Lorenzo Viotti
Linda Stulic

Lorenzo Viotti over Der Zwerg en Missa in tempore belli

In september treedt Lorenzo Viotti officieel aan als chef-dirigent van De Nationale Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest met twee producties. Hij dirigeert de aangrijpende opera Der Zwerg van Alexander Zemlinsky, over het gevecht om eigenheid, identiteit en erkenning. In een tweede programma ontmoeten heden en verleden elkaar: Haydns Missa in tempore belli staat centraal in een voorstelling waarin muziektheater, dans, elektronische muziek en videoprojecties worden vervlochten. Een gesprek met de nieuwe chef over zijn keuze voor deze werken en zijn toekomst in Amsterdam. Wat kan het publiek van het ‘tijdperk Viotti’ verwachten?

“Eindelijk is het zover,” verzucht Lorenzo Viotti in de repetitiestudio van Nationale Opera & Ballet. “Meer dan drie jaar geleden heb ik getekend en eindelijk ben ik hier. Zo gaat het in ons leven: we plannen alles van tevoren, maar tot het zover is, geloof je het bijna niet echt. Met de productie van Cavalleria rusticana en Pagliacci, twee seizoenen geleden, zette ik als invaller natuurlijk al een voet het operahuis in. Het afgelopen jaar heb ik een speciaal project met het koor gedaan, online, en ik ben verschillende keren naar Amsterdam gekomen om met het orkest te werken. Het was stap voor stap thuiskomen en nu voelt het fantastisch. Maar het is ook een uitdaging; ik ben nog nooit zo lang in één stad geweest!”

‘We zijn hier om op te schudden, op een slimme manier.’

Waarheid

Zijn chef-dirigentschap begint met twee intrigerende muziekwerken: een kleurrijk muziekdrama op het grensvlak tussen laatromantiek en modernisme en een klassieke mis. Wellicht niet de werken die veel mensen zouden verwachten van een debuut? “Ik geef niet zo om de term ‘officieel debuut’ en de verwachtingen die dat schept,” verkondigt Viotti resoluut. “Het is makkelijk om indruk te maken door te beginnen met een groot symfonisch werk, of een grote, beroemde opera. Maar we zijn hier niet om indruk te maken, we zijn hier om op te schudden, op een slimme manier.”

Der Zwerg zat al een tijd in mijn hoofd. Ik ben altijd gefascineerd geweest door hoe ruig Zemlinsky en zijn tijdgenoten konden componeren, en thema’s kozen voor hun werk die zoveel minder romantisch waren dan de tijd waarin ze leefden. Ze waren er niet om te plezieren. Zemlinsky toont wat de echte consequenties zijn van ons handelen, van wat we zeggen en hoe we over anderen denken en oordelen. Daarvan zijn we ons lang niet altijd bewust, ook ik niet. Ik heb in Lissabon vijf dagen in een psychiatrische instelling doorgebracht voor een filmproject. Als je daarna weer in de ‘gewone wereld’ bent, besef je dat wij de gekken zijn. De emotionele eerlijkheid van de mensen die wij ‘geestesziek’ noemen zijn wij grotendeels verloren. Daar gaat Der Zwerg voor mij over: hoeveel van onszelf kunnen we aan anderen laten zien? Wat is de waarheid, ook al is die pijnlijk? Is het echt mogelijk om onszelf te accepteren, of is dat alleen mogelijk als we sterven?”

Der Zwerg is in zekere zin heel makkelijk om te dirigeren, maar moeilijk om te repeteren.’

De muziek van Der Zwerg is erg contrastrijk, met soms heftige muzikale uitbarstingen. Waarin schuilt het genie van Zemlinsky? “Ik ben gefascineerd door zijn muzikale taal. Als je de partituur bekijkt, is die zo complex, maar aan de andere kant ook zo helder,” merkt Viotti op. “De muziek heeft een behoorlijk uitgedachte structuur. We denken vaak dat er zoveel emotie in zit, maar alles is ingecalculeerd. Zemlinsky dirigeerde bovendien veel operette en de typische zwierige puls van die muziek hoor ik ook in Der Zwerg. Het is in zekere zin heel makkelijk om te dirigeren, maar moeilijk om te repeteren. Je verliest je gemakkelijk in het grote geheel, maar om de kracht van dat grote geheel echt tot zijn recht te laten komen moet je je richten op de details. Je moet werken als een Zwitsers uurwerk.”

 

Vrijheid

De muziek van iemand als Haydn stelt uitvoerenden volgens Viotti voor heel andere uitdagingen. “Ik denk dat vooral onze interpretatie van die muziek vaak verkeerd is. Als je als dirigent Beethoven speelt: niets aanraken! Je slaat de partituren van Mozart open: perfectie, je hebt bijna de neiging om te buigen. Maar die mensen hadden in hun eigen tijd veel meer humor en waren veel vrijer dan we denken. Als je dan te serieus omgaat met die muziek… vergeet het maar! Tegenwoordig zijn we zo ontzettend proper en durven we zo weinig. We beperken onszelf ontzettend door die enorm grote traditie. Om jezelf daarvan los te weken is een risico, als je denkt aan critici en het publiek, maar alleen op die manier kun je misschien de waarheid vinden, of in ieder geval je eigen waarheid.”

‘Durven we hier wel een variatie te spelen? Natuurlijk, dat deden ze aan de lopende band!’

Hoe vertaalt zich dat naar Viotti’s uitvoering van dit soort werken? “Voor componisten als Haydn en Mozart, misschien ongeveer tot en met Schubert, bereid ik van tevoren eigenlijk niets voor qua frasering. Ik heb een sterk, historisch onderlegd idee, maar verder laat ik het vrij. Op het moment zelf krijg ik zoveel indrukken door wat de musici in het orkest spelen en dan kan ik daarop reageren. Ik denk dat er in die tijd enorm veel geïmproviseerd werd. Dat moeten we niet uit het oog verliezen en meegaan in een te serieuze opvatting. Zo van: durven we hier wel een variatie te spelen? Natuurlijk, dat deden ze aan de lopende band!”

 

Mis als theaterstuk

Horen we die vrijheid ook in een religieus werk als de Missa in tempore belli? “Voor mij is het echt een theaterstuk. Er zit weinig treurnis in, de opvatting van religie die eruit spreekt is niet streng en serieus. Je hebt niet die bedruktheid die je soms voelt met religieuze stukken. In Haydn heb je altijd een niet-serieuze manier om een thema te benaderen dat op zichzelf heel serieus is. Dat vind ik zo fantastisch. Zeker als je het over religie hebt. Dit is religie in de zin van samenzijn en liefde delen, accepteren dat de dood een onderdeel is van dat leven, dat leed en angst daarbij horen. Ik denk dat het voor iedereen een verademing zal zijn.”

Het was een grote wens van Viotti om voor de productie rond Haydns mis samen te werken met Het Nationale Ballet. Kunnen we dit soort gemengde producties in de toekomst vaker verwachten? “Waar we vooral voor strijden tegenwoordig is diversiteit, dat we onze kunstvorm toegankelijk willen maken voor een groter en ander publiek. Als we die boodschap buiten onze muren verkondigen en het zelf binnen onze muren niet doen slaat het nergens op. Er is nog te weinig interactie tussen het ballet, het orkest, het koor en de zangers, tussen de filmwereld en opera. Als je dan gaat samenwerken zorgt dat voor stress, want men is vaak niet gewend aan de manier waarop de ander werkt. Maar het is fascinerend, een samenkomst tussen veel verschillende werelden. Daar gaat het bij theater voor mij om, daar gaat het voor mij bij het instituut opera om: de osmose van alle kunsten, niet in ons eigen comfortabele wereldje blijven zitten.”

 

De toekomst

“Ik ben hier niet om alleen lol te hebben,” zegt Viotti nadrukkelijk. “Als ik zo’n positie accepteer is het omdat ik geloof dat dit huis een voorbeeld kan zijn van hoe ruimdenkend we kunnen zijn, van hoe we de kunstvorm vooruit kunnen helpen, ook al zijn we daar al zo laat mee. Maar als we over vijftig jaar een echte verandering willen zien, moeten we nu beginnen en onszelf pushen. Zeker nu; de pandemie heeft een nieuwe urgentie gegeven om te scheppen, zeker in ons veld. Laten we vooral nu nóg sterker beginnen.”

Tekst: Benjamin Rous
Foto: Linda Stulic