Magazine Mahagonny: anti-opera of klassieker?
  1. Magazine
  2. Mahagonny: anti-opera of klassieker?
  • Wout van Tongeren
  • 10 Mar 2020
  • Leestijd: 8 minuten

Mahagonny: anti-opera of klassieker?

In 1927 schreef componist Kurt Weill een kort muziektheaterwerk op basis van een aantal gedichten die Bertolt Brecht had geschreven over de fictieve stad Mahagonny. Bemoedigd door het resultaat besloten Weill en Brecht samen verder te werken aan een volledige opera. Het resultaat, Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny, is in zekere zin een anti-opera: de jonge, linkse dertigers Weill en Brecht verwerkten in het stuk hun scherpe kritiek op het ouderwetse operabedrijf.

Operakritiek door Bertolt Brecht en Kurt Weill

Als operakritiek in operavorm heeft Mahagonny  iets parasitairs: Brecht en Weill schreven hun anti-burgerlijke werk doelbewust voor het gevestigde circuit van operahuizen en speelden met kenmerkende elementen van het genre — juist om de beperkingen van de traditie te tonen en ruimte te zoeken voor een alternatief. Deze poging het operabedrijf op te schudden vereiste moed, niet alleen van Weill en Brecht, maar ook van de operahuizen die het werk programmeerden.

Het was vooral uit conservatieve en extreemrechtse hoek dat de meest uitgesproken reactie kwam tegen het ‘cultuurbolsjewisme’ van Weill en Brecht. De wereldpremière in Leipzig in maart 1930 werd verstoord door georganiseerd protest van aanhangers van Hitlers NSDAP. Al snel verdween de opera van het programma. Ook in andere Duitse steden werden uitvoeringen van de opera met relletjes ontvangen. Het grootste succes had een productie van eind 1931 in Berlijn, waar Mahagonny vijftig keer aaneen gespeeld werd. De reeks eindigde in 1932, het jaar waarin de NSDAP de grootste partij werd in het Duitse parlement. In de maanden die daarop volgden, werd het klimaat in Duitsland voor Brecht en de Joodse Weill zo bar dat zij geen andere uitweg meer zagen dan te vluchten uit hun geboorteland.

In de decennia na de Tweede Wereldoorlog volgden nieuwe uitvoeringen in Duitsland en daarbuiten. Inmiddels, met tientallen producties in meer dan 20 landen sinds het jaar 2000, lijkt Mahagonny een steeds vastere plek te verwerven in het gevestigde repertoire. Maar wat betekent het dat een werk dat als operakritiek bedacht is, zelf deel wordt van de ‘canon’? Heeft Mahagonny nog steeds een kritisch, ontwrichtend potentieel? Juist nu de opera wordt uitgevoerd in een festival met de naam ‘Opera Forward’, dringt die vraag zich op.

Bertolt Brecht en Kurt Weill

Genotszucht

Om tenminste het begin van een antwoord te vinden, moeten we langer stilstaan bij de inhoud van de kritiek. Voor Weill stond vast dat de opera van zijn tijd zich in een isolement had geplaatst. De kunstvorm zou zich sterker moeten richten naar de belangstelling van een breder publiek en zou zich niet oppervlakkig maar fundamenteel, tot diep in zijn muzikale structuur, moeten laten beïnvloeden door de maatschappij. Brecht was nog radicaler in zijn kritiek; hij betwijfelde of de opera überhaupt nog toekomst had. Volgens hem diende de bestaande, op kijk- en luistergenot gerichte operapraktijk een verouderde maatschappelijke structuur. Die zou best nog een tijd kunnen voortbestaan, maar in wezen waren zowel de kapitalistische maatschappij als het bijbehorende operawezen uitgehold en onhoudbaar. En juist om die lege, op zintuiglijk gerief gerichte operacultuur te bekritiseren, maakten Brecht en Weill ‘genot’ tot onderwerp van hun voorstelling.

Het verhaal van Mahagonny

Het verhaal wordt verteld in grote sprongen, met personages die allen iets grilligs hebben en waarmee het niet gemakkelijk meeleven is. Dat is opzettelijk: de toeschouwer moest niet meegezogen worden in het verhaal, maar er juist met enige afstand kritisch op reflecteren. De opera vertelt de geschiedenis van de stad Mahagonny, gesticht om mensen (of eigenlijk: mannen) de gelegenheid te bieden hun lusten te botvieren, in ruil voor hun geld. Het is een maatschappij waarin geen zinvolle arbeid meer bestaat en alles draait om consumptie. Na wat opstartproblemen ontdekt de stad zijn gouden wet: alles is geoorloofd, zolang je kunt betalen. Dat gaat goed totdat Jim, één van de inwoners, door zijn geld heen is. Hij is ogenblikkelijk rechteloos. Zijn terdoodveroordeling wegens geldgebrek luidt de ondergang van de stad in. Jims ‘val’ toont het gebrek aan sociale samenhang en zingeving in Mahagonny en legt daarmee de ontwerpfout in het sociale grondplan van de stad bloot. Behoeftebevrediging kan nooit een doel op zich zijn, want ze kent geen eindpunt: er valt altijd wel iets nieuws te genieten. Als alles om genot draait, moet het eindpunt dus wel uitwendig zijn, en dat is in het geval van Jim simpelweg het moment waarop zijn beurs leeg is. Vlak voor zijn executie lijkt Jim dat in te zien: “Het plezier dat ik kocht, was geen plezier, en de gekochte vrijheid was geen vrijheid. Ik at en was niet voldaan, ik dronk en werd dorstig.” Mahagonny vervalt in chaos: de prijzen stijgen, de bevolking valt uiteen in tegenstrijdige protestmarsen en de stad brandt af.

Divergerend muziektheater

Weill was zich ervan bewust dat hij zijn opera schreef in een tijdperk waar radio, grammofoonplaat en danssalon voor een nieuw muzikaal Umfeld zorgden. Voor zijn compositie putte hij dan ook uit eigentijdse ‘lichte’ muziek zoals jazz, schlagers en populaire dansvormen, al bediende hij zich eveneens van de compositietechnieken uit de klassieke traditie. De compositie speelt met kitscherige effecten en bevat tal van stijlcitaten, maar het is meer dan een plagerig spel met vormen: Weill wilde een actuele vorm van opera creëren. Daartoe greep hij terug op de operastructuur waar de invloedrijke Wagner en Verdi juist mee gebroken hadden: de oude vorm van de zogenaamde ‘nummeropera’. In Weills hedendaagse nummeropera zijn de verschillende aria’s en ensembles uitgewerkt als min of meer zelfstandige ‘songs’. De muziek dient daarbij niet om de handeling voort te stuwen of de emotionele beleving van het publiek te stimuleren, maar duidt vaak in een vrij dwingende vorm de betekenis van het moment aan: verleiding, strijd, show, etc. Tekst en muziek zijn beide zo geschreven dat de opera direct met zijn publiek kan communiceren: de zinnen zijn eenvoudig en onomwonden, de vocale lijnen bevatten weinig ornament, en sluiten aan bij de natuurlijke melodie van de taal.

Invloed buiten de operawereld

Opvallend is dat de opera, net als Weills en Brechts Dreigroschenoper of Gershwins Porgy and Bess sterk doorwerkte in die populaire cultuur waaruit hij deels geboren was: met name de ‘Alabama Song’ is bekend geworden door covers van onder anderen David Bowie en The Doors. Dat ‘doorleven’ van elementen van de opera buiten hun oorspronkelijke context past bij het open karakter van het werk. Tegenover de convergerende versmelting van muziek, beeld en tekst, in een groots, doorgecomponeerd geheel — het ideaal van Wagners Gesamtkunstwerk — plaatsten Brecht en Weill een divergerende vorm van muziektheater, waarin de ontwikkeling schoksgewijs verloopt, de aandacht van de kijker doelbewust verstrooid wordt, en tekst, muziek en beeld als afzonderlijke elementen te herkennen blijven. In hun poging de operacultuur open te breken, ontwikkelden Weill en Brecht kortom een serieus alternatief. Mahagonny bevat polemische en ironische elementen, maar het werk toont wel degelijk een constructieve, positieve vorm van opera. En het is precies daarom dat het werk zijn oorspronkelijke ontstaansmoment overleefde en kon uitgroeien tot repertoire.

Scènefoto's van de eerste productie van Mahagonny (1930)

Mahagonny als klassieker

De productie van Mahagonny van regisseur Ivo van Hove, die hier tijdens het Opera Forward Festival  wordt getoond, benadert het werk in de basis als repertoirestuk. Zo wordt de opera in het oorspronkelijke Duits uitgevoerd, waarmee de door Weill en Brecht beoogde directheid van de gezongen tekst meteen al wat omfloerst raakt. Het regieconcept is historisch geïnformeerd en wendt het maatschappijkritische potentieel van de opera aan om iets over onze samenleving aan het licht te brengen — maar daarmee wordt de opera niet anders behandeld dan veel andere operaklassiekers. Een aanval of kritiek op het operabedrijf lijkt niet aan de orde — en het is de vraag of we dat ook nog zouden mogen verwachten van een opera van negentig jaar oud. De productie onderstreept veeleer dat het operabedrijf wel degelijk het vermogen heeft gehad ooit radicale vernieuwingen te incorporeren. Deze productie van Mahagonny heeft voor een hedendaags publiek weinig aanstootgevends.

Maar juist door Mahagonny als repertoire te behandelen toont de productie een kracht van onze operacultuur: het vermogen te reflecteren op onze wereld, in een dialoog met werken die in een ander tijdsgewricht ontstonden. Zo blijkt de zwartgallige interbellum-utopie van Brecht en Weill voor ons verrassend actueel te kunnen zijn. Is onze maatschappij niet alleen nog maar sterker in het teken komen te staan van behoeftebevrediging? En kan Mahagonny niet gezien worden als parabel over de bedenkelijke triomf van het neoliberalisme in de decennia na de val van de Berlijnse muur?

De maatschappijkritiek van Mahagonny blijft prikkelen, maar waar de opera oorspronkelijk ook een zelfreferentiële mediumkritiek bevatte (kritiek op het operabedrijf) lijken andere media nu veel vatbaarder voor die specifieke kritiek, zoals Van Hove en zijn team ook suggereren met de keuze om het verhaal te plaatsen op een filmset. Het is inderdaad eerder de door camera’s bemiddelde wereld van film en televisie die grotendeels door een genotseconomie gedreven wordt. Zoals filosoof Slavoj Žižek schrijft: “De cinema geeft niet wat je verlangt, ze vertelt hoe je moet verlangen.” Maar wat dan te denken van het internet, waar behoeftenbevrediging een miljardenindustrie geworden is? Zou het verhaal van de stad Mahagonny — volgens de stichters betekent de naam ‘nettenstad’ — zich misschien ook laten interpreteren als verhaal over de opkomst en morele ondergang van het world wide web?

Hoe dan ook: was Mahagonny negentig jaar geleden een revolutionair, polemisch, toekomstgericht werk, de productie tijdens het Opera Forward Festival toont vooral hoe een toekomstbestendig operabedrijf naast ruimte te scheppen voor fundamentele vernieuwingen ook in staat moet zijn om werken uit het verleden betekenis te blijven geven in het heden of die zelfs aanvuurt.

Meer over de opera Mahagonny

Dit artikel verscheen in het tijdschrift van De Nationale Opera Odeon.