Magazine George Balanchine: Het beste van twee werelden
  1. Magazine
  2. George Balanchine: Het beste van twee werelden
  • Margriet Prinssen
  • 07 Apr 2017
  • Leestijd: 5 minuten

George Balanchine: Het beste van twee werelden

"Balanchine is God", stelde choreografe Twyla Tharp. Dat is misschien wel heel veel eer, maar George Balanchine (1904-1983), de belangrijkste choreograaf van de twintigste eeuw, wordt algemeen gezien als een van de grote genieën in de geschiedenis van de kunsten, vergelijkbaar met grootheden als Picasso en Stravinsky.

Zijn choreografieën zijn boven alles
verheven. Zo perfect, zo vrij van
decoratie, zo raadselachtig mooi... 
- Hans van Manen

Balanchine werd geboren in Sint-Petersburg als Georgi Melitonovitsj Balantsjivadze in 1904. Hij leerde van jongs af aan de wereld van het ballet kennen als de directe erfgenaam van Marius Petipa, de Frans-Russische meester van de academische dans en choreograaf van meesterwerken zoals La Bayadère (1877), The Sleeping Beauty (1890) en Het Zwanenmeer (met Lev Ivanov, 1895).

Het begin van de twintigste eeuw was een tijd van grote veranderingen, op het gebied van de economie en de techniek, maar ook op dat van de psychologie en de kunst. In 1904 trad bijvoorbeeld Isadora Duncan, een van de grondleggers van de moderne dans en een vrijgevochten vrouw, voor het eerst op in Rusland. Het was een dynamische episode aan het begin van de twintigste eeuw. Balanchine beschouwde zich zowel als een aanhanger van de nieuwe Russische avant-garde én als een erfgenaam van de klassieke traditie. Hij stond letterlijk op hetkruispunt van de oude en de nieuwe tijd en verenigde het beste van beide werelden.

Spitzenvariaties en constructivisme

Als danser werd hij getraind aan de vermaarde school van het Marijinski Ballet, waardoor hij kon putten uit het rijke bewegingsarsenaal van het romantische ballet. Daarvan getuigen de briljante spitzenvariaties en de elegantie en aristocratische verfijning van Balanchines choreografieën. Tegelijkertijd liet hij zich inspireren door de twintigste-eeuwse experimentele kunst, zoals die van het constructivisme, de vernieuwende kunststroming die opkwam met de Russische Revolutie. Zo was hij als beginnend choreograaf in 1921 medeoprichter van het avant-gardistische Jonge Ballet, dat zich toelegde op constructivistische vormexperimenten.

Ballets Russes

In 1924 ontvluchtte Balanchine Rusland, tijdens een tourneeprogramma in Duitsland. Hij kwam terecht in de stal van impresario Serge Diaghilev, die met zijn legendarische Les Ballets Russes voor een revolutie in de theater- en danswereld zorgde. Diaghilev bracht Balanchine ook in contact met Igor Stravinsky, het begin van een uiterst vruchtbare samenwerking die zou duren tot de dood van de componist in 1971.

Igone de Jongh & Jozef Varga. © Angela Sterling
Jurgita Dronina & Marijn Rademaker. © Angela Sterling
Young Gyu Choi, Jozef Varga & Isaac Hernández. © Angela Sterling
Igone de Jongh. © Angela Sterling
Apollon Musagete (Foto: Altin Kaftira)

Dynamiek

Na het uiteenvallen van Les Ballets Russes toerde Balanchine enkele jaren door Europa, tot hij in 1933 naar de Verenigde Staten emigreerde. Daar zette hij de School of American Ballet op, samen met mecenas en impresario Lincoln Kirstein. ‘Zonder school geen gezelschap’ was zijn uitgangspunt. Balanchine was behalve een geniaal choreograaf ook een begenadigd danspedagoog. Hij maakte er ook, oorspronkelijk voor studenten van de school, zijn eerste Amerikaanse ballet, Serenade. Nog steeds is de School of American Ballet belangrijk voor de opleiding van ballettalent, met name voor het New York City Ballet.

Het Amerikaanse leven vormde een grote inspiratiebron voor Balanchines vernieuwing van het academische ballet. Broadway, Hollywood, de populaire muziek: de dynamiek en energie van de Amerikaanse cultuur heeft zijn werk ingrijpend beïnvloed. Misschien wel zijn meest creatieve periode begon in 1948, nadat hij samen met Kirstein het New York City Ballet had opgericht. Hij bleef er artistiek leider tot aan zijn dood in 1983. Hij vormde er een nieuwe generatie dansers en inspireerde velen.

God creates

In de biografieën die er over Balanchine verschenen zijn worden talloze verhalen verteld over het gemak waarmee de maestro creëerde. Op hoogtijdagen liep hij van studio naar studio waar hij onvermoeibaar aan een aantal nieuwe balletten tegelijk werkte. Hij maakte balletten ter plekke, op de dansers die hij min of meer toevallig tot zijn beschikking had. Het begrip ‘creëren’ vond hij overigens niet juist om zijn werk te karakteriseren: “Only God creates, I assemble.”

De invloeden uit het verleden keren terug in zijn balletten, die soms gekarakteriseerd worden als ‘typisch Russisch’, soms als ‘erg Frans’ of als ‘heel Amerikaans’. Altijd is de typische Balanchine-stijl, die neoklassiek wordt genoemd, echter herkenbaar. Balanchine heeft grote invloed gehad op de choreografen na hem: van William Forsythe en Christopher Wheeldon tot Hans van Manen: allemaal verklaren ze zich schatplichtig aan zijn werk.

Bekijk de trailer

Ballerina’s

Balanchine hield van vrouwen en in het bijzonder van zijn ballerina’s, die het levensbloed van zijn choreografieën vormen. Hij adoreerde de combinatie van fysieke kracht en schoonheid, van lange, ranke en lenige danseressen die een mengeling van terughoudendheid en zelfverzekerdheid uitstralen op het podium.

De choreograaf plaatste vrouwen ook in zijn persoonlijke leven op een voetstuk: hij trouwde met vier van zijn ballerina’s. In zijn werk dansen ze vaak sereen en in het wit gekleed over het toneel, nagejaagd door mannen, maar eeuwig onbereikbaar.

Geen plot

Zijn balletten – er zijn er 425 officieel genoteerd – zijn plotloos; hij wilde geen anekdotes vertellen met zijn dans. Robert Gottlieb citeert de maestro in zijn biografie over Balanchine: “Muziek wordt vaak als te abstract geëtiketteerd. Ik vind dat (…) even onduidelijk als wanneer mijn balletten als zodanig worden aangemerkt. Ik ervaar een symfonie, fuga of sonate nooit als abstract. Ze zijn juist heel echt voor mij, heel concreet, zij het ‘verhaalloos’. Maar verhaalloos wil niet zeggen abstract. Twee dansers op het podium zijn voldoende voor een verhaal; voor mij zijn ze op zichzelf al een verhaal.”

 

Citaat uit: George Balanchine, ‘Marginal Notes on the Dance’ in Robert Gottlieb, red., Reading Dance: A Gathering of Memoirs, Reportage, Criticism, Profiles, Interviews, and Some Uncategorizable Extras, New York: Pantheon Books, 2008, 81-2.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het luxe programmaboek van Best of Balanchine (2015 / 1016).