfinx de stad Thebe terroriseert. Die vrouwenstem klinkt als een roofdier dat haar prooi zal bespringen. Het orkest zit daar vol kleuren van ongebruikelijke instrumenten. Als de Sfinx sterft, wentelt haar stem zich naar de hoogste hoogten.De zingende zaag laat een langgerekt zuchtend glijden van lage naar hoge tonen horen, alsof de Sfinx zich oplost in een opwaartse baan. Ook de klassieke orkestinstrumenten klinken hier anders. Niet te vergelijken met wat Strauss in die tijd voor zo’n orkest schreef. Ook de muziek voor Oedipus zelf is bijzonder. Vooral tegen het einde, als hij moe is en weer ziende wordt. Zo mooi, zo harmonieus: een mystieke blik op de eeuwigheid. Daarna kan het publiek met een gerust hart naar huis. Zo’n aanpak hoor je pas weer rond 1980 bij Messiaen in Saint François d'Assise.’’

Geen coupures

Enescu heeft hieraan gewerkt van 1910 tot 1931. “Vaak heeft hij na lange pauzes zijn opera heroverwogen en aangepast. Noodgedwongen. Al tijdens de Eerste Wereldoorlog raakte er in de Roemeense hoofdstad Boekarest materiaal zoek. Begin jaren dertig heeft hij alles herschreven. Het was ’werk in uitvoering’.’’

Met zijn librettist zou hij aanvankelijk een opera voor twee avonden schrijven (zoals Wagner zijn Siegfried verspreid over drie avonden volwassen laat worden). Toch toont hij razend knap het tachtigjarige leven van Oedipus in één grote spanningsboog, steunend op een grandioze literaire tekst. Hij componeerde ook heel compact. Je kunt je geen coupures veroorloven (zoals bij Strauss). Ook dat tekent de kwaliteit.’’

Renaissance

Toch is dit werk vergeten? “De reacties op de première van 1936 in Parijs waren gemengd. Veel zangers stonden dan ook voor een heroïsche opgave; ze konden hun veeleisende partijen nauwelijks aan. Sommigen vonden hun partijen meer geschikt voor een violist. Natuurlijk is het moeilijk zingen met bijvoorbeeld die tussentonen. Bovendien had het Franse premièrepubliek moeite met een opera die weliswaar is geschreven op een Franse tekst, maar toch zo duidelijk is ontleend aan de Roemeense volksmuziek. Wie vooral het werk van Fauré, Massenet en Vincent d’Indy kent, mist de sleutel tot de wereld van Enescu. In Boekarest zou het werk heel anders zijn begrepen. Daar komt bij dat Oedipe met de Tweede Wereldoorlog voor de deur niet de kans kreeg om alsnog een Europese zegetocht te maken. Na de oorlog hielpen de omstandigheden ook al niet mee. Enescu leefde als balling buiten het communistisch geregeerde Roemenië en dat land zelf was nogal geïsoleerd.’’

Volgens Albrecht is de tijd rijp voor een renaissance van de opera’s die ontstonden tussen beide wereldoorlogen en vervolgens zijn vergeten. “Eindelijk wordt nu het werk van Zemlinsky en Schreker weer gespeeld. In Berlijn was dit voorjaar Das Wunder der Heliane van Korngold te zien.’’

Hartslag van de Balkan

In zijn tijd grepen ook de Hongaren Bartók en Kodály terug op hun cultuur van de Balkan en maakten die muziek passend voor de klassieke ensembles. “Enescu en Bartók waren vrienden, maar hun muziek verschilt enorm. Toch herken je bij beiden de hartslag van de Balkan, een volks idioom met een voortdurend veranderend ritme. Als zangers en orkest daarmee aan de slag gaan, krijgen ze soms het gevoel een nieuwe, verrijkende taal te leren. Tegelijk is deze verrassende muziek voor het publiek zo toegankelijk. Binnen dit seizoen van De Nationale Opera is dit een bijzonder juweel. Hopelijk kunnen we dat zo mooi belichten dat het publiek zich afvraagt waarom we dit niet eerder hebben gedaan.”

Koop kaarten

Dit artikel verscheen eerder in Odeon 112. Foto's: Marco Borggreve.