Magazine Leoš Janáček over SPRAAKMELODIE
  1. Magazine
  2. Leoš Janáček over SPRAAKMELODIE
  • Leoš Janáček
  • 12 Oct 2018
  • Leestijd: 8 minuten

Leoš Janáček over SPRAAKMELODIE

In Jenůfa trachtte componist Janáček de Moravische spreektaal zo natuurlijk mogelijk in muziek te vatten. In een brief aan zijn dochter Olga legt hij uit hoe hij hierbij te werk ging. "Stiekem luisterde ik naar de gesprekken van passanten en keek naar hun gelaatsuitdrukking; mijn ogen volgden elke uiting van emotie."

'Tijdens het componeren van de opera Jenůfa verdiepte ik mij uitvoerig in de melodie van de gesproken taal. Stiekem luisterde ik naar de gesprekken van passanten en keek naar hun gelaatsuitdrukking; mijn ogen volgden elke uiting van emotie. Ik lette ook op de omgeving van de sprekers, hun gezelschap, de tijd en de omstandigheden van het gesprek, of het licht of donker was, koud of warm. Dit alles vond zijn weerschijn in de spraakmelodieën die ik noteerde. Wat vond ik daarin veel varianten van een en hetzelfde motief! Nu eens was het stralend en smeltend, dan weer hard en koud.

In deze motieven vermoedde ik echter nog iets veel diepers, iets verborgens, verhulds. En ik voelde dat het geheime innerlijke roerselen waren. Uit deze motieven las ik verdriet, opbloeiende vreugde, vastberadenheid, twijfel... Kortom, zij openbaarden mij de raadsels van de zielen.

In stilte verheugde ik mij over hun schoonheid, over het treffende en spaarzame van hun uitdrukking. Betekenisvolle motieven zaten ook in alledaagse woorden. Het kind kende en gebruikte ze al, evenals de grijsaard, die er weer jong door werd. Wanneer ik via de spraakmelodie luisterde naar iemand die sprak, keek ik die persoon dieper in zijn ziel.

In stilte verheugde ik mij over hun schoonheid, over het treffende en spaarzame van hun uitdrukking.

In de periode dat ik zo intensief bezig was met de spraakmelodie, ontstond de eerste akte van mijn Jenůfa. Ik wist dat ik in staat was mij de motieven eigen te maken van alle woorden ‒ zowel de banaalste als de meest verhevene. Ik wist dat ik zowel met het alledaagse in het leven als met de diepste tragiek ervan kon omgaan, ook in proza. En het was in proza dat ik Jenůfa schreef.
 

Foto: Ruth Walz

Ongetwijfeld wordt het ritme van spreken en zingen, net als dat van onze hele persoonlijkheid door het leven bepaald. We zien en voelen de kiem ervan in de flits van een seconde en we volgen het verloop in een zone waarin soortgelijke heldere fenomenen binnen de omvang van een seconde zijn waar te nemen. Deze zone komt voort uit ons hele zijn: zoals dit zijn bij ieder mens uniek is, is ook de ritmische uitdrukking ervan telkens anders.

De zang staat niet alleen ten dienste van schoonheid en bekoring, maar leert ons ook de waarheden van het leven. Dat geldt voor elke vorm van zingen, niet alleen voor het lied, maar we moeten wel beseffen waaruit de zang voortkomt. Is dat alleen uit de muziek, dan hoort die bij de zang. Anders wordt elke combinatie van muziek en zingen een vorm van geweld tegenover de mens: een soort verkrachting van ons bewustzijn!

Ongetwijfeld wordt het ritme van spreken en zingen, net als dat van onze hele persoonlijkheid door het leven bepaald.

Tegenwoordig beseft men het belang van een levensechte manier van zingen in de opera, maar helaas verstaat men daaronder slechts een soort bombastisch geschreeuw, dat maar bitter weinig met muziek heeft te maken! Er worden nieuwe operastijlen geboren. De door verre associaties geopenbaarde bronnen van de leidmotieven zijn allang opgedroogd en Rebikovs Vladimir Ivanovitsj Rebikov (1866-1920) was een Russische componist, wiens opera’s aan het begin van de 20ste eeuw al enkele moderne trekjes vertoonden. ‘mozaïek’ verwarmt met een zwak vuurtje de in woorden gegoten expressie, met een schijnsel dat slechts flauwtjes glimt, maar nooit stralend oplaait.

Het spraakmotief straalt een unieke warmte uit, een heel bijzondere glans. Wanneer je de melodische hoeken bijslijpt, de tijdsduur verkort of verlengt, dan krijg je algauw een nieuwe schittering, zoals bij een edelsteen. Het orkest moet het spraakmotief oppakken en laten opstijgen uit de diepte van de harmonische rijkdom; dat maakt de klankstroom tot een eenheid. Zolang het niet ten koste van de waarheid gaat, moet je deze spanningsboog zien vast te houden.

De motieven van alle woorden in Jenůfa zijn uit het leven gegrepen, zozeer dat je ze bijna gewoon kunt spreken. Zou het zo kunnen zijn dat ik afgeluisterde spraakmotieven, haast pijnlijk levende fragmenten van onbekende zielen heimelijk heb verzameld en daaruit mijn werk in elkaar ‘geknutseld’ heb? Hoe kan iemand zulke onzin verkopen...?'

Vertaald door Frits Vliegenthart.

Dit fragment is afkomstig uit het luxe programmaboek bij Jenůfa.