Magazine Gurre-Lieder: een nieuwe dag in de muziek
  1. Magazine
  2. Gurre-Lieder: een nieuwe dag in de muziek
  • Jasmijn van Wijnen
  • 08 Jun 2020
  • Leestijd: 3 minuten

Gurre-Lieder: een nieuwe dag in de muziek

Gurre-Lieder ging in 2014 in première bij De Nationale Opera, en werd wegens groot succes hernomen in 2018. Het was destijds de eerste artistieke samenwerking tussen voormalig artistiek directeur Pierre Audi en chef-dirigent Marc Albrecht.

Ga naar de stream van Gurre-Lieder

Tot 2014, toen De Nationale Opera Gurre-Lieder voor het eerst op de planken bracht, was het werk nog nooit eerder geënsceneerd opgevoerd. Het enorme werk van Arnold Schönberg is dan ook eigenlijk helemaal geen opera. Maar wat is het dan wel?

Gurre-Lieder is moeilijk binnen een hokje te passen. Het doet denken aan een uit de kluiten gewassen cantate, een wereldlijk oratorium, of omvangrijke liedcyclus. Vijf solozangers, één spreekstem, vier mannenkoren, een gemengd koor en reusachtig symfonieorkest. Met een enorme bezetting van 750 musici tijdens de Weense première in 1913 – bij deze opvoering is dat aantal teruggebracht naar ‘slechts’ 235 – doet Gurre-Lieder qua proporties niet onder voor Wagners Der Ring des Nibelungen.

Wat het werk in elk geval typeert is een overvloed aan drama, wat het hoe dan ook geschikt maakt voor het toneel van de opera. En dat vond ook Pierre Audi: “De Gurre-Lieder lenen zich uitstekend voor een enscenering: een dramatisch liefdesverhaal met theatrale kwaliteiten, een schakelstuk tussen de 19de en 20ste eeuw, een nieuwe wereld die gaat beginnen en een politieke dimensie. Het ging namelijk in première aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Dat hoor je terug in dit werk”.

Gurre-Lieder en verboden liefde

Het drama van Gurre-Lieder speelt zich af tegen de achtergrond van het middeleeuwse kasteel Gurre, en draait om de verboden liefde tussen de machtige Deense koning Waldemar en Tove, een meisje van lage komaf. Het is gebaseerd op een gedichtencyclus van de Deense schrijver Jens Peter Jacobsen (1847-1885), die in zijn Liederen van Gurre verschillende overgeleverde Deense legenden combineerde.

De compositie bestaat uit drie delen en is omvat grote koorstukken afgewisseld met sololiederen, waarin de liefde wordt bezongen, de dood wordt betreurd, God wordt beschuldigd en de zonsopkomst vereerd. Relaties tussen mensen, de verhouding tussen mens en God en tussen mens en de almachtige natuur staan centraal. De muziek ontwikkelt zich gedurende de drie delen van meeslepend laatromantisch, naar steeds afwisselender, complexer en dissonanter.

Schönbergs blik in de toekomst

Gurre-Lieder vormt daarin een voorbode voor het latere werk van Schönberg. Velen zullen zijn naam koppelen aan de atonale en twaalftoonsmuziek. Hoewel Schönberg niet hield van de term ‘atonaliteit’ – zijn werk bestond immers alleen maar uit tonen – was hij op het moment dat Gurre-Lieder in zijn geheel in première ging zijn eigen tijd al ver vooruit.

De compositie werd erg goed ontvangen, maar Schönbergs ideeën over muziek waren tegen de tijd van de première sterk veranderd, waardoor hij het succes niet kon waarderen. Toch zag hij in dat het stuk liet zien waar hij muzikaal vandaan kwam en naartoe ging. Schönberg bestempelde zijn Gurre-Lieder als “een werk dat de sleutel is tot mijn hele ontwikkeling”.

Het overdreven traditionele C-groot waarmee Gurre-Lieder eindigt, kan dus haast niet anders dan als een statement over de traditionele harmonieleer worden opgevat. De zonsopkomst, die aan het eind wordt bezongen in een machtige hymne, geeft zo tevens blijk van een nieuwe dag in de muziek.

▶︎ Bekijk: het koor over Gurre-Lieder