Magazine Dutch Doubles: Ernst Meisner en Remy van Kesteren
  1. Magazine
  2. Dutch Doubles: Ernst Meisner en Remy van Kesteren
  • Astrid van Leeuwen
  • 08 Mar 2018
  • Leestijd: 8 minuten

Dutch Doubles: Ernst Meisner en Remy van Kesteren

Risico nemen, ver weg van de gebaande paden blijven en echt iets nieuws neerzetten. Dat waren de uitgangspunten voor de bijdrage van choreograaf Ernst Meisner en harpist Remy van Kesteren aan het programma Dutch Doubles.

Ernst: "Dat maakt het proces heel bijzonder. Ook al kost het me slapeloze nachten, ik ben totaal uit mijn comfortzone gestapt." Over de inhoud van hun creatie willen de twee niet al te veel zeggen. Remy: "We willen ruimte laten voor ieders interpretatie, want juist dat is het mooie van kunst. Het zou zonde zijn om te zeggen: 'Kijk, dit stelt een appel voor', terwijl iemand anders er misschien wel een banaan in ziet."

Astrid van Leeuwen interviewt Ernst Meisner en Remy van Kesteren over Impermanence, een nieuw werk over persoonlijke verhalen, ontmoetingen en menselijke interactie.

Openheid

“Hartstikke Nederlands!”, roept Ernst Meisner in antwoord op de vraag of hij en Remy van Kesteren zich een echt Dutch double voelen. Ernst, die, geboren in de Noordoostpolder, een duidelijk Brits accent heeft overgehouden aan de tien jaar waarin hij bij The Royal Ballet in Londen danste: “Wat denk ik typisch Nederlands aan mij is, is dat ik heel recht-toe-recht-aan ben, heel duidelijk.” Lachend: “Dat werd mij in Engeland ook wel verweten.”

Remy, die door zijn wereldwijde succes de laatste jaren vaak maanden achtereen in het buitenland verblijft: “In die karaktereigenschappen vinden we elkaar ook. We zijn beiden heel direct. Bespreken alles met elkaar en zijn deze samenwerking met een heel open vizier aangegaan.”

We wilden dit keer bewust iets heel anders doen, voor een totaal nieuwe aanpak gaan.

Die openheid ligt ook aan de basis van hun concept. Ernst: “Wat ons samenbracht is dat we jong zijn en nog volop bezig om ons te ontwikkelen. We wilden dit keer bewust iets heel anders doen, voor een totaal nieuwe aanpak gaan. We hebben daar veel over gesproken, net als over de vraag wat ons daadwerkelijk tot een double maakt, hoe je echt sámen een creatie maakt, in plaats van beiden toch min of meer je eigen ding te doen. Het uitgangspunt was: álles kan, het canvas is totaal blanco. Ook muzikaal gezien.”

Remy: “Dit is mijn tweede samenwerking met Het Nationale Ballet. Voor de eerste Dutch Doubles-editie creëerde ik met Hans van Manen Dances with Harp. Een waanzinnige ervaring, die bij mij echt iets geopend heeft. Ik vind dit (Nationale Opera & Ballet – red.) zó’n bijzondere omgeving. Al die mensen die hier elke dag binnenlopen om zich met hart en ziel aan de kunst te wijden. Maar hoewel ik in Dances with Harp heel mooie muziek speelde, waren het wel composities van anderen. Dit keer schrijf ik alles zelf. Te gek, want het wordt mijn eerste compositie voor een heel orkest.”

Persoonlijk, echt en eerlijk

Maar voor er ook maar één noot op papier werd gezet of één pas gechoreografeerd, namen Ernst en Remy de door hen uitgekozen dansers een jaar terug mee uit eten. Remy (28): “Sommige dansers kende ik al, andere ontmoette ik voor het eerst. Een paar dansers waren meteen heel open, andere lieten aanvankelijk nog weinig los.” Ernst (36): “Remy en ik waren het er meteen over eens dat onze productie heel persoonlijk, heel echt en eerlijk moest worden.”

Remy: “Ernst vertelde dat hij normaliter eerst een raamwerk voor zijn choreografieën maakt, maar dat mocht nu dus ook niet.” Ernst: “Dat betekende voor mij dat ik uit mijn comfortzone moest stappen. Ook hier in huis, op de productieafdeling, raakte men in paniek. We konden nog niets zeggen over een decor, over kostuums, over de muziek. Het enige wat we meedeelden, was dat we tien dansers hadden.”

Dat aantal is niet voor niets gekozen. Ernst: “Het is hetzelfde aantal als Jerome Robbins gebruikte voor zijn meesterwerk Dances at the Gathering dat volgend seizoen op het repertoire van Het Nationale Ballet staat. Je zou kunnen zeggen dat wij een Modern Dances at the Gathering maken, want ook ons ballet gaat, net als dat van Robbins, over persoonlijke verhalen en ontmoetingen en menselijke interactie, maar er komen geen verwijzingen naar Robbins’ choreografie en Remy schrijft ook geen Chopin. We maken nadrukkelijk een totaal eigen stuk.”

Spieken onder de studiodeur door

Na het gezamenlijke diner doken Remy en Ernst met elke danser afzonderlijk de studio in voor improvisatiesessies. Ernst: “We hebben gelachen, opdrachten uitgevoerd, muziek gemaakt en geïmproviseerd.” Remy: “We stelden ook vragen als: ‘Waarom dans je eigenlijk?’ en ‘Zou je ook nog dansen als niemand het ooit zou zien?’” Dat leverde mooie en heel persoonlijke verhalen, ideeën en dromen op. Ernst: “Ook ik heb veel nieuwe dingen gehoord. Zo vertelde één danser, Martin ten Kortenaar, dat hij ervan droomde om een keer helemaal in zijn eentje in een groot veld te dansen. Dus hebben Remy en ik bij de improvisatiesessie muziek voor hem opgezet, hem gezegd: ‘Ga je gang!’, en zijn vervolgens weggegaan. Maar we hebben samen op de gang wel onder de studiodeur door liggen kijken.” Remy: “Dat was te gek. Martin heeft tien minuten achtereen in zijn eentje gedanst, hij was helemaal ‘in zijn veld’.”

Ernst: “Bij mijn eerdere choreografieën wist ik bij het binnengaan van de repetitiestudio precies wat ik wilde, hoe het begin zou worden, hoe het eind, maar nu helemaal niet. Pas na die improvisatiesessies zijn Remy en ik ons druk gaan maken over welke kant we op moesten. We voelden daarbij natuurlijk een enorme verantwoordelijkheid. De dansers dragen ideeën aan, maar het is aan Remy en mij om daar – met respect voor ieders input – keuzes uit te maken, want je wilt toch dat al die losse delen uitgroeien tot één uitgebalanceerd geheel.” Remy: “Het is sowieso nooit onze intentie geweest om de verhalen van de dansers een op een te verklanken of in dans te vatten. Maar het is al fantastisch wanneer er in de muziek en choreografie íets van een danser zit. Dat maakt de energie waarmee hij of zij het podium op gaat meteen heel anders, veel krachtiger.”

Ernst Meisner, Marijn Rademaker & Igone de Jongh
Ernst Meisner & Giovanni Princic
Ernst Meisner, Igone de Jongh & Marijn Rademaker

Ultieme vrijheid

Hoewel elke danser zijn eigen deel in de muziek en choreografie heeft – soms als een solo, maar vaak ook binnen een ensemblestuk – zul je als toeschouwer eerder vijf dan tien delen ervaren, of de creatie zelfs als één doorlopend stuk ondergaan. Opvallend was in elk geval dat er, aldus Remy en Ernst, in alle persoonlijke verhalen en ervaringen al gauw een rode draad te herkennen viel. Remy: “Het ging vaak over vrijheid vinden, over ergens van weggaan, een vluchtigheid.” Ernst: “Over nieuwe wegen inslaan.” Remy: “Sommige dansers gaven letterlijk aan dat ze in deze productie graag iets heel anders zouden willen doen, een heel andere kant van zichzelf laten zien. In feite dus net zoals Ernst en ik dat willen.”

De dansers hebben dan ook veel vrijheid gekregen, al zal dat, zegt Ernst lachend, straks wellicht niet voor iedereen zo aanvoelen. “De solo van Martin, waarmee we openen, komt in de basis voort uit zijn droom, maar vervolgens hebben wij wel allerlei keuzes gemaakt en veranderingen doorgevoerd, waardoor het er hopelijk uit ziet als zijn droom, maar gek genoeg voor hemzelf misschien niet altijd zo voelt.” 

Op papier, maar niet in steen

Ernst en Remy zien hun productie enkele weken voor de première nog steeds als een ‘work in progress’. Ernst, luchtigjes: “Het kan, tot het doek voor de première opgaat, nog alle kanten opgaan. Eerst hadden we bedacht dat we geen decor nodig hadden, maar daar zijn we op teruggekomen. Tot wanhoop van het decoratelier.” Remy, schertsend: “They know what they signed up for.” Dan serieus: “Het enige is dat je, wanneer je met Het Balletorkest werkt, de muziek op tijd moet inleveren, het orkest moet immers kunnen repeteren. Dat was een enorme uitdaging, vooral omdat de balletrepetities nog moesten beginnen. Ik heb Ernst steeds dingen laten horen en met hem overlegd. Vaak heb ik naar aanleiding daarvan dingen aangepast, maar soms heb ik ook stoïcijns mijn eigen koers gevolgd. De muziek staat nu dus op papier, maar ze staat niet in steen. Er kunnen nog steeds dingen veranderen.”

Het kan, tot het doek voor de première opgaat, nog alle kanten opgaan.

Ernst: “Ik heb na het horen van sommige, overweldigende compositiedelen zelfs ook al even met de gedachte gespeeld dat ik veertig in plaats van tien dansers nodig had. Maar inmiddels weet ik dat het, om qua dans overeind te blijven ten opzichte van de muziek, niet in de aantallen zit.”

Remy zal de komende weken ook zo veel mogelijk bij de balletrepetities aanwezig zijn, mét zijn harp en soms met zijn band (die ook onderdeel zal zijn van de productie) of met leden uit het orkest. “Ik heb de muziek nu aangeleverd als een midifile-bestand, maar dat blijft natuurlijk maar een computerinterpretatie van een orkest. Ik wil de dansers ‘voeden’ met livemuziek en ik wil ‘beweeglijkheid’ creëren: dat dansers en musici elkaar inspireren en versterken.” En gaat hij zich ook bezighouden met de choreografie? Lachend: “Ik moet Ernst natuurlijk de ruimte geven, die heb ik zelf ook gehad, maar ik zal me niet altijd kunnen inhouden en me er dus ongetwijfeld regelmatig tegenaan bemoeien.”

Als een speer

Ernst: “Ik heb al heel wat choreografieën op mijn naam staan. Maar als het resultaat dit keer niet klopt, klopt het ook echt niet. Dat hoort erbij wanneer je zo veel risico neemt en juist dat maakt dit proces ook zo bijzonder. Al kost het me al maanden slapeloze nachten.” Remy: “We stellen ons beiden heel kwetsbaar op. Zoals gezegd, heb ik nog nooit eerder muziek voor symfonieorkest geschreven en ik vind het heel spannend hoe de combinatie choreografie en muziek straks zal uitpakken. Dit project is echt een totale sprong in het diepe.”

Toch voelt de samenwerking met Ernst nu al als een bevrijding voor Remy. “Ik schrijf al een paar jaar muziek voor mijzelf en mijn band, maar vorig jaar liep ik daarin enigszins vast. De ‘kaders’ die dansers mij met hun persoonlijke verhalen gaven, bleken een enorme bron van inspiratie. Momenteel ga ik, ook buiten deze samenwerking, als een speer. Ik heb geleerd dat misschien juist wel dit soort ‘kaders’ mij als componist een enorme vrijheid opleveren.”

 

Dit artikel verscheen ook in het programmaboek van Dutch Doubles (2018).