Magazine Jetske Mijnssen en Enrique Mazzola 'We gaan veel naar elkaar luisteren'
  1. Magazine
  2. Jetske Mijnssen en Enrique Mazzola 'We gaan veel naar elkaar luisteren'
  • 18 Feb 2020
  • Leestijd: 2 minuten

Jetske Mijnssen en Enrique Mazzola 'We gaan veel naar elkaar luisteren'

Regisseur Jetske Mijnssen en dirigent Enrique Mazzola gaan de komende drie jaar Donizetti’s Tudor-opera’s brengen bij DNO.

Enrique Mazzola (Foto: Sarah Gabriele Schrimpf)

Enrique Mazzola

Italiaanse dirigent gespecialiseerd in belcanto, Frans repertoire en vroege Verdi’s. In 2021 wordt hij de huisdirigent van The Lyric Opera of Chicago.

‘Om te beginnen ga ik veel naar Jetske luisteren. Ik ben benieuwd naar haar visie op Anna Bolena. Ik verheug me heel erg op onze samenwerking. Ik ben niet wat ze in het Duits noemen een ‘Abenddirigent’: iemand die ‘s avonds het theater binnenloopt en al improviserend zijn werk doet. Ik houd van een lange voorbereiding, van de creativiteit van samen een productie maken, van samen de sleutel vinden voor het publiek om deze magische wereld te betreden. Als dirigent is er natuurlijk de verleiding om je te verliezen in muzikale details. Ik hoop dat Jetske me bij de les houdt en dan zegt: “Hé Enrique, het gaat hier om méér dan de noten die in jouw partituur staan, er is een reden dat je dit speelt!” Ik vind het fijn om op die manier uitgedaagd te worden. Ik hoop dat ze mijn ogen opent, zodat we samen opera kunnen gaan maken en niet alleen maar mooie muziek.’

Jetske Mijnssen (Foto: Klara Beck)

Jetske Mijnssen

Operaregisseur van Nederlandse komaf met een indrukwekkende staat van dienst. Ze werkte voor verschillende operahuizen in Europa en staat bekend om haar psychologische en dramatische benadering van de personages en hun lot.

‘Ik hoop dat Enrique nog meer mijn oren zal openen voor specifieke muzikale momenten. Hij is natuurlijk een van de grootste moderne belcantospecialisten van deze tijd, en voor mij is dit genre betrekkelijk nieuw. Ik heb een theaterachtergrond en werk vanuit de psychologie van de personages. Ik probeer ze zo levensecht mogelijk te maken, zodat we dicht bij hen kunnen komen en de pijn van wat ze meemaken ónze pijn wordt. Maar daarvoor heb ik altijd de dirigent nodig, want de belangrijkste manier om onder de huid te komen van het publiek is via de muziek. Dat is het mooie van opera: dat het muziek én theater is. Uit ervaring weet ik dat er iets magisch kan ontstaan als je de personages tot leven weet te brengen en tegelijkertijd de muziek laat floreren. Dan kun je het publiek werkelijk raken en ontroeren.’